In mijn jeugd was grafisch design weinig bekend. Bladen als The Face deden midden jaren tachtig dingen die het beroep op de kaart zetten. Als jonge vormgever bij The Sunday Times Magazine was mijn leidraad echter What Is a Designer, een boek van Norman Potter uit 1969. Potter vergeleek designers met nederige dienaars, en zo zag ik mezelf. Het werk van schrijvers en fotografen in een aantrekkelijke vorm gieten, de inhoud tot zijn recht laten komen, er discreet toe bijdragen dat een verhaal de lezers bereikt: de verantwoordelijkheid was enorm.
...

In mijn jeugd was grafisch design weinig bekend. Bladen als The Face deden midden jaren tachtig dingen die het beroep op de kaart zetten. Als jonge vormgever bij The Sunday Times Magazine was mijn leidraad echter What Is a Designer, een boek van Norman Potter uit 1969. Potter vergeleek designers met nederige dienaars, en zo zag ik mezelf. Het werk van schrijvers en fotografen in een aantrekkelijke vorm gieten, de inhoud tot zijn recht laten komen, er discreet toe bijdragen dat een verhaal de lezers bereikt: de verantwoordelijkheid was enorm. "Goede kunstenaars kopiëren, grote kunstenaars stelen", zei Picasso. De homogenisering van design en smaak en kopieergedrag zijn dus niet nieuw. Laat ons de impact daarvan niet overschatten. Ondanks de globalisering staan de herkomst en culturele identiteit van designers nog steeds garant voor diversiteit, terwijl het grote publiek almaar beter begrijpt waar het in design om draait. Uiteindelijk trekken creativiteit en kwaliteit aan het langste eind. Voor kwaliteitsmedia is Donald Trump een zegen. Mensen keren terug naar nieuwskanalen die ze kunnen vertrouwen, omdat ze nu weten wat er gebeurt wanneer leugens en manipulatie vrij spel krijgen. De overvloed aan informatie vergroot ook de nood aan journalisten en curatoren die aangeven wat je echt moet weten. Het is niet omdat we zelf nieuwe ontwerpers en interessante bestemmingen kunnen opzoeken dat we dat ook willen, integendeel. Mensen vertrouwen meer dan ooit op experts die dat werk voor hen doen, en dus keuzes maken. Ontwerpers en zakenmensen lijken vaak op echokamers: twee kampen die elk een andere taal spreken en elkaar zelfs wantrouwen. Ik leef in het andere uiterste, want Wallpaper* en mijn nieuwsgierigheid brengen me in contact met mensen uit allerlei sectoren. Ik ben in niets een echte expert, maar daar heb ik een truc voor. Onder architecten verbleekt mijn kennis van architectuur bij die van hen, maar dan volstaat een clevere opmerking over mode. Wat een intelligente man, denken ze dan. ( lacht) Elitarisme is voor mij geen vies woord. Zeker niet als het over design gaat: laat ons vooral perfectie nastreven en voorrang geven aan goed gemaakte en goed bedachte producten met echte waarde. Ontwerpen afrekenen louter op hun prijs is niet eerlijk. Dingen kunnen buiten je budget vallen, maar dat betekent niet dat je ze niet kunt waarderen. Ik erger me wanneer mensen niet zorgzaam omgaan met hun bezittingen. In gesprekken over duurzaamheid gaat het enkel over de verantwoordelijkheid van de producent, maar ook consumenten mishandelen soms hun spullen. Dan denk ik aan een uitspraak van de New Yorkse galerist Murray Moss over de delicate glasobjecten van het Oostenrijkse Lobmeyr. Een van zijn klanten had opgemerkt dat die breekbare objecten gewoon slecht ontworpen waren, waarop Murray hem vroeg wat er nu beter is dan design dat je behoedzamer maakt. Een visie waarin ik me volledig kan vinden. Het oog van een technologische storm biedt zelden een nuchtere kijk op de toekomst. Bij de komst van de televisie werd de dood van de radio voorspeld, en hetzelfde werd de voorbije jaren gezegd over digitale en gedrukte media. Ondertussen weten we dat het om twee totaal verschillende werelden gaat en dat die allebei unieke kenmerken en kwaliteiten hebben. De vooruitgang dwingt ons om print anders en beter te maken, maar consumenten willen niet kiezen: ze willen de snelheid en het praktische nut van de digitale media, maar ook de zeggingskracht en de onderdompelende leeservaring van print. Wie denkt dat millennials genoeg hebben aan hun smartphone en niet openstaan voor de tactiliteit en geur van print, heeft vast ook de terugkeer van vinyl niet zien aankomen. Tegenwoordig bewaak ik de grens tussen mijn werk en gezinsleven. Anders verliest iedereen: jij en je familie, maar ook je werkgever. Werknemers die nooit tot rust komen, blijven niet presteren. Maar we zijn zelf onze grootste vijand. Mensen die erop staan e-mails meteen te beantwoorden, creëren zelf de verwachting dat ze dat altijd zullen doen. Terwijl je ook na enkele dagen kunt replyen. Geloof me, na een tijdje doet niemand daar nog moeilijk over. ( lacht)