Pierre Darge
Pierre Darge Freelancejournalist

Mauretanië is misschien geen land voor het grote toerisme. Maar voor wie de woestijndoop doorstaat, is een rit door de leegte fascinerend.

Tekst en foto’s Pierre Darge

Toeristen houden van evenementen, van kunstschatten of fraaie gebouwen, en van goedkope souvenirs die niets kosten en waarop ze toch graag afdingen. Maar sommige reizigers weten ook leegte te appreciëren en de weg die nergens heen leidt. Daarom wellicht kan een tocht door Afrika zo’n opstoot van enthousiasme en verrukking zijn. Wie is grootgebracht in een maatschappij die mensen naar de maan stuurt, vergeet licht dat ware inventiviteit in de eenvoud ligt. Kort voor ik naar Mauretanië vertrok, hoorde ik in Brussel het verhaal van een Vietnamese dokter die zich de afgunst en bewondering van zijn westerse collega’s op de hals haalde, omdat hij bij chirurgische ingrepen slechts minuscuul kleine littekens achterliet. Ze prezen hem om zijn esthetisch verantwoorde kunde. Dat begreep de dokter niet zo goed : het was hem niet om esthetica te doen, maar om het sparen van chirurgische draad waaraan er in zijn land zo’n tekort is.

Vietnam is Afrika niet, maar de reflex is dezelfde : arme landen hebben minder gesofisticeerde instrumenten, maar er wordt dieper doorgedacht over alledaagse dingen. In Afrika zie ik beter waar Europa ontspoort, verheug ik mij telkens weer over zoveel inventiviteit. Bij mijn terugkeer betaal ik de tol in de vorm van ergernis over de contradicties in onze maatschappij die bulkt van de overvloed en vergaat in haar afval. Die na elk plasje acht liter drinkbaar water door het toilet jaagt, en wakker ligt van de kleur van een brilmontuur.

Wat deze autotrip in zowat het armste onder de Afrikaanse landen voor mij aantrekkelijk maakte, was de eenvoud van het ter beschikking gestelde vervoermiddel. Geen gesofisticeerde Japanse terreinwagen maar een Peugeot PartnerGrand Raid : een bescheiden voorwielaandrijver en het tweelingzusje van de Citroën Berlingo, waarvan gesuggereerd wordt dat het een nieuwe deux-chevaux wordt. Misschien wat overdreven, maar het idee was er, om alleen de essentie voor de automobilist over te houden en alle overbodige luxe achterwege te laten. Ook de bagage bleef bescheiden. Achter in de wagen : een slaapzak, een drinkbeker, een vernuftige versie van het fameuze Zwitserse mes, compleet met lepel, vork en mes, dat geplooid in een klein zakje in de broekzak kan. Een schop en twee zandladders, een box met wat eten voor onderweg en een noodrantsoen, verpakt in een ondoorzichtig plastic foedraal. De radio, voorzien van een loodje, is alleen in noodgevallen te gebruiken. Flessen met water en een luxe gadget, met een knipoog naar de koffiedrinker die ik ben : twee bekertjes Baritalia, een dubbelwandige beker met een reservoir onderaan. Als je de bodem indrukt, komt een onzichtbare chemische reactie op gang die de koffie in 40 seconden heet maakt. Ingenieus op zijn westers, decadent bijna, in een land waar theedrinken tot een ritueel is uitgegroeid : elke reiziger wordt voor alles op drie kopjes hete thee vergast, zodat hij zich op zijn gemak voelt.

De weg van Atar naar Bennichchab staat niet op de beroemde Michelinkaart nummer 953 die het hele westen van Afrika bestrijkt. In dit deel van Afrika kan men beter op de Transafrique vertrouwen, de jaarlijkse bijbel van de Touring Club de Suisse en Peuples et continents in Brussel. Achterin vindt de gebruiker de bon de mise à jour, voor de correcties die hij zelf wil insturen en waarvoor hij in ruil, als zijn opmerkingen in de nieuwe uitgave zijn gebruikt, een gratis exemplaar ontvangt. Voor ons traject leert de bijbel alleen dat er slechts pistes zijn waarvan enkel de eerste 28 kilometer beschreven staat : piste montagneuse et excellente. Ensuite, forte tôle ondulée. Toch is zo’n rit van pakweg 700 km door het zuidoosten een pakkende belevenis, omdat het authentieke Afrika er wacht en omdat geen reiziger zich die naam kan toe-eigenen voor hij door de woestijn is getrokken om wat Paul Bowles?le baptème de la solitude? heeft genoemd te ondergaan. Elke fout wordt er afgestraft, iets wat we zijn verleerd. In onze westerse maatschappij weten de allerhandigsten altijd wel een legertje advocaten bijeen te halen om aan de gevolgen van hun fouten te ontkomen. Wie met de wagen door Afrika reist en te hard gaat, maakt brokken en dat is wel het laatste waar men naar uitkijkt in dit schrale landschap. Wie te traag gaat, komt niet vooruit, wordt dooreen geschud op de golfplaat, eindigt ziek van ellende en ongemak. Elke kilometer dreigt het spook van het vastrijden in het zand. Dat hoeft niet erg te zijn, het is wel vermoeiend op de hete middag en ontmoedigend. Moeilijk voor de verstandhouding ook, omdat elke bijrijder denkt dat hij zich beter uit de slag had weten te trekken dan de chauffeur. Er is maar één oplossing : wat humor, de gulden middenweg, uitkijken naar parallelle pistes waar minder zand ligt, of minder golfplaat. En verstandig omspringen met de bandendruk : met 1,2 bar komt men nog wel door het zand, maar niet door de scherpe stenen ; met 2,5 bar is het net andersom. Dat betekent om de haverklap lucht aflaten, of juist bijpompen. Soms vervelend, maar wonderlijk efficiënt.

Na vijf uur rijden hebben we 140 km afgelegd, zijn we voorbij Atar door de bergen gereden die door de elementen van hun tanden zijn beroofd, stukgesprongen door de hitte, met een kraag van zand die tot hun kin reikt. Een hallucinant landschap dat overgaat in een vlakte met korte struiken, later in een steenwoestijn, in pistes die telkens weer door het zand worden ondergewaaid. De dorpen zijn geen dorpen, slechts een paar huizen, enkele hutten, kinderen die komen aangedraafd met dat ene zinnetje Frans dat ze al zo vaak hebben herhaald : donne-moi un cadeau. Terwijl we even verpozen, steekt de wind op, daalt een mist van stof over het landschap neer. Op de achtergrond keren de vrouwen naar hun hutten terug, gevolgd door hun kinderen, licht voorovergebogen in de wind, hun sluiers rond hun benige lijven. De elegantie van de armoede, door Magnum-fotograaf Sebastiao Salgado al zo mooi in beeld gebracht tijdens de Sahel-droogte die het leven in dit deel van Afrika zo bruusk heeft dooreengegooid.

De Adrar, waarvan Atar de hoofdstad is, is de bakermat van de dynastie van de Almoraviden, wier hoofdstad Azougui tot ruïnes is verwaaid. Het gebied werd oorspronkelijk bewoond door zwarten die door berbers uit het noorden tot bezuiden de Senegal werden verdreven. In de Adrar heersten de Bafours die zowel geduchte krijgers als uitstekende landbouwers waren, maar waarvan men niet eens weet of ze blank of zwart waren. Zeker is dat ze verantwoordelijk waren voor het aanplanten van nekh al Befour, de voorlopers van de dadelplantages, de enige rijkdom van de streek. Na de Arabische invallen kwam zich ene Abdallah Ibn Yasin, hoofd van de Lemtouna uit Marokko in Mauretanië vestigen en stichtte er een religieuze orde. De strijdende gelovigen, el Merrabetin (vanwaar het woord maraboet is afgeleid en in het Spaans vertaald als Almoraviden) stichtten na zijn dood een rijk dat zowel naar het zuiden als naar het noorden uitdeinde, en dat pas bij de muren van het Spaanse Valencia tot staan werd gebracht.

In de 13de eeuw werd er het huidige Chinguetti gesticht, één van de zeven heilige steden van de islam, en het verzameloord voor de bedevaarders uit heel West-Afrika op weg naar Mekka.

Maar de droogte heeft het aangezicht van het hele land veranderd. Het zand is overal opgerukt. Chinguetti, dat over een rijk bibliofiel patrimonium beschikt (in handen van privé-families), wordt met verstikking bedreigd. Zelfs de nomaden zijn naar het zuiden getrokken, waar ze niet met open armen worden opgewacht.

?Nee, er zijn nauwelijks nog nomaden?, zegt de jonge monteur die in het tentenkamp wat klusjes opknapt. Hij is in Atar geboren en liep school in Nouakchott. ?De zwervers hebben zich teruggetrokken in steden en dorpen, waar we het water van steeds dieper moeten oppompen. Zout water welteverstaan, slecht van smaak en vaak besmet door ongedierte. We zijn nu de speelbal van de Wereldbank, maar er zijn ook hoopgevende veranderingen op til. Neem mijn ouders, aan wie ik nog altijd niet durf te bekennen dat ik mechanica heb gestudeerd. Omdat het voor hen ondenkbaar is dat een blanke een tournevis beroert. Onze president wijst die mentaliteit af, en ik hoop dat de generatie van mijn ouders de laatste van deze soort zal zijn.?

Als de avond vordert, drinken we thee die de Moor niet optimaal vindt van smaak. ?In de beste thee herkent men de vrouwenhand die hem heeft gemaakt. Die ontbreekt hier.? Later vertelt hij over vrouwen, over het respect dat mannen voor hen opbrengen in een regio die bekendstaat voor de overheersende rol van de vrouw. Hij stuurt al zijn geld naar huis, maar eindigt zijn verhaal met de nuchtere vaststelling dat echtscheiding maar één woord is. Als de man het uitspreekt, komt een einde aan het huwelijk en leeft de vrouw verder als een verstotene.?

We hebben geluk gehad, de woestijn is mild geweest voor ons vannacht. Aan de voet van de flauw oplopende duin is de temperatuur nooit beneden de 15 graden gedaald en de wind is gaan liggen. ’s Morgens wordt een half emmertje water gebracht en een grote pollepel, ruim voldoende voor een woestijntoilet. Na het eten laat ik de groep even links liggen en zoek een plekje op de duin waar de stemmen nauwelijks te horen zijn. Om even van de woestijn te genieten.

’s Anderendaags loop ik monsieur Jean tegen het lijf die in Nouakchott de ambassades van verfijnd voedsel voorziet. Ik vraag hem of hij de SundayTimes Magazine van een paar maanden geleden gelezen heeft waarin bewijzen worden aangebracht van de slavernij in dit land, en van slavenmarkten. ?Ik weet van geen slavernij, ken wel slaven die na de afschaffing van de slavernij in 1970 bij hun meesters zijn gebleven. Of waar dacht u dat ze heen konden ?? We praten over de schoonheid van de leegte, over de verandering van het landschap. ?Parfois, la nuit arrange la dune?, zegt hij, wijzend op de duinen achter ons. ?Ze liggen er verwaaid en slordig bij, en in één nacht glijdt alles weer ineen tot volmaakte harmonie. Sorry dat ik me zo laat gaan, parfois je suis poète.?

De wagen houdt zich goed, glijdt soms over de carterbescherming, op de buik door het zand. Alleen bij het rijden op harde ondergrond kan men zich even ontspannen, anders is elke seconde concentratieverlies goed voor verzanding, uitgraven, duwen. Lastig maar leerrijk : hier spot men niet met de natuur, hier wordt stof gegeten en gedronken, hier knarst zand tussen de tanden. In een dorp van 40 verwaaide huizen wil ik foto’s maken en betaal pennen en petten in ruil voor portretten. In een deuropening, het volle licht op het gezicht, zit een jongeman met volmaakte, regelmatige trekken. Hij knikt als ik probeer te vragen of ik een foto nemen mag, maar verroert zich niet als ik hem verzoek om buiten voor de deur te gaan zitten. Onverstoorbaar fier blijft hij op zijn plaats, kijkt recht in de lens, laat dan een flauwe glimlach zien. Als ik de auto start, zie ik hoe drie grote jongens een kleinere bijna murw slaan om het pas verworven schrift dat hij onder de arm geklemd houdt.

Op de markt van Atar voel ik opnieuw de gêne van de westerling die door de miserie waadt, langs blinden en kreupelen. Spijt om de portretten die ik niet kan schieten, om de talen die ik niet spreek, en machteloosheid om de armoede waaraan zo weinig te verhelpen valt.

Onder de hangar van het vliegveld van Atar wacht bij mijn terugkeer een verrassing. Ik heb Jean-Marie, de dwerg met de negen vingers en de naar binnen staande voeten, twee jaar eerder ontmoet bij de doortocht van de Egyptische woestijn. Hij grijnslacht van achter zijn twee brillen, terwijl hij zich opricht van de vliegtuigmotor waaraan hij bezig is. Hij moet 55 zijn of daaromtrent, begon 20 jaar geleden met vliegen, eerst zonder brevet, daarna langs de officiële weg. Geen mens begrijpt hoe hij met zijn kleine gestalte een vliegtuig kan besturen, laat staan een brevet halen, maar de beste piloten hebben hem als monteur wat graag aan hun zijde. En hij is dol op de vrijheid die de Afrikaanse lucht biedt. ?Ik ? Een nomade ? Dat is overdreven?, zegt hij. ?Ik probeer mijn tijd zo goed mogelijk door te komen. Ik heb met 100 verschillende vliegtuigen gevlogen, maar geen een werd zo slecht onderhouden als dit kreng hier. Terwijl ik durf te wedden dat de eigenaar denkt dat hij een Rolls-Royce in handen heeft.?

Jean-Marie overleefde een noodlanding in de Sahara en staat bekend om zijn miraculeuze technische ingrepen, terwijl hij volhoudt dat het allemaal te maken heeft met gezond verstand.

Ik vertel hem dat ik de voorbije twee jaar vaak aan zijn opmerkelijke uitspraak heb gedacht als zou elk probleem minstens twee oplossingen hebben.

?Maar heb je ’t ook in de praktijk gebracht ??, grijnslacht hij. Ik moet toegeven dat het niet altijd is gelukt en ik weet wat hij zal antwoorden. Dat het alleen mijn schuld is, omdat ik niet inventief genoeg ben geweest. ?Natuurlijk?, zegt hij. ?Maar wanhoop nooit, je moet blijven proberen, dan zal je zien dat het altijd lukt.?

De enige schat in de woestijn : water voor de dieren, hier op weg naar Bennichchab. Rechts boven : een reizigster in Atar, discreet maar nieuwsgierig. Onder : de Peugeot Partner, eenvoudig en efficiënt.

De Akchar : een eindeloos landschap van rotsen en versteende struiken.

Partner Content