Auteur Hannelore Bedert over het overlijden van haar man: ‘Wanneer na een paar maanden het vangnet wegvalt, krijg je de grootste klap’

Hannelore Bedert
© Titus Simoens

Hannelore Bedert (41) won in 2007, na haar studie kleinkunst aan Studio Herman Teirlinck, de Nekka-wedstrijd. Ze maakte vier albums met Nederlandstalige pop. Na haar debuutroman Lam in 2018 schreef ze columns en een boek over het overlijden aan hartfalen van haar man Stijn in 2019. Onlangs verscheen Tweelingbloed, het eerste deel van haar young adult-trilogie De Helletorens.

Alles anders

‘Er is een leven voor Stijn overleed en een leven erna. Als iemand iets aanhaalt uit het verleden, reageer ik bijvoorbeeld: ‘O ja, dat was twee jaar voor Stijn zijn overlijden.’ Ik reken dus zelfs in die termen. Ik wil van zijn dood geen heilig ding maken, maar ik kan er niet onderuit dat het een enorme impact heeft gehad op alle facetten van mijn leven. Ik ben nu een heel ander persoon.’

Kiezen voor jezelf

‘Het is bevrijdend om nee te zeggen tegen iets dat ik niet wil. Dat is het enige positieve dat ik aan de dood van Stijn heb overgehouden: ik durf beslissingen te nemen en doe enkel nog wat mij gelukkig maakt.’

‘De laatste jaren had ik vooraf geen zin meer om op te treden, ik moest mezelf naar een concert slepen. Tijdens het concert genoot ik wel van de interactie met de muzikanten en het publiek, maar erna voelde ik telkens dat het me heel veel energie had gekost. Thuis muziekmaken was altijd fijn, maar optreden bezorgde me stress. Vooraan op dat podium staan met zo’n houding van ‘kijk naar mij’, eigenlijk wilde ik dat niet.’

Zelfrelativering

‘Wat mensen over je denken maakt echt niet zoveel uit. In mijn adolescentie stond ik daar te veel bij stil. Als ik dat eerder was gaan relativeren, had ik wellicht mijn studie aan Studio Herman Teirlinck niet afgemaakt. Ik werd daar gezien als het brave, onschuldige meisje uit Deerlijk. Wat ik deed, mocht volgens de docenten veel groter, wilder en rauwer. Dat advies was achteraf gezien heel beperkend, maar toen dacht ik nog dat het zo hoorde. Dat is het probleem met dat soort scholen: je arriveert er als blanco blaadje en zij willen dat volschrijven op hún manier. Het zou juist de bedoeling moeten zijn dat je zelf je weg vindt en de opleiding je talent versterkt.’

Ik doe enkel nog wat mij gelukkig maakt. Dat is het enige positieve dat ik aan de dood van mijn man heb overgehouden.

Hannelore Bedert

Innerlijke criticus

‘Als jongste van het gezin kweekte ik een minderwaardigheidscomplex. Ik kreeg aan tafel het gevoel dat wat ik wilde zeggen niet belangrijk genoeg was, hoewel niemand in het gezin die intentie had. Misschien heeft dat een rol gespeeld in mijn wil om op een podium te staan en te tonen wie ik ben. Zodra ik op dat podium stond, begon ik me af te vragen of ik echt wel iets te vertellen had. Ik kan mezelf soms heel dom vinden, ik ben niet de persoon die honderden dingen kan onthouden. Er is altijd een stemmetje in mij dat zegt dat ik me beter op de achtergrond houd. Door columns voor Libelle te schrijven is dat wat veranderd. Ik merkte dat vanuit mezelf schrijven mensen kan helpen. Als het eerlijk en kwetsbaar uit jezelf komt, heb je geen grote woorden nodig. Dat kan even interessant zijn als een intellectueel betoog.’

Rouwen met een timer

‘Vlamingen hebben het moeilijk met rouwen. Zowel administratief als emotioneel krijg je het gevoel dat het niet te lang mag duren. Daar ga ik dwars tegenin. Het is niet omdat ik nu een nieuwe relatie heb dat het verdriet weg is. De maatschappij verplichtte me te vroeg om een aantal stappen te zetten waar ik niet klaar voor was. Je moet te snel weer aan het werk. Na twee maanden verwachten ze dat je er weer volledig tegenaan kan, maar zo werkt het niet.’

Vangnet

‘Mensen willen het liefst horen dat het goed met je gaat. Als je op de vraag ‘ça va?’ eerlijk antwoordt dat het slecht gaat, zie je mensen schrikken. Moeten ze nu verder naar je toestand peilen? Nochtans is een halfuurtje luisteren naar iemand die verdriet heeft soms al voldoende. De eerste maanden na Stijns dood ben ik op dat vlak zeker verwend, maar daarna trad er een soort gewenning op. Net op dat moment, wanneer het vangnet wat wegvalt, krijg je de grootste klap. Maar ook die periode kom je weer door. Je trekt je op aan de verhalen van lotgenoten die al verder in het proces staan. Die geven je perspectief.’

Fictief universum

‘Fictie schrijven is een vorm van zelfzorg. Als ik een mottige dag heb, verdwijnt die als ik in mijn verhaal kruip. Het is heerlijk om me onder te dompelen in de dystopische wereld van mijn youngadulttrilogie De Helletorens, wellicht ook omdat het een wereld is die ver van me afstaat. Er is, buiten de deadline, geen druk van buitenaf. Ik heb niet, zoals in de periode dat ik liedjes maakte, het gevoel dat het publiek op mijn schouders zit. Ik mag vrijuit personages en plots verzinnen en houd constant de controle. Als iets niet werkt in een verhaal, schrap je het. Hoe geweldig zou het zijn, mocht dat ook in het echte leven kunnen.’

De Helletorens – Tweelingbloed is uit bij Lannoo.

Lees ook: Pieter Deknudt organiseert troostconcerten: ‘Rouwen is een teamsport’

Lees meer over:

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content