Bamia (Okrastoof)

© Elza Jo Tratlehner

Voor 4 personen

40 ml zonnebloemolie

500 g lamsrib, op kamertemperatuur (tip: laat het vlees door je slager in stukjes van 4 x 2 centimeter snijden)

2 laurierbladeren

1 ui, gepeld, 600 ml kokend water

1 tl zout, 500 g tomatenpassata

2 el tomatenpuree

5 knoflooktenen, geraspt of geperst

400 g okra, middelgroot, uit de diepvries

Sap van 1 citroen (2 als je Irakees bent)

1. Verhit de olie in een pan op middelhoog vuur. Schroei de ribstukken dicht en rondom bruin, dit duurt ongeveer 3 minuten per kant. Voeg de laurier en de hele ui toe. Bak 3 minuten mee.

2. Voeg 600 milliliter kokend water toe en breng het geheel opnieuw aan de kook. Draai het vuur laag en leg een deksel op de pan. Kook het vlees tot het bijna gaar is – afhankelijk van het vlees duurt dit gemiddeld tussen de 30 en 45 minuten. Prik na 30 minuten met een vork in een stuk rib; als de vork makkelijk door het vlees gaat, is het bijna gaar.

3. Schep een kop bouillon uit de pan en houd die apart. Voeg het zout toe en laat het vlees verder sudderen tot al het vocht verdampt is.

4. Zet het vuur hoger, voeg de tomatenpassata en tomatenpuree toe en bak mee gedurende 3 minuten, schep regelmatig om. Bak de knoflook 1 minuut mee. Voeg de okra’s toe en bak 5 minuten mee, waarbij je probeert de okra’s zo min mogelijk om te scheppen om te voorkomen dat ze uit elkaar vallen. Schud de pan heen en weer om de okra’s te mengen. Roer de achtergehouden kop bouillon door de stoof en laat de bamia 20 minuten zachtjes sudderen. Breng op smaak met citroensap en serveer met basmatirijst.

Partner Content