Muren in erbarmelijke staat. Een aaneenschakeling van donkere kamers. Een dak met ontbrekende dakpannen, omdat krakers er regelmatig een vuurtje stookten. 'Eigenlijk kochten we een ruwbouw met heel veel werk aan', vat Ilse Popelier het nuchter samen. 'Tweemaal, want dit waren aanvankelijk twee aparte huizen.' Dat ze moed hadden, hebben Ilse en haar man Piet Verfaille echter nooit zo ervaren. De panden lagen in het Gentse Prinsenhof, intussen een toplocatie. Ilse: 'Ik was 28 en droomde van een huis in de stad. Licht en ruim, met plaats voor een bureau en een groot gezin. Rustig gelegen, met een school, winkels en cultuur op wandelafstand. En een tuintje, dat ook. Piet moest lachen om mijn grootheidswaanzin, maar toen tijdens dat eerste huisbezoek onze blikken elkaar kruisten, wisten we dat we onze plek gevonden hadden.'
...

Muren in erbarmelijke staat. Een aaneenschakeling van donkere kamers. Een dak met ontbrekende dakpannen, omdat krakers er regelmatig een vuurtje stookten. 'Eigenlijk kochten we een ruwbouw met heel veel werk aan', vat Ilse Popelier het nuchter samen. 'Tweemaal, want dit waren aanvankelijk twee aparte huizen.' Dat ze moed hadden, hebben Ilse en haar man Piet Verfaille echter nooit zo ervaren. De panden lagen in het Gentse Prinsenhof, intussen een toplocatie. Ilse: 'Ik was 28 en droomde van een huis in de stad. Licht en ruim, met plaats voor een bureau en een groot gezin. Rustig gelegen, met een school, winkels en cultuur op wandelafstand. En een tuintje, dat ook. Piet moest lachen om mijn grootheidswaanzin, maar toen tijdens dat eerste huisbezoek onze blikken elkaar kruisten, wisten we dat we onze plek gevonden hadden.' Van een donkere, overwoekerde puinhoop naar een praktische, plezierige woning met veel aandacht voor licht, warmte en kleur: Ilse en haar man, allebei architect, bespraken de uit te voeren verbouwingswerken wanneer ze elkaar kruisten tijdens die drukke beginjaren van hun carrière. Het ontwerp groeide organisch maar ook letterlijk tijdens een autorit of de afwas, en dat is volgens Ilse de reden waarom de woning hun ook vijfentwintig jaar en drie dochters later nog steeds als gegoten zit. Ilse: 'Ik heb me al een paar keer afgevraagd hoe dat mogelijk is. Ik geloof dat het antwoord bij de eenvoud, maar ook bij de spontaniteit ligt. We moeten vaker op ons buikgevoel durven te vertrouwen. Je kunt iets ook 'kapotdenken'. Ik vraag mijn klanten om geen knipsels of moodboards met interieurs te tonen. Ik pols liever eerst naar persoonlijke dingen. De films die ze graag zien, de muziek die vaak op staat, het soort reizen waar ze van houden, de bloemen die ze in huis halen. Als we daarover praten, schemeren er bij mij automatisch belangrijke elementen in door.' Dat buikgevoel uit zich op verschillende manieren in de woning, ook op kleurvlak. Zo werden de muren niet strak wit bepleisterd, maar bestaat de laatste cementlaag uit wit zand, duinzand en schelpjeskalk waardoor ze bruut en tactiel ogen. De oranje gelakte wanden in de traphal versterken de gloed van het zonlicht, de groene keukenvloer brengt de marmer-houtmix in balans en de zwarte badkamerwanden stralen een boudoirsfeer uit. Ilse: 'Kleur kan een zwaarte wegnemen, maar mag zich niet opdringen. Ik gebruik nooit kleur voor de lol, alleen wanneer het een gevoel kan versterken of functioneel is.' Lol had ze wel toen ze samen met dochter Helena de houten keukentafel beschilderde. Even overwoog het gezin vervanging voor de oude kloostertafel uit de abdij van Zevenkerke. Maar het ding was ondertussen verbonden geraakt met de vele familieverhalen en dus mocht het blijven, weliswaar met een nieuwe look. Ilse: 'Wij hebben iets met boodschappen. Op de muur, in de kast, onder de oven, hier en daar schrijven we met krijt kleine zinnetjes voor elkaar. Het zijn leuke souvenirs. Zoiets wilde ik ook met de tafel bekomen. Ik kocht een pot knaloranje verf en begon eraan, zonder remmingen. Een kroon, een muis, een zanger, wat er maar in ons opkwam. We hebben ons rot geamuseerd. Het grappige is dat intussen een aantal klanten om eenzelfde insteek voor een meubelstuk vroeg.' De buitengevel bleef authentiek, binnen zorgde het koppel voor verbinding tussen de verschillende etages. Hier en daar moet je nog steeds opletten voor je hoofd, op andere plekken werden de oorspronkelijke kamers opengewerkt en heb je vanuit de ene ruimte contact met de andere, waardoor het huis ruim en licht aanvoelt. De charme van het huis bleef overeind, dankzij bijvoorbeeld de gietijzeren radiators, gered bij de verbouwing van een hotel, de witte houten luiken, door Ilses vader gemaakt van oude parket, de basic porseleinen armaturen, de verweerde balken in de keuken. Ilse: 'Ik vind niet dat je te veel moet camoufleren. Basiszaken, zoals een radiator of een schakelaar, geven net karakter. Ik wil vooral een logisch huis. Er is altijd weer zoveel dat ik wil doen en dus wil ik geen slaaf zijn van mijn huis. Materialen en afwerkingen moeten onderhoudsarm zijn en juist toegepast worden zodat ze mooi verouderen. Idem voor de meubelen, die ik graag praktisch en sober heb. Ga ik koken, dan wil ik simpelweg die pot onder het vuur kunnen grijpen.' Net zoals het ontwerp groeide ook de invulling van de woning organisch. Vintage vondsten en decoratieve toevoegingen waar het toeval een handje hielp. Zo leerde Ilse de Brusselse kunstenaar Benoît Van Innis kennen, nadat ze een wedstrijd won. De beschilderde tegels op de schouw zijn van zijn hand. Aan de opvallende zwarte lamp in de badkamer hangt ook een grote naam. Toen Ilses oudste dochter in de derde kleuterklas zat, organiseerde de school een kunstveiling. Ilse en haar man vielen voor de lamp en boden vijftig euro. Een stevige prijs voor een kleuterwerkje, maar de prijs werd opgedreven door een tweede bieder. Toen de koop werd beklonken, sprak iemand het koppel aan. 'Je weet toch wat je in huis haalt, hè?' vroeg de man. Bleek dat de kleuters de lamp hadden geknutseld samen met kunstenares Berlinde De Bruyckere, wier kinderen er ook schoolliepen. Intussen zijn de dochters bijna het huis uit, waardoor de plek, maar ook Ilse, een nieuw elan kregen. Ilse: 'Ooit kon ik me niet voorstellen iets liever te doen dan interieurarchitectuur. Mijn hoofd was lange tijd te vol om ook nog dat andere luikje te vinden.' Dat luikje blijkt de tekenkunst. In de woonkamer hangt een kleurrijk werk in oliepastel dat Ilse op haar achttiende maakte. Al die tijd sluimerde de passie, pas de voorbije drie jaar keerde ze weer helemaal terug naar de tekenkunst. Ilse: 'De drang is enorm nu. Aanvankelijk werkte ik thuis, maar ik moest uitbreken. Nu huur ik een atelier, zodat ik mij volop kan overgeven en er continuïteit in mijn werk blijft. Daar de drang, hier de rust, dat werkt perfect voor mij.'