In The Sixth Sense laat Bruce Willis zijn wapenarsenaal thuis en vertolkt hij een gevoelige, gewetensvolle kinderpsycholoog die zich bekommert om een achtjarig jongetje dat spoken ziet.

Stel: uw kind is paranormaal begaafd en ziet dode mensen. Geen zombies van de pas-op-of-ik-ontbind-ter-plekke variëteit, maar toch met hier en daar een open wonde en diverse andere ongemakken. Doden die het absoluut niet prettig vinden om dood te zijn bovendien. Zou u Bruce Willis onder de arm nemen? In de functie van kinderpsycholoog, bedoel ik? Dat is nu precies wat Toni Collette als de moeder van het onfortuinlijke knaapje doet, en met succes, want The Sixth Sense trekt wereldwijd volle zalen. Je kan spreken van een cinematografisch meesterwerk. De prent is onderhoudend en minder patroniserend dan je zou kunnen verwachten. En dan, als je er het minst op verdacht bent, krijgt hij ook nog eens een totaal verrassende wending. Een trick ending in de stijl van The Usual Suspects. Volgens Willis zelf een van de redenen voor het succes van de film.

“Hoe verklaar je anders dat zo’n kleine film de sleeper van het jaar wordt? De mensen gaan een tweede keer kijken om te controleren of het allemaal wel klopt. En Haley Joel Osment, die het jongetje speelt, is geweldig, echt de Sir Olivier onder de kinderacteurs. Ik hoop maar dat hij een Oscarnominatie krijgt voor deze rol.”

Voor alle duidelijkheid: Bruce Willis (44) geeft niet graag interviews. Er is maar één ding dat hij nog erger vindt en dat is gefotografeerd worden. “Gelukkig verkeer ik na veertien jaar in een positie waarin ik alleen nog interviews hoef te geven als er een film van mij uitkomt. Ik praat over mijn werk en over het plezier van het filmmaken, maar als ik het resultaat lees, vind ik dat bijna altijd stomvervelend, net zoals ik de meeste interviews met acteurs, politici en andere beroemdheden stomvervelend vind. Ik heb er geen enkele behoefte aan om op de cover van een magazine te staan.”

Dat neemt niet weg dat Willis met een kamerbrede grijns op het Internationale Filmfestival van Toronto verscheen. Zelfs vragen over de flops onder zijn films en zijn scheiding van Demi Moore, met wie hij elf jaar lang getrouwd was, konden die grijns niet van zijn gezicht vegen. Geen wonder, want The Sixth Sense is goed op weg om qua opbrengst de kaap van de 500 miljoen dollar te overschrijden en dus een van de grootste hits in zijn carrière te worden. En daarmee houdt het niet op: later dit jaar is hij naast Michelle Pfeiffer te zien in het huwelijksdrama The Sum of Us en nog later in Alan Rudolphs surrealistische Breakfast of Champions, dat hij zelf produceerde en waarin hij alle registers van zijn acteertalent opentrekt. Gratis voor niets. Zo’n gigantische opoffering is dat nu ook weer niet, als je bedenkt dat hij onlangs het contract voor Die Hard IV ondertekende, wat hem een slordige 25 miljoen dollar zal opleveren.

Maar als je Willis mag geloven, zijn het niet de special effects of het geld die de doorslag geven. “Acteren is doen alsof je iemand anders bent, op een zo realistisch mogelijke manier. Je bent voortdurend op zoek naar echtheid, naar een manier om de waarheid te vertellen, en dat is niet altijd gemakkelijk. Neem nu Armageddon. Dat is een superproductie met een hoop special effects, maar met bovendien een stel steengoede acteurs die echte mensen spelen. Dat is ook wat The Sixth Sense zo aantrekkelijk maakt. Het commerciële aspect van een film, daar heb ik als acteur weinig vat op. Het enige dat ik kan controleren, is mijn eigen acteerprestatie. Op dat vlak neem ik mijn verantwoordelijkheid en het creatieve proces is iets waar ik nog steeds plezier aan beleef. Ik vind het een uitdaging om iets te doen waarvan ik niet zeker ben dat ik het tot een goed einde kan brengen. Wat als ik op mijn bek ga? Het klinkt misschien een tikkeltje pervers, maar die twijfel, daar krijg ik een kick van. Maar het enige dat mensen tegenwoordig te horen krijgen, is hoe enorm veel geld films kosten en hoeveel ze opbrengen. Denk maar aan alles wat er vorig jaar over Titanic gepubliceerd werd. Niet over hoe goed die film wel was, maar over hoeveel hij gekost had en dat het een mirakel was dat de makers er toch nog zo’n hoop poen aan overhielden.”

Willis heeft een nieuwe hit, maar dat weerhoudt hem er niet van fors uit te halen naar de Hollywood-machine. “De studio’s zijn vies van alles wat maar enigszins met cultuur te maken heeft”, klaagt de ster van Armageddon en Die Hard. “Dollars, dat is het enige wat telt. Ik ken studiobonzen die zich opwerpen als mecenassen van opera en architectuur, maar het vertikken hun eigen jonge filmmakers te steunen. Volgens mij is de dag niet meer veraf dat het publiek zich letterlijk dood verveelt. De studiobazen zijn vergeten hoe ze een verhaal moeten vertellen.”

Willis neemt geen blad voor de mond, maar pretentieus kun je hem moeilijk noemen. Als hij eenmaal op dreef is, heeft hij meer van de vlotte vent met wie je graag een avond zou doorzakken in de kroeg op de hoek dan van een superster met een buiten alle proporties opgeblazen ego. “Maar de tabloids stellen mij graag voor als de bad guy, dat verkoopt namelijk beter.” Vooral na de megaflop Hudson Hawk kreeg hij de volle laag. “Elke steen die ze maar konden vinden, kreeg ik naar mijn hoofd. Maar ik heb het overleefd en ik blééf grote films met dikke gages aangeboden krijgen. Daardoor weet ik nu dat het er totaal niet toe doet wat ze allemaal over je schrijven. De mensen denken graag dat ik ben zoals David Addison in Moonlighting of zoals John McClane in de Die Hard-films. Maar als ik zo zou leven, was ik binnen de week morsdood. Ik hou van lol maken en lachen en optreden met een band. Maar ik ben geen wildeman.”

In het begin van zijn carrière wilde Willis anders weleens uit de band springen. Ten tijde van de successerie Moonlighting, waarin hij naast de nuffige Cybill Shepherd een onweerstaanbare lefgozer van een privé-detective speelde, werd hij op party’s geregeld aan de deur gezet wegens wangedrag. Seagram’s bedankte voor zijn diensten als woordvoerder toe hij gearresteerd werd voor dronkenschap achter het stuur. Zijn carrière kende trouwens een eerder aarzelend begin. Willis werd in ’55 geboren in Idar-Oberstein in Duitsland (zijn moeder is van Kassel) en groeide op in PennsGrove, New Jersey. Na zijn middelbare school werkte hij een jaar lang in een chemische fabriek, waarna hij in New York ging studeren en acteerlessen volgde. Intussen kwam hij aan de kost als jeansmodel en barman. Zo werd hij trouwens ook ontdekt, door een casting director die hem sympathiek vond en iemand zocht voor het rolletje van bartender. Toen hij de rol van de oneliner-spuiende Addison kreeg, was hij zo goed als onbekend, maar het eerste jaar al leverde de serie hem een Emmy op.

Sindsdien is zijn carrière een merkwaardige mix van blockbusters à la Armageddon, Twelve Monkeys en de Die Hard-films, door de critici bejubelde parels als Nobody’s Fool en Pulp Fiction, en dure flops als Bonfire of the Vanities, Hudson Hawk en Colour of Night. “De eerste zeven jaar in Hollywood heb ik zowat non-stop gewerkt. De telefoon stond niet stil: of ik geen zin had in een televisiespecial, een langspeelplaat, een paar films tussen twee reeksen van Moonlighting door?”

Laat maar komen, zei Willis en hij nam het hitalbum The Return of Bruno op; zijn versie van het nummer Respect Yourself haalde zelfs de vijfde plaats in de Amerikaanse top-honderd. Maar hij draaide ook een reeks flops als Sunset, Blind Date, In Country en North. “Als ik terugkijk, kan ik bijna niet geloven dat ik dat allemaal gedaan heb, dat én 65 afleveringen van een televisieshow van een uur. Een echte uitputtingsslag was het. En als je zoveel dingen aanpakt, zitten er onvermijdelijk mislukkingen tussen. Sommige films had ik beter niet gedaan, maar ik neem mijn verantwoordelijkheid voor die keuzes. Wat je vooral niet moet doen, weet ik nu, is toezeggen als een filmproject nog niet helemaal rond is en het script nog niet af. Een paar keer dacht ik: als we hier als een team onze schouders onder zetten, dan wordt het wel wat. Maar zo werkt het niet. Daarom neem ik nooit meer iets aan voor het allemaal op papier staat en het een leesbaar, fascinerend en fantastisch verhaal is. Zoals bij The Sixth Sense. Ik las het script en meteen wist ik: dit moet ik doen. Ach, succes komt en gaat… Soms is een film niet eens slecht, maar slaat hij gewoon niet aan. Bij The Sixth Sense was het net omgekeerd: hij kwam op een ongelukkig moment uit, tegen het einde van de zomervakantie, en tegen alle verwachtingen in werd het een fenomenaal succes.”

Van welke rol hij het meest geleerd heeft? “Ik heb van elke film geleerd en van elk personage. Vooral hoe het niet moet. Film is een intiem medium. Je hangt daar meer dan levensgroot op dat scherm en elke overdrijving, elk breed uitgesmeerd gebaar wordt ongenadig geregistreerd. In een film spelen is niet anders dan elimineren en desondanks een manier vinden om boeiend te blijven.”

Na het geflopte Mercury Risingleek het even of Willis het actiegenre voor bekeken hield. “Na de screening draaide mijn jongere broer David zich naar me toe en zei: elke actiescène in deze film had ik je al eens eerder zien doen. En hij had gelijk: ik had iets te vaak met een machinegeweer in aanslag door een straat gerend en Don’t do it! geschreeuwd. Goed, om je marktwaarde in stand te houden moet je af en toe een grote box office studiofilm maken, maar voor mijn eigen plezier draai ik tussendoor een kleine, onafhankelijke prent zoals Breakfast of Champions.”

Die film, gebaseerd op een roman van Kurt Vonnegut uit 1973, was een droomproject van regisseur Alan Rudolph, die 25 jaar geleden het script schreef maar de film pas kon maken nadat Willis er uit eigen zak 10 miljoen dollar in investeerde. “Het is een stimulerende film geworden met een thema dat nogal gevoelig ligt in Hollywood: ik speel een beroemde en stinkend rijke kerel die stilletjes gek wordt.”

Heel veel moeite kan het Willis niet gekost hebben om zich in die rol in te leven. “Mensen doorsnuffelen mijn vuilnisbak, staan mij op te wachten aan de deur van mijn hotelkamer, beloeren mij vanachter de struiken in mijn eigen tuin. De paradox is dat heel Amerika geobsedeerd is door roem en bekendheid, maar niemand van de beroemde mensen die ik ken, beroemd wil zijn. Ik neem het erbij, of ik probeer dat tenminste, omdat ik hoe dan ook graag in films speel. Je komt op de set, je kent je tekst, je repeteert en je denkt dat je wel weet hoe zo’n scène zal verlopen. Maar soms, als alles meezit, gebeurt er iets totaal onverwachts, iets magisch, dat je het gevoel geeft dat je vliegt. En de mensen die er getuige van zijn, zeggen: ‘Wow, waar kwam dat ineens vandaan? Dat was niet gerepeteerd.’ Het zijn die momenten die acteren cool maken en waar je alles voor over hebt…”

In The Sum of Us toont Willis zowat alle aspecten van zijn persoonlijkheid: nu eens is hij grappig en wild, dan weer stil en filosofisch. “Met het ouder worden ben ik bezadigder geworden. In het echte leven schreeuw ik niet meer en sla ik niet meer wild om me heen. In films kan ik allebei zijn, wild en in mezelf gekeerd, dat is nu juist het opwindende aan acteren.”

The Sum of Us gaat over relatieproblemen en tijdens het draaien liep Willis’ huwelijk op de klippen. Was hij niet bang om zich bloot te geven en kwetsbaarder te zijn dan het publiek van hem verwacht?

“Eigenlijk vind ik het wel spannend om te zien hoe ver ik daarin kan gaan. Een van de meest angstaanjagende dingen in het echte leven is jezelf aan een gewetensonderzoek onderwerpen. Naar binnen kijken en je afvragen: ‘Oké, wat is er nu eigenlijk mis met mij? Wat zijn mijn gebreken, waar schiet ik als mens tekort?’ Als je dat te vaak doet, word je gek. Maar als acteur hoef ik mij niet in mijn eentje in een kamer op te sluiten met een pistool tegen mijn hoofd. Nee, als acteur kan ik op een gestructureerde manier aan zelfonderzoek doen, met de hulp van een regisseur.”

Willis is er trouwens de man niet naar om zich in zelfmedelijden te wentelen. “Ik vond het niet erg om een man in een huwelijkscrisis te spelen. Hij huilde meer dan ik… God ja, iedereen kent ups en downs. Mijn vader was een pijpfitter die zolang hij leefde keihard heeft moeten werken. Wat zou ik dan klagen? Ik heb een goed leven.”

The Sixth Sense loopt in de zalen vanaf 31 december.

Reese Esposito (IFA) / Bewerking Linda Asselbergs

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content