Op 1 januari 2010 verheugde ik me op de geboorte van mijn dochter. Mijn man en ik hadden een oude wieg op de kop kunnen tikken die we achteraf strak in het wit verfden. De vloer van de babykamer was wit, één muur felrood. De knuffels die we met zorg uitkozen lagen knus in een oude zetel die naast een luiertafel en wat Billy-kasten van Ikea prijkte.
...

Op 1 januari 2010 verheugde ik me op de geboorte van mijn dochter. Mijn man en ik hadden een oude wieg op de kop kunnen tikken die we achteraf strak in het wit verfden. De vloer van de babykamer was wit, één muur felrood. De knuffels die we met zorg uitkozen lagen knus in een oude zetel die naast een luiertafel en wat Billy-kasten van Ikea prijkte.Gezellig, praktisch maar verre van een interieurfoto waardig. Ik had dan ook geen smartphone om ze online met een passende hashtag te delen. Ergens in Californië sleutelden Kevin Systrom en Mike Krieger nog druk aan de app die later een ongelooflijke impact zal hebben op onze manier van zijn en wonen: Instagram.Tien jaar later kunnen we er niet omheen: interieurs, werkplekken en hotelkamers worden ingericht met minstens één instagrammable hoek om onze onverzadigbare honger naar het delen van mooie ruimtes en fijn ingerichte adresjes te stillen. Hosten we een diner, dan hopen we stiekem dat één van de gasten toch zeker één story maakt. Van de tafel die we met zorg hebben gedekt, van het bloemstuk met pampasgras geïnspireerd op een YouTube-tutorial of van de geestige quote op de lightbox in het toilet. De mosterd halen we intussen niet meer enkel van instagram of Pinterest. Deco e-commerce platformen als Made.com en Westwing.nl die midden de jaren 10 opdoken, spelen gretig in op onze drang om mooi en instagramwaardig te wonen. 'We merken een grote vraag naar inspiratie en gecureerd advies in alles wat met interieur te maken heeft', vertelt de Duitse Delia Lachance, co-founder van Westwing. 'Aan de hand van video's, fotoshoots en interieurreportages tonen we onze producten op verschillende locaties, in gevarieerde stylings en bij diverse mensen. Goede content speelt een essentiële rol in de manier waarop we online winkelen.' Bij de concullega's van Made.com was begin 2019 dan ook sprake van een omzetstijging van 37%. Niet alleen dankzij de verkoop van kleinere decospullen, maar ook steeds vaker van grote meubels. Een trend die in het volgende decennium niet zal verdwijnen. 'Dankzij augmented reality wordt het alleen maar makkelijker om je droominterieur online bijeen te shoppen', meent Lachance. Ruimte scannen, de kleerkast van je dromen virtueel in je slaapkamer slepen, een paar linnen lakens erbij, winkelmandje bevestigen en klaar.Onthoud het goed voor toekomstige quiz-avonden: als er één regio is die de stijl van de jaren 10 in grote mate heeft bepaald, dan is het wel Scandinavië. Opnieuw. Want de wortels van Scandinavisch design gaan veel dieper dan de Hygge-mania van de afgelopen jaren. De moderne Scandinavische stijl, die in de jaren vijftig simultaan met de modernistische beweging opdook, stond voor democratisch, betaalbaar en minimalistisch maar functioneel, goed gemaakt meubilair. De interieurs waren helder en gezellig, voornamelijk om de koude, korte winterdagen van het Hoge Noorden te vergeten.Het werk van designers die uit die periode dateren - denk Alvar Aalto, Arne Jacobsen, Bodil Kjaer, Poul Henningsen, Hans Wegner of Jens Risom - zijn nooit echt uit het zicht verdwenen, maar beleefden een waanzinnige revival de afgelopen jaren, terwijl de new nordic concept stores uitgroeiden tot een vaste waarde in de Belgische winkelstraten. Na Ikea heeft intussen iedereen wel iets van Hay, Ferm Living of Normann Copenhagen in huis staan.Vanwaar de vernieuwde interesse? Volgens Signe Johansen, auteur van How to Hygge, ligt het aan de vele recente onderzoeken naar de uitmuntende levenskwaliteit in het Noorden. 'Leefbare steden, goede openbare gezondheidszorg, uitstekend onderwijs, een hoge graad van gendergelijkheid en beperkte inkomensongelijkheid maken van de regio - zeker met haar designgeschiedenis en architectuur - een aantrekkelijke plek om te verkennen', verklaarde ze ooit in een interview aan AD. Ook niet te verwaarlozen als promotor van de Scandinavische stijl: 'Nordic noir' series als The Killing en The Bridge - die we allemaal hebben gebinged nog voor er van bingen sprake was - en het slow magazine Kinfolk dat in 2011 werd gelanceerd.'Al wie in de jaren '50 hedendaags wilde wonen en af wilde van de zware, eikenhouten uitzet die ze hadden geërfd, koos resoluut voor deze nieuwe stijl. Of voor lokale meubels die erop geïnspireerd waren', voegt Ilze Quaeyhaegens als mogelijke verklaring toe. Ze doceert aan de unit Interieur, Design & Architectuur van Thomas More en is partner bij het interdisciplinair bureau Cuypers & Q. 'De originele kopers gaven de laatste jaren hun meubels door aan de volgende generaties, of ze belandden in kring- en vintagewinkels waar ze een tweede leven kregen. Onze interieurs zijn er met andere woorden al decennialang mee verweven, wat een revival makkelijker maakt.'Meer met minder2008 ging de geschiedenisboeken in als het jaar van de financiële crisis. De daaropvolgende ravage in de immowereld zorgde ervoor dat heel wat Amerikanen verplicht werden om hun huis achter te laten en te zoeken naar alternatieven. De tiny houses movement - die als ideologie al opdook in de jaren tachtig met een boek van Lester Walker - werd plotsklaps populair, zelfs bij ons.Niet iedereen ging uiteraard op 28 vierkante meter wonen, maar het idee van compacter leven met minder maar betere of multifunctionele spullen wordt nog maar recent door een breder publiek gedragen. 'Het startkapitaal om vandaag te bouwen is veel groter dan wat mijn generatie20 jaar geleden nodig had en een veelvoud van wat de generatie ervoor nodig had. Ruim bouwen is met andere woorden enkel nog voor een minderheid financieel haalbaar', licht Ilze Quaeyhaegens toe. 'Buiten de stad wonen in een grote villa is ook minder interessant. Daarvoor is de stad - waar je mobieler bent, meer werkgelegenheid is en veel te beleven valt - te aantrekkelijk geworden.'Met de opkomst van de deeleconomie is ook de interesse in mobiel en tijdelijk wonen gegroeid. En dat ziet Ilze Quaeyhaegens niet meteen stilvallen. 'In de toekomst gaan we ons huis en interieur eerder als dienstverlening beleven. Een heel leven lang op hetzelfde adres? Daar is de wereld te klein voor geworden. Bepaalde meubels zullen we dan ook niet meer kopen, maar huren. Het is een interessante evolutie omdat het de verantwoordelijkheid legt bij de fabrikant in plaats van de eindgebruiker. Zij zullen hun producten moeten ophalen na gebruik - om ze te herstellen of te recycleren - wat hen automatisch zal aanzetten om meer kwalitatieve producten te maken. Als wij - de industrie samen met de overheid, de ontwerpers en de consumenten - slagen om overeen te komen, gaat het onze manier van wonen en leven significant veranderen in de komende jaren.' Homo Eco'De eerste kritische vragen omtrent de ecologische impact van de meubelindustrie is typerend voor de jaren 10', meent Benjamin Stoz, curator van de expo Spaces in het ADAM - Brussels Design Museum. 'Het herwinnen van afgedankte materialen om er nieuwe objecten van te maken, werd het afgelopen decennium echt professioneel aangepakt. Denk maar aan de tafels, kasten en stoelen in recuperatiehout van Piet Hein Eek of de recyclagefilosofie van Lionel Jadot. Andere ontwerpers besloten om zich niet langer te richten op de massaproductie van hun ontwerpen, maar op kleinschalige oplages.' Evelien Bracke, Stoz' collega bij het Design Museum Gent treedt hem bij. 'We zien op globaal vlak een grote shift in de richting van conscious living (bewust leven, red.) als gevolg van een snel veranderende wereld met veel ecologische, economische en digitale uitdagingen. Design ontwikkelt zich daardoor ook verder dan het louter creëren van producten. Vandaag is er ook sprake van sociaal, kritisch of speculatief design (waarbij men toekomstscenario's verbeeldt en onderzoekt, red).'Het nieuwe milieubewustzijn is ook sterk aanwezig in de Europese designscholen, meent Stoz. 'In tegenstelling tot de eeuwwisseling zijn bioplastics en composietmaterialen er nu niet meer weg te denken. Studenten denken na over nieuwe ecologisch verantwoorde oplossingen. Hun onderzoek is gericht op aluminiumschuim, bamboecomposiet of algen als isolatiemateriaal.... Het blijft experimenteel maar ze vormen wel een belangrijk signaal voor de toekomst. Want deze jongeren worden hoe dan ook onze ontwerpers van morgen.'Typisch 10Kunnen we aan de vooravond van een nieuw decennium al tot een definitie komen van een typisch jaren 10 interieur? De meesten onder ons hielden er wel een accentmuur in een contrasterende kleur op na. We gingen ons verdiepen in kamerplanten en de haalbaarheid van een eigen greenterior. Durvers met budget vielen als een blok voor marmer of tropisch behangpapier, creatieve geesten voor een eclectische mix van kleur en vintage vondsten.'Als ik terugkijk op vormgeving vind ik dat architectuur heel divers is geworden', vindt Ilze Quaeyhaegens. 'Aan het ene uiterste heb je de minimalistische interieurs met fijne details in luxueuze materialen zoals marmer of messing. Helemaal anders is de tendens om voor eerder brute bouwmaterialen te kiezen die men in een heel bijzondere vormgeving gebruikt. En daartussen zagen we interieurs die ruw en onafgewerkt lijken maar waarin een statement wordt gemaakt met één pronkstuk.' De vergroening van de architectuur ziet Quaeyhaegens eveneens als typerend voor het decennium. 'Niet alleen de vraag naar meer groen in de stad is gegroeid. We kregen opvallend vaker de vraag om de natuur te verweven met architectuur. Via een groene muur, een serrewoning of een uitsparing voor een plant of binnentuin. Het dak - als tuin of groen vlak - gaat ook voorgoed als vijfde gevel de toekomst in.'