Parijzenaardig

© thomas sweertvaegher

Gezellig druk maar nooit té, vriendelijkheid en gastvrijheid alom: Parijs maakte nooit een aangenamere indruk op me dan begin deze maand. De timing vlak na het feestgedruis zat mee, niets zo leuk als rondlopen in een stad die haar roes uitslaapt en voorzichtig weer tot leven komt. Veel coronamaatregelen zoals verkeersvrije straten, nieuwe fietspaden en extra terrasruimte werden ook blijvers. Maar de stad leek vooral die van Emily in Paris, een plek waar metrogangers nooit drummen, chauffeurs nooit in een Franse colère schieten en obers nooit nors zijn.

Volgens zoeksites doet de Netflix-hit de interesse in citytrips naar Parijs pieken. Tot vreugde van de toeristische sector, die maar langzaam herstelt van de pandemie. De jongste zomer was zowel qua internationale gasten (-42%) als Franse bezoekers (-22%) een stuk magerder dan die van ’19, en ook de eindejaarsfeesten vielen tegen.

Ziet de stad toeristen daarom liever komen dan vroeger? “Het is allemaal minder vanzelfsprekend geworden”, beaamt de receptionist van mijn hotel, al wijt hij dat niet enkel aan de lockdowns en reisbeperkingen. De aanslagen in 2015, het woelige protest van de gilets jaunes, de hardnekkige clichés over de Parijzenaars als onsympathiek en arrogant: de stad kampt al langer met tegenwind. Of ik weet dat Euromonitor Parijs onlangs uitriep tot ’s werelds meest aantrekkelijke stad voor toeristen? De volgende dag bezorgt hij me een kopie van het krantenartikel op de kamer. In het deurgat schitteren zijn ogen haast zo fel als de verlichting van de Eiffeloren.

Partner Content