De cirkel is rond nu architecte Inge Watteeuw zich opnieuw in Brugge heeft gevestigd. Als vijftienjarige vloog ze uit en ruilde ze de provinciehoofdstad in voor Brussel. Ze studeerde interieurarchitectuur in Gent, waarna ze haar toekomstige echtgenoot ontmoette op een architectuurworkshop in Turijn. 'De verplichte legerdienst hing hem toen boven het hoofd. Als alternatief op de inlijving bij het leger kon hij twee jaar lang meedraaien als ontwikkelingshulp in het buitenland. Thailand, Mauritius of Zambia. Hij koos voor het laatste en ik ging mee', vertelt ze. 'Met de garantie dat ik er ook als interieurarchitect aan de slag kon blijven. Ik wou mijn job bij Architectenatelier Boud Rombouts niet achterlaten voor wat tropische bezigheidstherapie.'
...

De cirkel is rond nu architecte Inge Watteeuw zich opnieuw in Brugge heeft gevestigd. Als vijftienjarige vloog ze uit en ruilde ze de provinciehoofdstad in voor Brussel. Ze studeerde interieurarchitectuur in Gent, waarna ze haar toekomstige echtgenoot ontmoette op een architectuurworkshop in Turijn. 'De verplichte legerdienst hing hem toen boven het hoofd. Als alternatief op de inlijving bij het leger kon hij twee jaar lang meedraaien als ontwikkelingshulp in het buitenland. Thailand, Mauritius of Zambia. Hij koos voor het laatste en ik ging mee', vertelt ze. 'Met de garantie dat ik er ook als interieurarchitect aan de slag kon blijven. Ik wou mijn job bij Architectenatelier Boud Rombouts niet achterlaten voor wat tropische bezigheidstherapie.' Aangekomen in Lusaka startte Watteeuw bij Lorenz and Ndilila Architects, waar ze mee kon tekenen aan een ziekenhuis. 'Het was een fantastische ervaring. In onze vrije tijd bezochten we ook alle buurlanden. Congo, Zimbabwe, Tanzania, Malawi, Namibië, Botswana. Zelden kwam ik terug zonder souvenir. Een mooi kunstobject of gebruiksvoorwerp.' Wat dertig jaar geleden startte met een eenvoudig houten vliegtuigje, bijgeschilderd in diepe kleuren, groeide uit tot een ruime collectie Afrikaanse maskers, textiel en klein meubilair, met een paar uitzonderingen uit Sri Lanka en Zuid-India. 'Begin jaren 90 werd het op professioneel vlak interessanter om terug te keren naar Europa. We zijn toen in een grote lus naar huis gereisd. Via Australië naar Singapore, Indonesië en Thailand', herinnert ze zich. 'Had mijn man Thailand als oorspronkelijke bestemming gekozen, dan was ik misschien nooit een collectie gestart. Afrikaanse kunst is abstract, geritmeerd, eenvoudig en warm. Pas achteraf begreep ik waarom ik er zo intuïtief naar greep: ik ontwerp ruimtes op eenzelfde manier.' Twintig jaar lang runde Watteeuw haar architectenbureau vanuit Brussel. Bij toeval belandde ze in 2015 terug in Brugge. 'Mijn ouders zochten een appartement in de binnenstad, maar haakten af omwille van de renovatiewerken die nodig waren. Mijn man en ik zagen er dan weer tegenop om oud te worden in Brussel. Waarom zouden we wachten tot die dag?' Het appartement was, op de perfecte oriëntatie en het uitzicht op de Spinolarei na, eerder banaal te noemen. Een donkere nachthal leidde naar drie kleine slaapkamers en een paar badkamers. Een tweede hal mondde uit in een afgesloten keuken en ruime woonkamer. 'Ik vond het belangrijk om de lichtinval van zowel de voor- als achtergevel te kunnen ervaren tot in de leefruimte. Ik sloopte daarom de muur van de keuken en creëerde langs de open haard een doorgang die je via de badkamer naar de slaapkamer en dressing brengt. Zo kan zowel de ochtend- als avondzon tot diep in het appartement schijnen.' Om de keuken met de gang te verbinden tekende Watteeuw één lange houten wand uit onregelmatig geplaatste multiplex latten die ze donkerder liet beitsen. Behalve de keukenkasten verbergt de wand de toegang tot een berging, een vestiaire, een gastentoilet en zelfs een dagelijks lichtspektakel. 'Ik liet een paar latten uit de wand wegsnijden om het licht dat via een blind raam in de vestiaire straalt tot in de gang te laten doorsijpelen. Het licht bootst op een bijna identieke manier de lijnen na van het kunstwerk van Luc Peire dat er hangt.' Noem het geen toeval, want elk werk, elk meubelstuk, elk detail werd heel beredeneerd geplaatst. De zwart-witfoto van het Sigiriya Musem in Sri Lanka dat boven de haard prijkt, biedt een antwoord op het zicht op de achtertuin van de buren waarin drie oude geklasseerde bomen staan. Een detailopname van het Dom Van der Laan-klooster van Friederike von Rauch lijkt op een weerspiegeling van het raam. 'Overal tracht ik een link te creëren met de context. Lichtinval speelt daar een cruciale rol in. Ik gebruik het als een natuurlijke spotlight op wat ik centraal wil stellen in een interieur. 'De kracht van kunst is om opnieuw te kijken', zei de Britse collectioneur Jim Ede ooit. Ik hou van een bepaalde gelaagdheid in mijn werk.' Ondanks de totaalrenovatie getuigen de ingrepen van Watteeuw van een groot respect voor de historiek van het gebouw. 'Een interieur is in mijn ogen geslaagd als de bezoeker niet kan vertellen waar het nieuwe begint en het oude eindigt. Een bevriende architect was onder de indruk van het authentieke houten plafond. Dat zie ik als een heel groot compliment. Want het is wel degelijk van gloednieuwe, maar vergrijsde eik', glundert ze. Dat ze zich omringt met jarenzestigdesign zet bezoekers nog meer op een dwaalspoor. Het begon met een dressoir en bijpassende eettafel in palissander die ze op zolder bij haar ouders ontdekte, samen met een sofa en twee zetels. De jaren die volgden schuimde ze rommelmarkten, designmarkten en galeries af om haar interieur aan te vullen met bijpassende ontwerpen. Eet- en schommelstoelen van Eames, hanglampen van Castiglioni, een poef van Panton of fauteuils van Robin Day, heruitgebracht door Habitat. Een duidelijke stijl tekent zich af: eenvoudig, soms wat abstract, opgebouwd uit diepe kleuren en authentieke materialen. 'Zowel mijn collectie als mijn vormentaal komen hier tot hun recht. Het ene tilt het andere naar een hoger niveau.'