Jarenlang verdeelde hij zijn tijd tussen Parijs en Italië, tussen zijn ontwerpstudio en zijn productieatelier, en droomde hij ervan om terug te keren, want in zijn hart had Cédric Charlier de stad Brussel nooit echt verlaten. In 1998, toen hij 21 was, ging hij in de lichtstad wonen. Hij had de Moët Hennessy Fashion Award met glans gewonnen terwijl hij nog studeerde aan La Cambre mode(s), en begon zijn carrière bij Céline. Daarna ging hij naar Jean Paul Knott, Lanvin en Cacharel. In februari 2012 was het tijd voor het eerste defilé onder zijn eigen naam.
...

Jarenlang verdeelde hij zijn tijd tussen Parijs en Italië, tussen zijn ontwerpstudio en zijn productieatelier, en droomde hij ervan om terug te keren, want in zijn hart had Cédric Charlier de stad Brussel nooit echt verlaten. In 1998, toen hij 21 was, ging hij in de lichtstad wonen. Hij had de Moët Hennessy Fashion Award met glans gewonnen terwijl hij nog studeerde aan La Cambre mode(s), en begon zijn carrière bij Céline. Daarna ging hij naar Jean Paul Knott, Lanvin en Cacharel. In februari 2012 was het tijd voor het eerste defilé onder zijn eigen naam. Hij is een van die ontwerpers die hun intuïtie volgen, die geen pasklare formule hebben, maar altijd nieuwe dingen willen ontdekken. In alle rust. Nu hij een vaste stek heeft gevonden in Vorst, vlak bij het Dudenpark, ziet hij opnieuw een droom in vervulling gaan. 'Toen ik daar ging joggen, werd ik verliefd op de omgeving', vertelt hij. Maar ook met zijn huis was het liefde op het eerste gezicht. Op een vroege ochtend wandelde hij door een rustige straat waar een jarenvijftighuis te koop stond. Toevallig kwam hij de buurvrouw tegen en maakte een praatje met haar. Bleek dat ook haar huis te koop stond. 'Ik deed een stapje achteruit, keek naar de gevel en wist gewoon dat dat het ging worden', vertelt hij. Het pand dateert van het einde van de 19de eeuw en behalve de bel-etage heeft het alle kenmerken van een klassiek Brussels gebouw - drie kamers achter elkaar, mooie grote ruimtes, twee verdiepingen en een prachtige groene tuin. Binnen ontdekte hij dat er sinds de bouw van het huis nauwelijks iets veranderd was: al was de inrichting redelijk chaotisch, bijna alles bevond zich nog in de oorspronkelijke staat. Het houtwerk was gebleven, van onder het tapijt kwam het parket volledig intact te voorschijn, er waren dubbele schuifdeuren en het plafond van de salon had nog de oorspronkelijke moulures. 'Ik hield meteen van het huis, vol elementen uit het verleden. Het was langzaam ouder geworden. Het had alles wat ik mooi vind.' In plaats van halsoverkop aan de renovatie te beginnen, besloten ze het huis langzaam te leren kennen, Cédric en zijn partner, fotograaf Alfredo Piola. Geen persoon die beter in staat is om impressies en fragiele momenten, en alles wat de oude woning uitstraalt, vast te houden. Hij wilde zich het huis geleidelijk eigen maken, een zomer lang de tijd hebben om de energie en de flow van de woning te begrijpen. Om daarna te bedenken wat er anders moest, aangepast aan het leven van nu. De statige salon zal verdwijnen, de keuken komt in het middelste vertrek en de huidige keuken en de eetkamer worden vervangen door een grote leefruimte die rust uitstraalt, met zicht op de tuin. Op de eerste verdieping zullen muren worden gesloopt. Daar komt het bureau annex atelier van Cédric Charlier. Daar, waar het daglicht gul binnenvalt, kan hij zich concentreren op zijn collecties, nadenken, creëren. De grote werken zijn nog niet begonnen: die starten deze winter. Architect Pascal Cheikh ontwierp de plannen, met respect voor de essentie van het huis. Intussen woont een vriend er, met een ex-zwerfkat: een heilige birmaan die ze tijdens een gezamenlijke fotoshoot gevonden hebben en die ze Patou hebben gedoopt. Hij had ook Dries kunnen heten, naar Van Noten, als eerbetoon. De nieuwe eigenaars komen zo vaak ze kunnen en brengen er kleine veranderingen aan: ze snoeien een boom in de tuin, ze verwijderen het oude behang, dat te donker is. 'Maar het doet ons pijn aan het hart.' Om te genieten van deze tussenperiode, hebben ze zo weinig mogelijk spullen in het huis gezet. Twee schragen en een plank dienen als tekentafel: na bijna twintig jaar in de mode heeft Cédric niet meer nodig dan rust, een minimum aan comfort en goede verlichting. 'Een wit blad en ik, meer hoeft het niet te zijn.' Er staan een tafel en vier stoelen, gevonden bij een antiquair in het stadscentrum, er hangt een theateraffiche uit Berlijn en op de schoorsteenmantel staat een indrukwekkende malachiet uit de verzameling van Alfredo. Allemaal voorwerpen die belangrijk zijn voor hen en die bijna toevallig hun plaatsje krijgen in het interieur, losjes door elkaar, in functie van wanneer ze ontdekt zijn. In hun Parijse appartement is dat ook zo, en ongetwijfeld zal er bij hen thuis in Brussel eenzelfde georganiseerde chaos ontstaan. Het mag niet te netjes en te clean zijn. 'In mijn werk is er sprake van een zekere strakheid, een ingetogenheid. Het is voor mij belangrijk dat er in mijn persoonlijke omgeving ruimte is voor vrijheid en spontaniteit.' Eigenlijk wil Cédric dat zijn huis op dezelfde manier vorm zal krijgen als zijn label: 'Met alle tijd om mijn creativiteit de vrije loop te laten.' Cédric Charlier volgt niet langer het helse ritme dat de modewereld oplegt: hij toont zijn vrouwen- en mannencollecties tegelijkertijd op de Men's Fashion Week. Hij doet rustig zijn research, werkt aan volumes, details, ruimtelijke vormgeving, kleuren, het licht en de invloed van de seizoenen en het verleden. 'Als ik aan de renovatie denk, voel ik dezelfde vreugde als bij het maken van een nieuwe collectie.' In de nieuwe herfst-wintercollectie is die vreugde bijna tastbaar. Hij werkt met uitgesproken kleuren - geel, rood, hemelsblauw, roze - die op het netvlies blijven hangen, in kleurvlakken of effen. Hij vertelt dat hij al van in het begin geobsedeerd was door kleur, al was het toen bijna onbewust. Pas toen hij van 2009 tot 2011 artistiek directeur van Cacharel was, begon kleur een steeds belangrijker rol te spelen. 'Ik had er tot dan toe niet de nadruk op gelegd. Niet dat ik alleen in zwart en wit werkte, maar kleur was nog niet zo uitgesproken. Bij Cacharel brachten de kleuren en prints iets heel positiefs, ik ontdekte dat dat me erg aansprak. Kleur heeft zoiets levendigs, het drukt zoveel emoties uit, en het is interessant om te zien wat mensen met kleur doen.' Dit seizoen werd zijn kleurenpalet geïnspireerd door de Sports- men van Kasimir Malevich, die hij ontdekte bij een Brusselse antiquair, waar hij een zeldzame litho van de schilder zag. 'Die simpele, uitgepuurde menselijke vormen met hun kleurvlakken riepen iets in me op. Ik wilde zien hoe ik ze in mijn tricot en verschillende kledingstukken kon verwerken. Ik wilde een collectie maken waarin mannelijke en vrouwelijke elementen in elkaar overvloeien, met kleuren die niet zo gemakkelijk samen gebruikt worden.' Of hij daarin geslaagd is, doet er niet echt toe. 'Dat kan je nooit helemaal', zegt hij kalm. 'Ik ben voortdurend bezig met herwerken. Ik vertrek van een basis van dingen die tot mijn huisstijl gaan horen, en die in de loop der seizoenen evolueren.' Ook zijn huis in Vorst zal een dergelijke evolutie doormaken.