Jazzpercussionist Chris Joris omringt zich met eenvoudige instrumenten, die alleen hij kan laten spreken.

Hoe ontdekte je de jazzmuziek?

Toen ik een jaar of acht was, speelde vader, die operazanger was, op zaterdagavond wel eens dansmuziek. Plaatjes van Louis Armstrong en Duke Ellington. Ik kreeg daar kippenvel van. Ik vond dat adembenemend knap.

Wanneer ging je je toeleggen op percussie?

Pas toen ik 24 was, maar het zat al veel langer in mij. Mijn moeder zegt wel eens: “Onze Chris klopte op álles en er kwam muziek uit.” Dat was ook zo. De bibliotheek, potten en pannen, zelfs de telefoonboeken. Dat gaf zo’n mooi dof geluid.

Wat is voor jou, als muzikant, het mooiste compliment?

Als mensen je zeggen: “Het heeft mij ontroerd.” Ooit kwam een vrouw na een concert naar me toe en ze zei: “Ik ben nu twee maand gescheiden, ik zat in een diepe put, maar jij hebt mij vanavond uit dat zwarte gat gehaald.”

Verzamel je?

Niet gedreven. Maar ik omring mij met allerlei spulletjes en prulletjes, van olifantjes tot glazen. Of in mijn werkkamer met allerlei foto’s van jazzgroten. Mijn enige echte verzameling is een collectie oude autootjes.

Voor welk een object heb je een zwak?

Voor bronzen klokjes, belletjes en gongs. Daar ben ik zot van. Zo’n authentieke Chinese gong: alleen al ernaar kijken is een genot.

Welke instrumenten genieten je voorkeur?

Ik hou van instrumenten die niet gesofisticeerd zijn qua mechaniek. Als je op een djembe of een conga slaat heb je wel geluid, maar nog geen muziek. Je moet ze leren kneden om een hele rijkdom aan klanken te krijgen.

Welk instrument boeit je het meest?

De berimbeau. Heel expressief en uitdagend omdat het zo primitief is. Je hebt alleen een snaar op een boog en een kalebas als klankkast. Met een stok en een steen produceer je klanken, probeer je iets te vertellen en het publiek te beroeren.

Zijn er muzikanten naar wie je opkijkt?

Ja, en het mooie is dat ik nu met sommigen van hen samenspeel. Adama Dramé is zo iemand. Hij is voor mij een voorbeeld van een grote, intelligente Afrikaanse percussionist. En verder mensen als Abdullah Ibrahim en Mal Waldron. Maar mijn god is John Coltrane.

Hoe vaak reisde je naar Afrika?

Nog nooit. Eigenaardig genoeg. Veel van mijn Afrikaanse vrienden zeggen dat dat maar goed is ook, want ik zou nooit terugkomen. Maar er bestaat nu een plan om een documentaire te filmen in Burkina Fasso en Ivoorkust. Dus wellicht komt het er nu toch van.

Wat doe je om tot rust te komen?

Wandelen in de bossen. Ik heb groen nodig. En het gefluit van vogels. Of spelletjes spelen met mijn kinderen, mopjes tappen en raadseltjes uitvinden.

Lees je veel?

Schandalig weinig. Vroeger las ik wel, maar in feite is mijn platen- en cd-verzameling mijn bibliotheek.

Wat is het mooiste moment van de dag?

Er zijn er twee: het moment dat ik vertrek naar een optreden waar ik erg naar uitkijk, en het thuiskomen.

Wat is je lievelingsgerecht?

Sappige gerechten als couscous. En super-Vlaams: rode kool met worst.

Wat is je lievelingsdrank?

Cola, spijtig genoeg.

Wat is je dierbaarste bezit?

Mijn kinderen. Ik heb er vier en ik zie ze alle vier heel graag.

Kijk je weleens tv?

Veel zelfs. Meestal samen met de kinderen. Ik kijk vaak naar films. Ik ben een filmliefhebber.

Wat is je favoriete genre?

Drama, psychologische en romantische films. Maar ook de gangsterfilms van Scorcese kunnen mij boeien. Of het zeemzoete On Golden Pond.

Wie zijn je favoriete acteurs?

Robert De Niro, Meryl Streep, Jody Foster, Anthony Hopkins. Zijn vertolking in The Silence of the Lambs is gewoon schitterend.

Wat heb je altijd bij je?

Elementaire dingen als sleutels en portefeuille. En natuurlijk sigaretten en een aansteker. Als roker kan ik dat niet missen.

Chris Joris koestert primitieve instrumenten als de berimbeau. Vakbladen als Jazz Hot en Down Beat zijn voor hem verplichte lectuur. Foto’s van jazzgroten sieren zijn werkplek. De autootjes noemt hij zijn enige echte verzameling.

Hilde Verbiest / Foto’s Catherine Lambermont

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content