Tessa Vermeiren
Tessa Vermeiren Tessa Vermeiren is voormalig hoofdredactrice van Knack Weekend

De kift die ontstond rond het mogelijke gebruik van de Antwerpse Bourlaschouwburg voor akoestische rockconcerten, is een perfecte illustratie van de huiver waarmee het establishment in dit land jonge creativiteit gadeslaat. In plaats van geboeid te volgen wat er bij de twintigers en de vroege dertigers in steden als Brussel, Gent en Antwerpen gebeurt op het vlak van muziek, beeldende kunst, film, mode, design, reclame, media en alle aanverwante broeihaarden van ideeën en vernieuwing. Het lijkt wel of veel van die heren en dames een loden schort dragen om zeker niet besmet te worden door de straling van deze kernen van energie. ?Hou ze toch asjeblief uit ons gezichtsveld, die jonge geweldenaars.?

Er zijn pogingen van de Vlaamse minister voor cultuur Luc Martens om zijn gezichtsveld te verruimen. Zijn beslissingen en keuzes worden echter niet zelden geïnspireerd door opiniemakers die vaak zelf al een soort gevestigde waarde zijn en favoritisme bedrijven. Er zijn ook een aantal gemeentelijke beleidsvoerders die proberen met weinig middelen ruimte te scheppen.

Maar de algemene indruk is dat die grote creatieve explosie, waarvan in deze Mode Dit is Belgisch (op het beperkt terrein van de mode) ook weer eens een overtuigend bewijs wordt geleverd, nauwelijks doorgroeimogelijkheden krijgt. Internationale platformen vinden creatieve mensen wél, op eigen houtje. Hun sterke persoonlijkheid en originaliteit worden in de meest bruisende en boomende centra op de wereldkaart hogelijk gewaardeerd. Maar ook als ze daar al gearriveerd zijn, blijven ze hier behoren tot een soort tegencultuur. Je ziet ze niet in de salons waar de blauwe-pakken-wereld netwerkt. Ze voelen zich er niet verwant mee. En de blauwe-pakken-wereld gaat alleen naar die creatieve wereld toe met een gratis uitnodiging van een sponsor. Niet zozeer geïnteresseerd in werk, ideeën of potentieel, maar wel in de gelijkgestemden die ze zullen ontmoeten op de receptie achteraf. Creativiteit wordt hier gebruikt als glijmiddel voor het zakendoen, veel te zelden als inspiratiebron voor andere of nieuwe vormen van ondernemen.

De Britse premier Tony Blair is ongetwijfeld een showbeest. Maar het feit dat hij om zijn eerste honderd dagen te vieren een feest aanrichtte met de hele creatieve sector, is in Groot-Brittannië in goede aarde gevallen. Als de ultieme erkenning van wat dat soms anarchistisch volk voor de revival van een stad als Londen betekent, en de afstraling daarvan op de rest van de wereld. En bovenal als een stimulans om door te gaan. De Blairs die met de Clintons niet in de traditionele burgerlijke Savoy gaan eten maar wel in de veel swingender Pont de la Tour, veel serieuze waarnemers zullen het afdoen als pure frivoliteiten. En toch zijn het signalen die iets aangeven over het afschudden van decennialang opgehoopt stof. Over nieuwe omgangsvormen tussen de macht en de creatieve wereld.

Om het imago van Vlaanderen op te poetsen tegen 2002, haalt de Vlaamse premier nog wat meer vendelzwaaiers boven. En de federale eerste minister vertelt in de media trots dat hij zijn pakken koopt bij C&A, en vertoont zich overal ter wereld met zijn eega in de meest onmogelijke outfits. Hoe wil je in godsnaam dat al dat jong volk met zijn bergen talent niet gefrustreerd raakt als het dit soort mensen bezig ziet ? En toch gaat het koppig door, gaat het vaak ook kopje onder door een gebrek aan financiële en andere ondersteuning, door het botsen op onbegrip. Het Blair-gehalte van onze machthebbers is immers zeer laag. De angst voor de rustverstorende kracht van creativiteit zeer hoog.

Tessa Vermeiren

Partner Content