Rustplaats

© THOMAS SWEERTVAEGHER

Ik kom graag op begraafplaatsen. Niet om er stil te staan bij dierbare overledenen – die hebben een vaste plek in mijn hart –, wel om er te wandelen. De serene sfeer die er hangt brengt rust. De sobere of net overdadig versierde graven, de onbekende namen met de soms cryptische of poëtische boodschappen en de jaartallen die zo duidelijk onze eindigheid benoemen, zorgen ervoor dat ik de dagelijkse beslommeringen op slag ga relativeren. Jammer dat begraafplaatsen in ons land vaak sombere plekken zijn, opgetrokken uit grindpaden en stenen met een muur eromheen. Ze zien er allesbehalve uitnodigend uit. Al zijn er hier en daar wel initiatieven om ze te vergroenen en op te waarderen tot funeraire parken (zie pagina 20).

Misschien kunnen voorbeelden in het buitenland wel als inspiratie dienen? Afgelopen zomer bezocht ik Woodland Cemetery, net buiten Stockholm, in Skogskyrkogården. Een prachtige plek voor wie houdt van architectuur en natuur, terecht uitgeroepen tot Unesco Werelderfgoed. De architecten Sigurd Lewerentz en Erik Gunnar Asplund integreerden het crematorium, de kapellen en de begraafplaatsen in een landschap van 250 hectare wilde naaldbossen en heuvelruggen. De wandelpaden meanderen door het bos, waar de sobere graven kriskras tussen de bomen liggen. Als hoe je omgaat met de dood iets zegt over de cultuur van een gemeenschap, dan leert dit ons dat de Zweden niet protserig zijn, en schoonheid zien in het natuurlijke.

Partner Content