Claire Tillekaerts

© Titus Simoens

Voormalige advocate en huidige voorzitser van de Regentenraad van de Nationale Bank Claire Tillekaerts (65) neemt eind deze maand afscheid van het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen, dat ze sinds 2012 leidde.

Moeilijk gaat ook. Als kind vloekte ik weleens op mijn ouders en hun hoge verwachtingen, maar mijn doorzettingsvermogen heb ik grotendeels aan hen te danken. Altijd het beste van jezelf geven, wat de omstandigheden ook zijn: naar dat voorbeeld heb ik zelf ook geleefd. Nu mijn pensioen nadert, kijk ik met een gerust hart in de spiegel: was het soms toch niet goed genoeg, dan lag het aan mijn beperkingen, niet aan een gebrek aan wilskracht.

Als CEO gaat het niet om je titel, maar om wat je doet. Gewoon op die stoel gaan zitten en de boel van bovenaf besturen: dat werkt niet. Respect van je medewerkers krijg je alleen door samen met hen in de klei te staan. Sowieso heb ik altijd gedacht dat leidinggevenden maar een schakel zijn. Wil je als organisatie vooruitgaan, dan moet iedereen het beste van zichzelf geven.

Enkel idioten stellen zichzelf nooit in vraag. Ik heb een aanwezige persoonlijkheid en zeg makkelijk wat ik denk – dan noemen mensen je snel zelfverzekerd. In werkelijkheid twijfel ik veel aan mezelf. Zit mijn aanpak goed, zal ik een bepaalde uitdaging wel aankunnen: zoals veel vrouwen ben ik daar veel mee bezig. Geloven in jezelf, dat krijgen toch vooral mannen mee. Anderzijds wíl ik ook niet stoppen met twijfelen – beter dat dan almaar verder in de verkeerde richting lopen of snel tevreden zijn.

Qua gender denken we nog altijd in stereotypen van driehonderd jaar geleden. Een knutselhoek voor de jongens, poppen voor de meisjes: de klassieke rolpatronen worden er vanaf het prille begin ingehamerd. Ik wens niets liever dan dat iedereen in alle vrijheid zijn eigen keuzes kan maken – welk pad mensen ook volgen – maar dat is nog veraf. Als vrouw een gezin én een carrière hebben of als man niet de kostwinner zijn: dan worden je op allerlei manieren schuldgevoelens aangepraat, en de genderkloof qua ondernemerschap en vertegenwoordiging in topfuncties is navenant. Als westerlingen wijzen we anderen graag de weg, maar zelfs een basisvereiste als gelijke verloning hebben we nog altijd niet voor mekaar gekregen. Over welke vooruitgang heb je het dan, denk ik soms.

‘Altijd het beste van jezelf geven, wat de omstandigheden ook zijn: naar dat voorbeeld heb ik zelf ook geleefd’

Het is geen schande om te vallen, maar wel om niet op te staan. Die uitspraak van Jacob Cats (17e-eeuwse dichter, red.) bevat meer waarheid dan ik dacht. De plotse dood van mijn eerste man toen ik 34 was en enkele jaren later die van mijn beide ouders, de roofmoord op mijn oudste dochter Aurore in 2013, te horen krijgen dat je borstkanker hebt: telkens als ik dacht dat mijn veerkracht nu wel op was, vond ik ‘m toch terug. Wil dat zeggen dat mijn tegenslagen me sterker gemaakt hebben en dat ik nu alles aankan? Helemaal niet: ik denk haast voortdurend aan alles wat mijn dierbaren zou kunnen overkomen, al probeer ik mijn angsten wel te temmen. Als je anderen overbeschermt, verpest je hun leven en dat van jezelf erbij.

Je kunt pas leren van de geschiedenis als je die ook kent. Aurore was daar als lerares enorm mee bezig, dus heb ik na haar dood mee een stichting rond herinneringseducatie opgericht, zodat jongeren weten hoe manipuleerbaar mensen zijn en tot welke wreedheden intolerantie en extreme denkbeelden kunnen leiden. Kunnen we met onze projecten iedereen bereiken en weerbaar maken? Nee, maar als je zo redeneert, doe je niets en blijven we de fouten van het verleden herhalen.

Verdriet is verdriet. Mensen aarzelen soms om dingen met me te delen omdat ik zelf zoveel heb meegemaakt, maar dat heeft eigenlijk geen belang – als je verdrietig bent, dan is dat gewoon verdriet en dan verdient dat ook erkenning. Sommige zaken zijn sneller verwerkt dan andere, maar afwegen wat erger is of andermans pijn minimaliseren, dat is onfair en respectloos. Als zorgend type kán ik ook niet zo denken. Mijn moeder noemde me als kind de sint-bernard van de familie – als ik anderen maar uit de nood kon helpen.

Ik wil mijn geluk onder ogen zien. Mijn vader had als kind de oorlog meegemaakt en kon maar studeren dankzij de hulp van een oom en tante – thuis hoorden we vaak dat onze mogelijkheden niet vanzelfsprekend waren. Toen ik als advocate ging werken en voor het eerst met gruwelijke feiten te maken kreeg, is dat bewustzijn alleen maar toegenomen. Opgroeien zonder dat je iets tekortkomt, in een gezin waar geen geweld heerst, met alle kansen om jezelf te ontplooien: dan mag je jezelf geprivilegieerd noemen.

Partner Content