Lene Kemps
Lene Kemps Lene Kemps is de hoofdredactrice van Knack Weekend.

Voor de tweede keer kende het Weekend Knack modeteam een prijs toe aan de meest eigenzinnige collectie van de Antwerpse Academie. Het werd tweedejaarsstudent Angelo Figus, die verbluffende silhouetten toonde. Het uitgangspunt : een ongeval. Het resultaat : stijlvolle, maar onevenwichtige heren.

Lene Kemps / Productie : Olivier Rizzo Foto’s : Ronald Stoops / Grooming : Inge Grognard / Model : Jan bij Steff

Hij excuseert zich voor zijn Nederlands. ?Het is zo’n moeilijke taal. Het praten is uiteindelijk nog meegevallen, maar je zou mijn briefjes moeten lezen?, zegt hij. ?Mensen moeten er altijd om lachen.? Boven Sicilië, onder Corsica, daar komt hij vandaan. Sardegna. Dat hij mode wilde studeren heeft hij altijd geweten. Naar aloude Versace-en-Dolce-en-Gabbana-traditie was zijn moeder naaister en is hij opgegroeid tussen de lapjes stof en modetijdschriften. ?Ik hou van mode, van verschillende ontwerpers om verschillende redenen. Ik herinner me de insecten van Romeo Gigli en een collectie van Koji Tatsuno van drie jaar geleden. Nu hou ik van Westwood, McQueen en Galliano. En van Margiela natuurlijk. Hij is echt geniaal. Margiela forever.?

Studeren in Milaan bleek onbetaalbaar, zowel de huurprijzen als de school, en toen hij in een tijdschrift de Antwerpse Academie ontdekte ?Het waren foto’s van de collectie van Olivier Rizzo trouwens? , was zijn keuze snel gemaakt. ?De school is buitengewoon. Men stimuleert je om veel uit te proberen en als het niet lukt, staat men klaar om je te helpen. Het leven is hier ook bijzonder aangenaam, je kan met minder geld nog relatief goed leven.?

Angelo Figus’ tweedejaarscollectie was ronduit verbazend. Hij toonde silhouetten die het gevolg zijn van een ongeval. Kleren die vervormd worden door een beweging. De een valt van zijn paard. De ander vliegt door de voorruit van een Rolls. Een derde wordt gewurgd door een golfstick. Een extreem uitgangspunt, draagbare stukken. ?De coupe moest kloppen, dat was een voorwaarde die ik mezelf had opgelegd. Ik wil de band met de werkelijkheid bewaren en echte kledingstukken maken. Het gaat me niet louter om de boodschap, ook om de draagbaarheid.?

Je coupes zijn verbluffend. Dat moeten ingewikkelde patronen zijn geweest.

Angelo Figus : Ik maak geen patronen. Ik heb erg nauwkeurige schetsen. Als ik teken, zie ik het in drie dimensies voor me. Daarna werk ik onmiddellijk op de buste.

Ik wilde een coupestudie maken van de klassieke mannengarderobe : het kostuum, de smoking, de overjas, het rijjasje… Met alle details erop en eraan. Alles moest correct zijn, zoals het hoort. Ik heb ook met heel typische en traditionele stoffen gewerkt : camel, krijtstreep, wit katoen… Maar ik wilde niet bij dat klassieke stuk blijven stilstaan, ik wilde er iets anders mee doen. Ik hou van die luxueuze couture-stijl voor mannen, van die Savile-Rowtraditie, maar niet als een eindpunt. Veeleer als een begin van iets nieuws.

Je hebt van het eerste tot het laatste model alles zelf genaaid, geknipt en in elkaar gezet, heb ik vernomen. Wat een energie.

Nee, ik ben gewoon gek.

Ook je toiles, de katoenen uitprobeersels, zijn erg gedetailleerd.

Ik wil dat alles perfect is, zelfs de toile. Ik kan niet tevreden zijn met iets wat gewoon in de buurt komt van mijn ideaal, het moet dat ideaal zijn. Ik denk dat ik tien kilo toiles heb gemaakt, van sommige silhouetten heb ik er zes.

Waarom een mannencollectie ?

Eigenlijk wilde ik een vrouwencollectie maken, tot ik een psychologisch boek las over hoe mannen in deze maatschappij functioneren. Als je de clichés op een rijtje zet, zijn ze nog steeds erg macho : viriel, gedreven, ambitieus en arrivistisch. In competitie met elkaar. Soms zijn ze het slachtoffer van het leven dat ze leiden. Dat idee boeide me. In de eerste schetsen die ik van de zakenman in krijtstreeppak maakte, wordt hij door zijn attaché-case verder getrokken. Hij heeft zijn leven niet meer onder controle, zijn ambities bepalen zijn doen en laten. Ik heb hem gemuilkorfd de catwalk opgestuurd omdat zulke mannen zichzelf uit vrije wil het zwijgen opleggen.

In elk silhouet zit beweging. Het leven van die mannen is uit evenwicht, het wordt beheerst door snelheid, niets is statisch, alles verandert. Bij de zakenman worden de kleren naar beneden getrokken. In de golf-outfit zit een spiraalvorm. Bij de vossenjager die van zijn paard is gevallen, wordt het hele silhouet naar achter gerukt. Bij de Bristol-man die door een auto werd meegesleurd, zijn de kleren omhoog getrokken. De chauffeur die door het raam van de Rolls Royce vloog, is als het ware in twee gescheurd.

Men bestempelde je collectie direct als de Crash-collectie. Naar de Cronenberg-film.

Ik heb me veel meer laten inspireren door Bleu van Kieslowski. Ik hou van de sfeer van die film. Crash kwam pas veel later, toen ik al druk aan het werk was en ik vond dat een erg ongelukkig toeval. Om alles te laten vallen en opnieuw te beginnen was het toen te laat, maar ik heb mijn collectie toch een beetje een andere richting uitgestuurd. Ik wilde de associatie met die film beslist vermijden.

Mijn broer heeft vorig jaar een erg auto-ongeval gehad en dat heeft me zwaar aangegrepen. Ik denk dat ik die schok op mijn manier heb willen verwerken, als een soort exorcisme. Maar zeker niet op de Crash-manier.

Bij het Barclay-defilé doken plots twee nieuwe silhouetten op : een tennisongeval en een bootaccident.

Ik had tien dagen vakantie en ik dacht : laat ik nog wat werken. Misschien ben ik echt wel gek, want nu ben ik natuurlijk helemaal niet uitgerust.

Partner Content