Liefde op het eerste gezicht

© thomas sweertvaegher

Zestig items per persoon, oftewel 170.000 ton. Zoveel textiel dumpen wij, Belgen, elk jaar. Daarmee zijn we de absolute koploper in Europa. Het is ontstellend veel, en het neemt elke twijfel weg: mode is een wegwerpproduct geworden. Oxfam roept op om in september een maand lang geen nieuwe kleding te kopen, maar tweedehands een slagje te slaan. Gelukkig wordt er ook 92 procent gerecycleerd. Acties zoals die van Oxfam zijn uitstekend om het probleem onder de aandacht te brengen, maar het is lang niet voldoende.

We moeten dringend anders naar onze garderobe kijken. Kiezen voor kleding waarmee je een liefdesrelatie hebt, geen onenightstand. De snit, het materiaal en hoe iets gemaakt wordt zijn belangrijk, niet hoe het op sociale media de aandacht trekt. Minder, maar waardevoller. Dus niet zozeer consuminderen, maar consubeteren.

Ik breek daarbij graag een lans voor Belgische merken. Ze zijn goed voor onze lokale economie, ze plaatsen kwaliteit en pasvorm voorop, én ze zetten de broodnodige stappen om hun stoffen en productiemethodes te vergroenen. Sommige doen dat zelfs zeer radicaal. Marina Yee, het minst bekende lid van de Antwerpse Zes, lanceert na al die jaren voor het eerst haar eigen label en ze doet dat met deadstock, ongebruikte stoffen en items waarmee ze een nieuwe collectie creëert (zie p. 24). Circulaire mode, het is ontegensprekelijk de toekomst.

ruth.goossens@knack.be

Partner Content