Compact, tiny, micro. Wie momenteel bouwt, verbouwt of gewoon rondkijkt op de huizenmarkt, hoorde de begrippen zonder twijfel al meermaals vallen. We gaan met z'n allen kleiner wonen, dat is een economische en ruimtelijke realiteit. Ook de vergrijzing, de nieuwe samenstelling en verdunning van gezinnen en de strengere (lees: duurdere) bouwregels spelen een rol. Volgens de statistieken daalde de gemiddelde grootte van de Belgische woningen tussen 2000 en 2016 van zo'n 160 naar 133 m2. Indrukwekkend als je weet dat een nieuwbouwwoning ruim 25 jaar geleden gemiddeld dubbel zo groot was. Bij de appartementen krimpt de beschikbare ruimte zelfs tot zo'n 66 m2. En dan is er nog de fameuze betonstop in 2040. Kortom, kleiner wonen is een hot topic, maar ook voer voor discussie en denkwerk. 'Woningen simpelweg kleiner maken is een al te simplistisch antwoord', stelde bouwmeester Kristiaan Borret eerder al in Knack. 'We moeten zoeken naar efficiëntere bouwmethodes en innovatieve woonconcepten.'

De oppervlakte mag dan wel beperkter zijn, binnenin gaan de microhuizen volop voor esthetiek

Daarnaast moeten we ook die baksteen leren doorslikken. Want enerzijds wonen we graag ruim en rustig, anderzijds willen we in de buurt van een school, de supermarkt en het werk wonen, met op een boogscheut de kans om een paar schoenen te kopen of een theatervoorstelling mee te pikken zonder dat we lang in de file moeten staan of een duur parkeerticket moeten betalen. Utopisch dus.

Bed van Murphy

Hoe compact en toch aangenaam wonen? Het mag dan wel erg anno 2018 klinken, het is een vraagstuk dat al op menige ontwerptafel lag. Het bekende uitklapbare Murphy-bed ontstond bijvoorbeeld begin vorige eeuw al, in het eenkamerappartement van de Amerikaan William Murphy. Later, vanaf de jaren twintig, zocht men duchtig naar woonoplossingen waarbij het woongedeelte compact bleef en er volop werd ingezet op collectieve voorzieningen zoals een keuken, een waszaaltje en een bib. De beroemdste case op dat vlak is Unité d'Habitation in Berlijn, een slimme woningstapeling waarbij Le Corbusier midden vorige eeuw al experimenteerde met een mix van slimme, maar beperkte privéruimten en collectieve ruimten zoals dakterrassen, een kinderdagverblijf, een theater en een fitnessruimte.

Die nood aan collectieve ruimte en meer groen, maar ook aan een slimme, multifunctionele inrichting speelt vandaag meer dan ooit. In grootsteden als New York, Tokio en Hongkong, waar de woonprijzen even hoog zijn als de wolkenkrabbers, experimenteert men al jaren noodgedwongen met capsulehotels, modulaire constructies en microwoningen. Er ontstonden heuse online community's van bescheiden wonende youngsters die tips delen om je woning of appartement zo slim mogelijk in te richten. Ook dichterbij zijn er initiatieven die in ons land nog relatief weinig navolging krijgen. In Zwitserland en Duitsland bijvoorbeeld is het vrij normaal dat burgers een groepswoning bouwen. Ook de containerwoningen zijn daar al flink ingeburgerd. In Nederland doet het micro-appartement, waarbij de veelal jonge, single of kinderloze bewoners allerlei faciliteiten delen, het uitstekend in de steden. En deze zomer nog werd in Parijs Oh Perché! gelanceerd: huizen die op de platte daken in de stad worden gebouwd.

© Jan Verlinde

Ban de ballast

Hoeveel ruimte heb je nodig om aangenaam te leven, dat is de basisvraag. Volgens de aanhangers van de Tiny House Movement wereldwijd blijkt dat 25 tot 50 m2 te zijn. Behoorlijk krap dus, maar daartegenover staat een enorm gevoel van vrijheid. Niet alleen omdat je door de beperkte ruimte als vanzelf meer buiten leeft, maar ook doordat je dankzij de lage kostprijs van gemiddeld 50.000 euro binnen enkele jaren al schuldenvrij leeft, en de facturen voor nutsvoorzieningen minder zwaar doorwegen op het budget.

Het zijn vooral de alternatieve woonvormen die de komende jaren in ons land aan zet zijn: de modulaire woningen bijvoorbeeld, samengesteld uit flexibele units waarmee je de bewoonbare oppervlakte desgewenst kunt uitbreiden of aanpassen. Ook cohousing, waarbij je woont op weinig eigen oppervlakte maar met veel gemeenschappelijke ruimte, en co-living, waarbij je dankzij een flexibel contract nu eens in Brussel, dan weer in Lissabon kunt wonen, zitten duidelijk in de lift.

De interesse is er, maar hinken we in vergelijking met het buitenland niet achterop? Lina Juvens van Trendwolves spreekt dat tegen: 'Het klopt dat het idee dat niet het aantal vierkante meters maar het ontwerp bepaalt of een woning aantrekkelijk en comfortabel is, hier nog meer moet doordringen. Maar vergis je niet, tal van nieuwe woonvormen maken intussen opgang. Eind dit jaar bijvoorbeeld opent in Leuven BotaniCo, een cohousingproject in een oude stadsschool. In Gent experimenteert men met containerwoningen en onderzoekt Labland, net als Stadslab 2050 in Antwerpen, hoe je goedkoop, ecologisch en kleinschalig wonen kunt introduceren in onze samenleving. En dan zijn er nog de Belgische Skilpods, verplaatsbare eenheden van 48 m2 die gestapeld en geschakeld kunnen worden en zich momenteel vooral richten op alleenstaanden en ouderen.'

Rollen & inklappen

Ruimtes lijken groter als ze niet zijn afgesloten met een deur. Studio Reset bedacht een alternatief: een geperforeerd kamerscherm. © Jan Verlinde

Niet onbelangrijk: de oppervlakte mag dan wel beperkter worden, binnenin gaan de micro- en kleine huizen volop voor esthetiek en vakmanschap en worden ze met oog voor detail tot zelfs high-end ingericht. Daar spelen allerhande fabrikanten natuurlijk handig op in met flexibele meubelen die je kunt inklappen, oprollen, verkleinen of vergroten. Een bed wordt een sofa, een bureau een eettafel, gecombineerd met allerhande slimme opbergsystemen om een rommelige indruk te voorkomen. De referentie op dat vlak is ongetwijfeld IKEA. Jolanda Wetzelaer, interieurspecialiste bij IKEA België: 'We doen veel huisbezoeken en rondvragen wereldwijd. Dé grote nood die telkens weer opduikt, is ruimte. Maar eigenlijk ligt de sleutel in originele opbergoplossingen die een groot wooncomfort bieden. Wat zijn je noden en welk meubel komt daaraan tegemoet?'

Al jarenlang zijn gezinnen met kinderen en studenten een belangrijke doelgroep van de Zweedse meubelgigant, sinds kort horen daar echter ook zestigplussers bij. De voordelen op het vlak van onderhoud, oppervlakte en energieverbruik doen deze leeftijdsgroep naar een appartement in of aan de rand van de stad trekken. Maar hoe krijg je je inboedel in een appartement? Jolanda: 'Wij promoten al jaren het wandsysteem waarbij je één muur volledig benut met verschillende opbergmogelijkheden achter gesloten deuren. Maar er zijn ook andere verborgen opbergers, zoals onze modulaire zitbank met opbergvak. Verder raden we aan om voor kleine tafels te kiezen. De logge salontafels worden vandaag vervangen door bijzettafeltjes, en ook de grote eettafel staat ter discussie. Te vaak wordt die alleen bij speciale gelegenheden gebruikt, de rest van de tijd wordt er in de keuken gegeten. Waarom zou je die tafel dan zoveel ruimte laten innemen?'

Opvallend: niet alleen meubelfabrikanten springen op het huis van de toekomst, ook een weinig voor de hand liggende speler als de BMW Group richtte een denktank op: MINI Living. Vanuit hun corebusiness, 'creative use of space', gaan ze op zoek naar manieren om de ruimte in een stedelijke omgeving creatief in te vullen. Met hun installatie Urban Cabin zoeken ze wereldwijd de grenzen op tussen privé- en gedeelde ruimtes en experimenteren ze met licht en zicht, kleur en reflecterende materialen, maar ook lichtdoorlatende netstructuren en openklapbare muren. Volgend jaar opent een eerste co-living-project in Sjanghai, daarna volgen New York en Berlijn.

Een interessante evolutie: zowel bij de Urban Cabins als bij andere woonprojecten krijgt de bewoner inspraak. Creatief directeur Oke Hauser van MINI Living: 'De Unité d'Habitation van Le Corbusier is hét model voor een efficiënt gebruik van ruimte, maar een nachtmerrie voor de uiting van de individualiteit. We moeten af van het idee dat alleen architecten goede ideeën hebben, en bewoners laten meedenken. Ik geloof heel erg dat de kwaliteit van een woonruimte bepaald wordt door de mate waarin de bewoners zich met hun woning identificeren. Het aantal vierkante meters, dat is slechts een getal.'