'Te koop: Bijlmer appartementsblok voor één euro', kopte de Amsterdamse krant Het Parool in 2011. Geen geld natuurlijk, voor vijfhonderd woningen, ook al waren ze in slechte staat. Een sociale huisvestingsmaatschappij hapte toe en belde NL Architects en XWV Architectuur: twee gerespecteerde Nederlandse bureaus die aan de slag gingen met Kleiburg, de laatste woontoren uit de originele Bijlmermeer, de nieuwe woonwijk waar de eerste bewoners precies vijftig jaar geleden introkken. Fast forward naar 2017. Datzelfde woonblok krijgt de Mies van der Rohe Award, de belangrijkste Europese architectuurprijs. Een signaal dat er iets beweegt in de Bijlmer, het mislukte woonproject dat iedereen tot dan associeerde met drugs, criminaliteit én een vliegtuigramp.
...

'Te koop: Bijlmer appartementsblok voor één euro', kopte de Amsterdamse krant Het Parool in 2011. Geen geld natuurlijk, voor vijfhonderd woningen, ook al waren ze in slechte staat. Een sociale huisvestingsmaatschappij hapte toe en belde NL Architects en XWV Architectuur: twee gerespecteerde Nederlandse bureaus die aan de slag gingen met Kleiburg, de laatste woontoren uit de originele Bijlmermeer, de nieuwe woonwijk waar de eerste bewoners precies vijftig jaar geleden introkken. Fast forward naar 2017. Datzelfde woonblok krijgt de Mies van der Rohe Award, de belangrijkste Europese architectuurprijs. Een signaal dat er iets beweegt in de Bijlmer, het mislukte woonproject dat iedereen tot dan associeerde met drugs, criminaliteit én een vliegtuigramp. De Bijlmer werd eind jaren zestig ontworpen door urbanist Siegfried Nassuth. Noem hem gerust een even grote utopist als Le Corbusier: hij ontwierp een splinternieuwe wijk waar honderdduizend (!) man kon wonen in anderhalve kilometer lange en torenhoge honingraatvormige flatgebouwen. Tachtig procent van de site was gereserveerd voor groen en openbare ruimte. Maar in plaats van betaalbaar wonen in een verkeersvrije parkomgeving met zwevende autowegen, kregen de 13.000 Bijlmer-appartementen een bedenkelijke reputatie. Het afvoerputje van de stad, een no-gozone, een mislukte utopie: het woonexperiment bleek gefaald. De Bijlmer was gewoonweg te groot, te hoog, te monotoon, te anoniem. Met als ultieme pijnpunt de gelijkvloerse garageboxen: oorden van drugsgebruik en breezerseks: minderjarige prostitutie in ruil voor softdrinks. De grote stroom middenklassers voor wie het egalitaire nirwana bedoeld was, kwam nooit. In plaats daarvan werd het een getto van marginaliteit. Eigenlijk werd de kiem voor de mislukking al gelegd bij de bouw. Als besparing werden de originele plannen afgeroomd. De 'binnenstraten' werden vervangen door gewone galerijen, er kwamen tien in plaats van acht verdiepingen en de gemeenschappelijke ruimten kwamen ónder de woonblokken, in plaats van in het groen ertussen. Voorzieningen zoals de metro, scholen en winkelcentra lieten jarenlang op zich wachten. Begin jaren negentig werd het onhoudbaar: leegstand en verloedering sleurden de wijk nog verder de dieperik in. Het neergestorte cargovliegtuig gaf in '92 onbedoeld het startschot voor de sloop van meer dan de helft van de flats, nog geen 25 jaar na de bouw. Er werden brave rijtjeshuizen neergezet. Dat geen enkele Bijlmer-bewoner protesteerde is veelzeggend: het kon alleen maar beter worden. Al bleven enkele believers achter het utopische woonproject staan. Creatief strateeg Hans Meiboom bijvoorbeeld, die er in 1989 een flat kocht en nooit vertrok. Hij is nu een van de rebranders van de wijk en bezieler van Bijlmerbios: een openluchtcinema onder metrolijn Kraaiennest. Zijn missie: het optimistische werk van Bijlmer-architect Siegfried Nassuth voortzetten. 'De Bijlmer is ontstaan als een idealistisch experiment dat geen connectie had met de mensen die hier woonden. Maar de wijk is wel authentiek. Veel authentieker dan de rest van Amsterdam.' Terug naar het ontwerp van NL Architects en XWV Architectuur. De intrinsieke architecturale schoonheid van de 400 meter lange mastodont werd opnieuw bovengehaald. Door het geschilderde beton te zandstralen lijkt het gebouw vandaag wel van travertijn. Het maakt de lange horizontale lijnen extra krachtig, zeker zonder de gevelliften. De vernieuwde appartementen werden casco verkocht, zodat de prijs laag bleef. Al vanaf 66.000 euro koop je er een studio. De 'klusflats' vielen in de smaak bij studenten, expats, jonge koppels en gezinnen, de meesten van buiten de Bijlmer, die door de lage prijs hun vooroordelen bijstelden. 'Nooit gedacht dat ik zoveel natuurbeleving zou hebben in een flat', zegt Bas. Zijn buurvrouw Jacinta knikt. 'We hebben zelfs een gezamenlijke moestuin hier.' Let op: de woonwijk in de Amsterdamse rand heeft nog altijd torenhoge werkloosheidscijfers en hier wonen nog steeds de meeste lage inkomens van Amsterdam. Maar er beweegt heel zeker wat. Een leegstaande parkeergarage werd een hippe markthal, World of Food. Kunstenaars installeerden zich in grote ateliers in de legendarische kelderboxen waarin vroeger werd gedeald. Er is een levendige hiphopscene, er opende een museum (OSCAM) en de hub van Heesterveld Creative Community ziet er supercool uit. Met hun fel geschilderde gevel hengelt de 'broedplaats voor cultureel ondernemerschap' naar de aandacht van een trendyer soort Bijlmervolk. Elitair is het nog lang niet. Maar culturele voorlopers - aka lokhipsters - zijn gesignaleerd, dus wie weet hoe de situatie hier over tien jaar is. Over experimenten zoals de Bijlmer kon ook Le Corbusier een mondje meepraten. Net na de Tweede Wereldoorlog vroeg de Franse minister van Wederopbouw en Stedenbouw hem om een groot appartementsgebouw te ontwerpen voor Marseille. Een welkome opdracht, want de gelauwerde architect naderde de zestig en had al tien jaar geen enkel gebouw meer gezet. Maar deze opdracht zou zijn leven veranderen. Én dat van ons. Want het woonblok dat in 1952 opende als Unité d'Habitation, veranderde voorgoed het concept van hoe wij wonen. Al sinds de vroege jaren twintig liep Le Corbusier met zijn plannen rond voor een nieuw soort stad: rustig, groen en verkeersvrij. Een commentaar op de volgens Corbu 'onmenselijke negentiende-eeuwse stad met haar smalle straten en donkere huizen'. Als een missionaris trok hij de wereld rond. Hij organiseerde congressen, gaf lezingen, schreef een boek en maakte verschillende ontwerpen, onder meer voor de Antwerpse Linkeroever in 1933. Maar het bleef allemaal papier. Tot de bewuste opdracht in Marseille. Voor Unité d'Habitation in Marseille perste Corbu zijn stedenbouwkundige ideeën samen tot één gebouw: het appartementsblok als dorp van de twintigste eeuw. Een stad in een stad, zo je wilt. De gangen waren opgevat als binnenstraten met winkels, restaurants, een dokter, een hotel en een school. Voor de vrije tijd was er het dak, waar bewoners samenkwamen op het gedeelde dakterras ingericht met looppiste, gymnasium, solarium, ondiep zwembad en café. Corbu's idee: door zoveel mogelijk mensen en functies te stapelen in één gebouw, blijft er veel ruimte over voor natuur. In Unité d'Habitation woonden 1600 mensen, verdeeld over 337 appartementen (23 verschillende types) op 18 etages. De insteek van Corbu was sociaal geëngageerd: gewone gezinnen een betaalbaar en goed ontworpen appartement bieden. Niet dat iedereen er bij de opening in 1952 hetzelfde over dacht. Unité d'Habitation was het mikpunt van kritiek: mensen noemden het 'konijnenhokken' en 'een gekkenhuis'. Nu, bijna zeventig jaar later, is het democratische principe gesmolten als sneeuw voor de zon. Afgezien van een handvol oorspronkelijke bewoners wordt de 'zotte' toren nu bevolkt door architecten, designers en andere estheten. Momenteel staat er een duplex van 68m2 en één slaapkamer te koop voor 280.000 euro, een appartement van 140m2 mag weg voor 575.000 euro. Inclusief fiftieswooncomfort: enkel glas, povere isolatie en een lage keuken zonder ijskast. De koper heeft trouwens geen garantie dat de originele keukenkasten van Corbu of zijn leerling Charlotte Perriand er nog in staan. Er zijn al vele jaren designstropers actief die de - ooit zo democratisch bedoelde - interieur- elementen voor tienduizenden euro's slijten. Le Corbusiers ideeën echoden ook tot over het Kanaal. Toen de bommen van WOII een gigantisch gat sloegen in het centrum van Londen, groeiden de plannen om op die 14 hectare een volledig nieuwe woonwijk op te trekken, Barbican Estate genaamd. Het was aan architectenbureau Chamberlin, Powell and Bon om die klus te klaren. En daarvoor keken ze naar de Zwitser met zijn ronde brilletje. Ze kopieerden zijn filosofie om gezamenlijke ruimten te voorzien waar bewoners samen konden komen shoppen, eten en sporten. Naast appartementen werden er ook een kunstencentrum, museum, muziekschool en bibliotheek voorzien. Typisch 'Corbu's' is ook het idee om voetgangers te scheiden van het andere verkeer. En zo werd de Barbican een wirwar van loopbruggen, verhoogde podia en daktuinen. In de 20 woonblokken zitten wel 140 verschillende appartementen en huizen. Voor elk wat wils, net als in Unité d'Habitation. Al is de Barbican minder sociaal. Gemikt op de betere middenklasse, is de afwerking en voorziening veel luxueuzer: overal ligt vloerverwarming en elke keuken heeft een vuilbak die je doortrekt als een wc. Gft en pmd belanden via een buizenstelsel in een centraal afvalsysteem. Net als in Marseille kwam er bij de opening van de Barbican in '69, precies vijftig jaar geleden, bakken kritiek. Want hoewel Le Corbusiers Cité Radieuse het startschot gaf voor wat wij nu het brutalisme noemen, bleef de Barbican door de (g)rauwe look van het blote beton in de ogen van velen een bunker. Dat de ruim tweeduizend appartementen toch vlot bezet raakten, kwam grotendeels door de prestigieuze topligging in hartje Londen. 'Het geheim van The Barbican is het feilloze ontwerp én goed onderhoud. Elke dag worden de trappen, liften en gangen gedweild, het vuilnis opgehaald en de tuinen gewied', vertelt Stefi Orazi in haar onlangs verschenen boek The Barbican Estate. De Britse grafisch ontwerpster woonde er acht jaar. 'Nu is het brutalisme hip en fashionable, maar toen ik er in 1997 introk was dat helemaal anders. The Barbican was bijna verkozen tot lelijkste gebouw van Groot-Brittannië', schrijft ze. 'Maar sindsdien zag ik de demografie en de perceptie langzaam maar zeker volledig veranderen. Was vroeger de typische Barbican-bewoner een kinderloze vijftiger die in de City werkte, dan werden het nu architecten, kunstenaars en designers met hun jonge gezinnen. Voor het eerst speelden er kinderen in de daktuinen, precies zoals de architecten het bedoeld hadden.' Een minder glorieuze historie is die van de Trellick Tower, een tijdgenoot van de Barbican. Er kwam evenveel beton aan te pas, maar de Trellick staat op een veel minder chique plek in West-Londen én werd wél gebouwd als sociale huisvesting. Architect Ernö Goldfinger (de gelijknamige Bondfilm werd trouwens naar hem vernoemd) had dezelfde idealistische Corbu-principes voor ogen, inclusief een bijgebouw met winkels en voorzieningen, zoals een ruimte om je was te drogen, zodat je balkon vrij bleef. Helaas, het brutalistische gevaarte van 98 meter hoog werd kort na de oplevering in 1972 een magneet voor criminaliteit, vandalisme, drugs en prostitutie. Net zoals de Bijlmer. In 'The Tower of Terror' wilde niemand nog een appartement huren. Het tij keerde pas toen camera's, een intercomsysteem en een conciërge een einde maakten aan het gespuis dat rondhing in de gangen. Plots verdrongen potentiële huurders zich voor een plekje en de prijzen voor de koopappartementen rijzen de pan uit. Heeft België eigenlijk zijn Bijlmer, Trellick of Cité Radieuse? Voor onze ogen doemt prompt de Modelwijk in Laken op. De hoge woonblokken weren er de chaos van de stad. En binnenin is het groen en rustig, dankzij gescheiden autoverkeer. Het ontwerp uit 1955 van Renaat Braem moest tijdens Expo 58 aantonen hoe vooruitstrevend België was op het vlak van sociale woningbouw. Helaas liep het project tien jaar vertraging op. En net als in de Bijlmer werd er al bij de uitvoering zwaar gesnoeid in de originele plannen. Vooral collectieve voorzieningen en publieke plekken sneuvelden. Zo kwamen er geen kerk, geen school en geen plonsbadjes. Braem, de architect die België 'het lelijkste land ter wereld' noemde, tekende ook de sociale Arena-wijk in Deurne. Opnieuw met Le Corbusier in zijn achterhoofd, al werden zijn hoogste torens uiteindelijk niet uitgevoerd.Ook Gent had haar eigen sociaal-utopische project, de Watersportbaan, vertelt stadsbouwmeester Peter Vanden Abeele. 'Weliswaar slechts deels gerealiseerd, maar wel volledig volgens de modernistische bouwprincipes: tien hoge woontorens te midden van veel openbaar groen en met massa's sportinfrastructuur, zoals een roeibaan en een nooit gerealiseerd voetbalstadion. Het was letterlijk een verademing in het dense negentiende-eeuwse woonweefsel. De utopische intentie was er zeker, al moeten we eerlijk toegeven dat de Watersportbaan nooit de ontwerpkracht of ambitie van Unité d'Habitation of de Barbican heeft gehad.' Poor little Belgium.