Column

Jean-Paul Mulders

‘Het geld is op en de samenleving heeft soms veel van een schildpad die op haar rug ligt te spartelen’

Jean-Paul Mulders Columnist voor Knack Weekend en schrijver

Het is de dag des Heren, zoals de zondag werd genoemd voor de koopzondag werd uitgevonden. Ik krijg een mail van een datingsite waarin staat te lezen: ‘Deze zondag zou alles kunnen veranderen. Céline houdt ook van Sport, TV en Koken.’

Elke dag kan alles veranderen, maar de datingsite kent mij duidelijk niet goed. Als ik ergens op afknap, dan wel op mensen – ongeacht hun geslacht – die ouwehoeren over voetbal en koers. Liever nog emmer ik een eind van de wereld over de gasprijs weg.

De gasprijs is trending als gespreksonderwerp. Anders dan vroeger, wordt cafébezoek met vrienden niet langer gedomineerd door liefdesperikelen. We praten nu vaker over warmtepompboilers en hybride omvormers. We zitten met een probleem en iedereen wordt verondersteld dat voor zichzelf op te lossen. Je zou verwachten dat de overheid parken met zonnepanelen aanlegt waarop de burger kan intekenen, maar daar schijnt in België geen plaats voor te zijn. Wel hebben we zowat het dichtste wegennet ter wereld. Soms droom ik van autostrades met op de middenberm zonnepanelen die je troostend toeglanzen in eindeloze rijen.

Het geld is op en de samenleving heeft soms veel van een schildpad die op haar rug ligt te spartelen.

Het geld is op en de samenleving heeft soms veel van een schildpad die op haar rug ligt te spartelen. Ik denk aan de woorden van de slimste jongen uit de klas van mijn oudste dochter. “Poetin zal dit nooit lang kunnen volhouden, met zijn BNP ter grootte van de Benelux”, lachte hij betweterig toen de oorlog uitbrak. Ik zei tegen mijn dochter dat ik daar toch niet zo gerust op was. Intussen zijn we zes maanden verder. Het tromgeroffel is verstomd. De grootspraak maakte plaats voor de schrik voor koude voeten.

’s Nachts, als het buiten weer niet regent en de katten krijsend vechten, lukt het mij soms niet om de slaap te vatten. Ik denk dan aan die gigantische waakvlam boven een Russische fabriek die vanuit Finland te zien is op tientallen kilometers afstand. De Russen fakkelen er miljoenen kubieke meters gas af, dag en nacht, om technische redenen of gewoon om het Westen te pesten. Die vlam vind ik episch. Ze doet mij denken aan het oog op de toren van Sauron, het iconische beeld uit Lord of the Rings: ‘A great eye, lidless, wreathed in flame… his gaze pierces cloud, shadow, earth and flesh.’ We leven in tijden waarin werkelijkheid zich schaamteloos met fictie vermengt.

Ik heb dat boek gelezen toen ik achttien jaar was. Nu neem ik het nog eens uit de boekenkast, blaas er het stof af en sla het open bij een willekeurige passage. In het hoofdstuk Het Land van Schaduw ziet Sam boven een donkere piek hoog in de bergen even een witte ster schitteren. ‘De schoonheid ervan ontroerde zijn hart toen hij uit het verlaten land opkeek, en hij kreeg weer hoop’, lees ik. ‘Want als een pijl, klaar en koud, drong de gedachte tot hem door dat de Schaduw ten slotte iets kleins, voorbijgaands was. Er was licht en hoge schoonheid voor altijd buiten zijn bereik.’

Sam kruipt terug in de braamstruiken en gaat naast Frodo liggen. Hij schudt alle angst van zich af en laat zich in een diepe, ongestoorde slaap zinken.

Wellicht heeft hij een energiecontract met vast tarief, denk ik terwijl ik eindelijk indommel.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content