Het huis van Catherine Arnould bezoeken is als het openen van een boek dat haar levensverhaal vertelt. De locatie, de moeite die ze deed om het huis te verwerven, het meubilair, de decoratie... Uit alles spreekt haar vastberadenheid, haar passie voor reizen en haar liefde voor vintage. De Brusselse binnenhuisarchitect heeft dan ook een koffer vol verhalen in huis. Na haar studie ging ze met haar man, die architect is, twee jaar in het Marokkaanse Casablanca wonen. Samen werkten ze er aan de ontwikkeling van een Hyatt-hotel in Tétouan, in het noorden. Hij bedacht het gebouw, zij de inrichting. Na hun terugkeer in België bleven de globetrotters de wereld ontdekken, van Iran en Israël tot Japan. In 2009, ter gelegenheid van haar veertigste verjaardag, besloot het koppel om opnieuw te vertrekken, toen met hun kinderen van zeven en negen jaar, voor een sabbatjaar in Marokko. 'We wilden onze kinderen laten zien dat alles mogelijk is.'
...

Het huis van Catherine Arnould bezoeken is als het openen van een boek dat haar levensverhaal vertelt. De locatie, de moeite die ze deed om het huis te verwerven, het meubilair, de decoratie... Uit alles spreekt haar vastberadenheid, haar passie voor reizen en haar liefde voor vintage. De Brusselse binnenhuisarchitect heeft dan ook een koffer vol verhalen in huis. Na haar studie ging ze met haar man, die architect is, twee jaar in het Marokkaanse Casablanca wonen. Samen werkten ze er aan de ontwikkeling van een Hyatt-hotel in Tétouan, in het noorden. Hij bedacht het gebouw, zij de inrichting. Na hun terugkeer in België bleven de globetrotters de wereld ontdekken, van Iran en Israël tot Japan. In 2009, ter gelegenheid van haar veertigste verjaardag, besloot het koppel om opnieuw te vertrekken, toen met hun kinderen van zeven en negen jaar, voor een sabbatjaar in Marokko. 'We wilden onze kinderen laten zien dat alles mogelijk is.' Van al hun omzwervingen bracht Catherine souvenirs mee die vandaag iedere kamer van haar huis sieren. 'Ik hou ervan om de objecten die ik meebracht van verre oorden te exposeren, omdat ze mijn persoonlijkheid weerspiegelen.' Zoals het tapijt op de slaapkamerverdieping dat ze vorig jaar op de kop tikte in Iran, in een oude karavanserai. Of de miniaturen van de hand van Iraanse dorpsvrouwen en de traditionele Marokkaanse vrouwenriem. 'Elk voorwerp heeft een verhaal dat mij raakt.' De etnische, heel persoonsgebonden decoratie gaat mooi samen met de vintage meubelen die Catherine in de loop der jaren bijeensprokkelde, zoals het kleine Thonet-bureautje dat ze kocht toen de kinderen nog heel klein waren. Overal verspreid zie je stoffen uit de jaren twintig, ooit een passie van deze veelzijdige architect. 'Vijftien jaar geleden stootte ik in oude fabrieken bij Moeskroen op een voorraad stoffen uit de jaren twintig en dertig. Ik begon met het ontwerpen van kussens, accessoires voor de kinderen, bedlinnen... en ben toen tijdelijk gestopt met architectuur. Onder de merknaam Katarsis heb ik mijn spullen over de hele wereld verkocht. Tegelijk ging ik op zoek naar retromeubelen die ik verkocht tijdens privéverkopen. Dat liep ongelofelijk goed.' Maar ondertussen is Catherine weer aan de slag als binnenhuisarchitect. Dat ze van reizen en avontuur houdt is duidelijk. Maar de odyssee die ze ondernam voor het verwerven van dit majestueuze huis uit het begin van de twintigste eeuw, dat ze vijfentwintig jaar geleden samen met haar man kocht en waar ze nu wonen, was misschien wel het meest gedurfde van allemaal. De woning ligt aan de mooie Brugmannlaan in Ukkel. Als je de brede art-nouveaugevel met monumentale lantaarn ziet, kun je je moeilijk voorstellen dat een jong koppel zich deze woning, getekend door een medewerker van Victor Horta, kon veroorloven. 'Omdat we al naast verschillende huizen hadden gegrepen, zijn we gaan uitkijken naar panden in een hogere prijsklasse dan we ons konden permitteren. We hebben een hele financiële constructie moeten opzetten', legt Catherine uit. Ze dokterden een plan uit: tijdelijk hun intrek nemen in de achterbouw van het herenhuis, gedeeltelijk in de kelder, in een kleine triplex die normaal gereserveerd was voor het personeel, en de rest van de woning renoveren tot een appartementencomplex dat ze zouden verhuren om hun lening af te betalen. 'We hadden drie maanden de tijd om de renovatie af te werken. We hebben non-stop gewerkt, samen met vrienden', vertelt Catherine. Gelukkig was het gebouw niet in slechte staat, wel verouderd en slecht uitgerust. 'We hebben de keuken en de badkamers vernieuwd - wel met behoud van het oude sanitair, waaronder een mooie badkuip. We hebben ook tussenschotten en deuren verplaatst. Het houtwerk was nog in zeer goede staat, en ook de vloeren en sommige tegelwanden hebben we kunnen behouden. De gulle lichtinval van 's morgens vroeg hadden we al, dankzij de grote raampartijen aan de voorkant.' Het immense appartement begint op de tweede verdieping, waar zich volgens het oorspronkelijke plan de slaapkamers bevonden. Vooraan de woonkamer badend in licht, in het centrum een grote hal en achteraan de salon met mooi uitzicht op een geklasseerde Japanse olm. Op de derde verdieping, oorspronkelijk bestemd voor het personeel, werden de slaapkamers ondergebracht. Behalve deze functieveranderingen, werd de woning zo veel mogelijk in haar oorspronkelijke staat gelaten. Tien jaar lang woonde de familie als conciërges net naast het huis van hun dromen. Dan beslisten ze om te verhuizen naar het platteland. Uiteindelijk bracht het pandemiejaar Catherine en haar man, die ondertussen bezig is als kunstenaar, en hun twee jongvolwassen kinderen terug. Maar dit keer door de grote poort. In januari betrok het gezin het hoofdhuis. 'Het is alsof we nu in het 'meesterappartement' wonen', lacht ze. Haar etnische decoratie siert de grote kamers met hun oude charme. Haar man bracht zijn kunstenaarsatelier onder op de eerste verdieping. 'Je moet verliefd zijn op architectuur om op deze plek te wonen. In de projecten waaraan ik werk, doe ik niets liever dan oude huizen moderniseren. Hier is het wat uit de hand gelopen omdat we heel veel oude details hebben behouden. Ik zie niet in hoe ik een hyperminimalistische woning zou kunnen renoveren. Ik hou ervan als er een ziel in zit.' Catherine is heel gelukkig met hun terugkeer naar de stad. 'Wij hadden een levensproject, een doel, en we zijn er geraakt.'