Pierre Darge
Pierre Darge Freelancejournalist

Ferrari is deze maand vijftig geworden. Geen enkele auto spreekt zo tot de verbeelding als het product dat met mondjesmaat uit de fabrieken van Maranello rolt, bij voorkeur in het rood en met het steigerende paardje op de flanken.

Pierre Darge

Ferrari is veel meer dan een auto. De naam alleen al staat voor exclusiviteit, eigenzinnigheid, snelheid en sportieve successen. Ferrari staat ook voor onbereikbare dromen, al troffen we onder de eigenaars zowel industriëlen aan, doordeweekse fabrieksarbeiders als nouveaux riches die hun snelle klim op de ladder bekroond willen zien met het bezit van zo’n potente Italiaan. Het steigerende paardje, het cavallo rampante, is ook al een mythe : het is het embleem dat de meest bekwame vliegtuigpiloot uit de Italiaanse geschiedenis, Francesco Baracca, tijdens de Eerste Wereldoorlog op zijn kist had geschilderd. Baracca schoot liefst 34 vliegtuigen uit de lucht, maar werd uiteindelijk door afweergeschut op de grond zelf uit het vlerk gehaald. Zijn verkoolde vliegtuig werd pas na de oorlog vrijgegeven, samen met een stukje stof met het steigerende paardje. Zijn ouders vereerden de stof als een relikwie, tot ze in juni 1923 tijdens een autorace in Ravenna een buitengewoon moedige coureur aan het werk zagen. Door zijn durf en onversaagdheid herinnerde hij hen dermate aan hun zoon, dat ze hem waardig bevonden om het schildje op zijn auto te voeren. Die jongeman was Enzo Ferrari, toen vijfentwintig en de zoon van een Italiaanse metaalbewerker. Hij was niet alleen een uitstekend vakman, maar ook een getalenteerde racer. Later werd hij teammanager van de Scuderia Ferrari, de renstal van Alfa Romeo, en in 1947 pakte hij zelf uit met een eigen raceauto. Ferrari was toen al 51, zeer eigenzinnig en bezeten door snelheid en succes. Tot op de dag van zijn dood in 1988 zou dat zo blijven. Alles wat er op de hoogste niveaus van de racerij te winnen was, viel Ferrari ten deel, en altijd in veelvoud. Zijn wagens schitterden zowel in Le Mans als in de formule 1-wereld. Ferrari’s wonnen meer dan honderd Grand Prix, en het Italiaanse huis is tot vandaag de dag de enige deelnemer die zowel motor, chassis als versnellingsbak maakt. Ook al is het gezelschap van ingenieurs dat zich in Maranello over de wagens buigt tegenwoordig zeer internationaal gekleurd.

De reputatie van het merk, dat al snel wagens voor de weg begon te bouwen, steunde op twee pijlers : een krachtige motor, bij voorkeur in V12-lay-out, en een subliem koetswerk, meestal van de hand van huisstylist Pininfarina. Het motorvermogen was vaak zo indrukwekkend, dat de rest van de wagen nooit hetzelfde niveau haalde. Paul Frère, ooit winnaar van de 24 uren van Le Mans, herinnert zich dat de remmen vaak ondermaats waren, en de wegligging niet om over naar huis te schrijven. Maar Enzo Ferrari negeerde elke kritiek : al vanaf de helft van de jaren vijftig was zijn présence en zelfzekerheid zo groot, dat geen mens het waagde tegen de stroom op te roeien. En in Maranello was de oude heer al te vaak omringd door een hofhouding van vleiers en ja-knikkers. Alleen de Oostenrijkse racer en drievoudige formule 1-wereldkampioen Niki Lauda durfde hem van wederwoord dienen, en daardoor groeide tussen de oude Ferrari en de jonge Lauda een merkwaardig soort respect, gekruid met ontelbare ruzies. In zijn jongste boek, Mijn derde leven, noemt Lauda, Ferrari de belangrijkste man uit die periode van zijn leven. Maar hij herinnert er de lezer ook aan dat toen hij de avond van zijn zware ongeval op de Nürburgring voor zijn leven vocht, Ferrari al de Braziliaan Emerson Fittipaldi had gecontacteerd om hem te vervangen. Want de race om de wereldtitel moest doorgaan. Met of zonder Lauda.

Tot de beste vrienden van Enzo Ferrari behoorde de Brusselaar Jacques Swaters, die na de Amerikaanse Italiaan Luigi Cinetti de eerste was die buiten Italië Ferrari’s verkocht. Swaters runde later de Ecurie Francorchamps, en verbaasde de wereld een paar jaar geleden, toen Ferrari in Jacques’ eigenste Brussel de wereldpremière van de 456 GT vierde, een dikke week voor het salon van Parijs. De Fransen waren woedend, maar de intimi wisten wel beter : de naaste medewerkers van Enzo Ferrari, die inmiddels was overleden, wilden Swaters met een toets van Italiaanse klasse op die manier een eresaluut brengen voor hun 40-jarige samenwerking.

?Ik wil geen dames beledigen, maar een Ferrari laat zich het best als een minnares omschrijven?, zegt Swaters. ?Het is een auto die maar zelden voor het doordeweekse werk wordt gebruikt. Die voor passie en vuurwerk zorgt, kortom, het allermooiste wat een man kan bezitten en begeren.?

Swaters bezit niet alleen een gigantisch archief over het merk, hij staat nog elke dag op en gaat nog elke dag slapen met Ferrari. En hij droomt bij een goed glas wijn nog graag weg over de tijd van toen. ?Ooit ging ik zelf een formule 1-wagen ophalen in Maranello, want een vrachtwagen was me te duur. Zonder nummerplaten en zonder verzekering legde ik de weg naar Brussel af, zette de motor af toen ik ’s nachts freewheelend door de steden gleed. Bij de grens had ik geen keuze : ik stoof in vliegende vaart voorbij de verbaasde douaniers. Want rijden kon het ding. Al klopt het dat ze bij Ferrari alleen maar in motoren geïnteresseerd waren, terwijl de Engelsen inmiddels over schijfremmen beschikten en tijdens de oorlog van hun vliegtuigbouwers hadden geleerd wat aërodynamica was. Het succes van de productieauto’s is in grote mate te danken aan Pininfarina, die ervoor zorgde dat die sublieme mechaniek door een zeer elegant koetswerk werd afgedekt.?

Dat leidde tot juweeltjes die al jaren de status van classic car hebben verworven. De rij van bijzondere Ferrari’s is eindeloos, de bijhorende namen eveneens : elke autoliefhebber kent wel de Testarossa, de Daytona of de Berlinetta Boxer. De echte fanaten kijken vooral uit naar de wagens uit de jaren zestig, toen productiewagens nog in races uitkwamen en raceauto’s ongeveer meteen de weg opkonden. Uit die tijd dateert het meest legendarische model, de 250 GTO, één van de weinige Ferrari’s die niet door Pininfarina werd getekend maar door dat andere, veel bescheidener genie, Giotto Bizzarini. Die pakte jaren later nog met eigen wagens uit, maar kon Ferrari nooit naar de kroon steken.

Tegenwoordig maakt Ferrari vier verschillende modellen, waarvan er drie door een V12-motor worden voortgestuwd. Met de vierde, de F 355, mochten we onlangs het Vlaamse deel rijden van de Ferrari World Tour, een uniek evenement waarbij wereldwijd een honderdtal journalisten elkaar achter het stuur aflossen om de 25.000 kilometer om de wereld rond te maken. Met die uitdaging willen de Italianen af van het imago dat een Ferrari fragiel, onbetrouwbaar en nauwelijks te rijden zou zijn. Jaren geleden sleutelden monteurs zich suf om de twaalf cilinders harmonieus te laten zingen, en moesten klanten die het onderste uit de kan wilden na een snelle rit terug naar de garage om de motor te laten bijstellen. Het rijden met de F 355 met zijn 3,5 liter V8-motor is in vergelijking met het vroegere geweld een makkie, ook al hoort de rijder op dreef geconcentreerd met de 375 paarden om te springen die zo volmaakt op de achterwielen worden overgezet. Met dit soort wagens is het uitkijken voor overmoed en overschatting. Het went snel, ook in de stad, waar de Ferrari zich dankzij zijn genereus koppel uiterst soepel laat rijden. Wie de teugels wil vieren, kan een top van 295 kilometer per uur halen, maar daar ligt de echte liefhebber niet wakker van. Die gaat voor de geur van leder, voor de sublieme acceleraties, voor het precieze schakelen ook. En voor de passie die zich zo moeilijk laat omschrijven.

De buitenwereld kijkt met gemengde gevoelens naar een Ferrari : in bewondering en met afgunst. Het saaie Europa gunt diegene die het zich kan permitteren zijn snelle Italiaanse plezier niet : in economisch wankele tijden snijdt een snelle Ferrari als een mes door een wereld van werklozen en kansarmen. Het zou niet hoeven : aan geen auto worden zoveel werkuren besteed als aan een Ferrari, geen monteurs zijn zo gespecialiseerd en zo fier over hun werk als de kerels in Maranello, waar een traditie van vakmanschap wordt verdergezet die uniek is in deze wereld. En een Ferrari hoeft niet altijd duur te zijn. Akkoord, voor een nieuwe F 355 moet bijna vijf miljoen worden betaald, maar Ferrari’s die vier tot vijf jaar oud zijn, kunnen al voor anderhalf miljoen van eigenaar wisselen. Met een jaar garantie van de invoerder nog wel.

Paul E. spaarde jaren van zijn lerarenloon en kocht twee jaar geleden uiteindelijk een 308 GT4 uit 1978. ?Ik ging twee jaar lang op zoek naar een rasechte Italiaanse sportwagen, want ook een Lamborghini en een De Tomaso stonden op mijn verlanglijstje. Aan mijn droom hing wel een prijskaartje vast : ik wilde niet meer dan driekwart miljoen uitgeven. Tijdens mijn zoektocht heb ik geleerd dat zelfs Ferrari’s die aanvankelijk bijna dubbel zo duur geprijsd stonden soms wel tot dat bedrag zakken. Omdat ik niet gehaast was, kon ik rustig afwachten tot sommige eigenaars die plots geld nodig hadden hun prijzen milderden. Ik leerde dat de waarde door de klant wordt bepaald. Anderzijds ging ik niet onvoorbereid te werk : ik liep rond in het milieu van Ferrari-eigenaars, kende een paar gespecialiseerde monteurs, sprak met eigenaars die hun wagen niet wilden verkopen en ondervroeg hen over de zwakke punten van de verschillende modellen. Terwijl ik ook nog haarfijn uitrekende hoeveel zo’n wagen me uiteindelijk aan onderhoud zou kosten. Ik ben een freak, maar niet gek en vooral niet rijk. En ik wilde zo mogelijk geen rode Ferrari, omwille van de buitenwereld. Velen vinden een Ferrari ten onrechte decadent, en afgunst vind je overal.?

Paul is na twee jaar rijden met zijn donkerblauwe 348 GT4 niet teleurgesteld, roemt de wegligging, de verfijning, de probleemloze mechaniek en de exclusiviteit van deze Italiaan, waarvan minder dan drieduizend stuks zijn gemaakt. Een van de weinige Ferrari’s ook die door Marcello Gandini, toen in dienst van de carrozzeria Bertone, getekend werd.

?En om met de voeten op de grond te blijven, heb ik als contrast ook nog een piepkleine Fiat 500 uit de jaren zestig in de garage staan. Die moet ik eerst verplaatsen eer ik met de donkerblauwe Dino de weg opkan.?

Pininfarina puur : het front van de 456 GT, de motor en de aandrijflijn. Rechtsonder : de jongste Ferrari, de 550 Maranello.

Veertig jaar vriendschap en passie voor Ferrari : Enzo Ferrari (links) en de Belg Jacques Swaters. Onder : sportief nog steeds in de hoogste regionen : Michael Schumacher met de Ferrari F1.

Partner Content