Een virtuele uitlaatklep, een tedere respons op de wereldwijde pandemie, op de knagende onzekerheid en op de opeenvolgende lockdowns die ons leven nu al anderhalf jaar beheersen. We hebben het over cottagecore. Achter de term gaat een esthetiek schuil die in volle crisistijd opbloeide op de sociale media: die van een geïdealiseerd landleven en van idyllische afzondering op het - bij voorkeur Engelse - platteland. Hoewel de beweging een paar jaar geleden ontstond op communitysite Tumblr, nam ze pas in 2020 écht een hoge vlucht op TikTok: op die app is ze al goed voor 7,3 miljard hashtags. Op het programma: knusse cottages, wilde tuinen, lange jurken in katoen of linnen, strohoeden en uiteraard ook bloemen, fruit en groenten van eigen kweek. Maar de meest fundamentele expressie van cottagecore is zonder enige twijfel de hernieuwde belangstelling voor fraai vaatwerk. Niet zozeer om te gebruiken tijdens de maaltijd, wel om je muren mee op te smukken. En ook al is die insteek vanuit historisch oogpunt absoluut niet nieuw, deze trend roept wel een vraag op: wanneer en waarom maakten onze borden ooit de oversteek van tafel naar muur?
...

Een virtuele uitlaatklep, een tedere respons op de wereldwijde pandemie, op de knagende onzekerheid en op de opeenvolgende lockdowns die ons leven nu al anderhalf jaar beheersen. We hebben het over cottagecore. Achter de term gaat een esthetiek schuil die in volle crisistijd opbloeide op de sociale media: die van een geïdealiseerd landleven en van idyllische afzondering op het - bij voorkeur Engelse - platteland. Hoewel de beweging een paar jaar geleden ontstond op communitysite Tumblr, nam ze pas in 2020 écht een hoge vlucht op TikTok: op die app is ze al goed voor 7,3 miljard hashtags. Op het programma: knusse cottages, wilde tuinen, lange jurken in katoen of linnen, strohoeden en uiteraard ook bloemen, fruit en groenten van eigen kweek. Maar de meest fundamentele expressie van cottagecore is zonder enige twijfel de hernieuwde belangstelling voor fraai vaatwerk. Niet zozeer om te gebruiken tijdens de maaltijd, wel om je muren mee op te smukken. En ook al is die insteek vanuit historisch oogpunt absoluut niet nieuw, deze trend roept wel een vraag op: wanneer en waarom maakten onze borden ooit de oversteek van tafel naar muur? 'Waar de trend vandaan komt? Een eenduidige verklaring is er niet echt', zo stelt Stéphane Laurent, historicus gespecialiseerd in de decoratieve kunsten en auteur van Le geste & la pensée: artistes contre artisans de l'Antiquité à nos jours. 'Het is wel zo dat de Europese aristocratie altijd al gefascineerd is geweest door Aziatisch porselein. Die kostbare staaltjes van uitzonderlijk vakmanschap werden ooit zelfs 'het witte goud' genoemd en oogstten veel bewondering omdat de techniek erachter geheim was.' Eind zeventiende, begin achttiende eeuw worden er in de kastelen heuse porseleinkamers ingericht: in grote pronkvertrekken worden de muren van vloer tot plafond versierd met Chinese borden, kelken, theepotten en vazen in blauw-wit porselein en gelijkaardige Japanse kostbaarheden. 'Maar wie de oorsprong van deze decoratieve stijl wil doorgronden, mag niet voorbijgaan aan een ouder en pragmatischer concept', aldus de expert. 'In de vijftiende eeuw duiken op het oude continent de pronkbuffetten op. Kasten om kostbaarheden zoals schotels in edelmetaal of majolica (waardevol Italiaans aardewerk, red.) uit te stallen. Wanneer rijkelui voorname gasten uitnodigen voor een maaltijd, tonen ze hun verticaal uitgestalde schatten. Als ornament dus, bedoeld om hun positie in de maatschappij en hun rol als mecenas in de verf te zetten.' Mettertijd evolueert dit type buffetkast naar een servieskast, een meubel dat in de negentiende eeuw ook bij de provinciale burgerij in gebruik raakt. Die wenst haar kostbare bezittingen niet zozeer te etaleren, maar wil haar disgenoten wel duidelijk maken dat ze er een verfijnde levensstijl op nahoudt en smaak heeft. Vandaag is dat niet anders. In februari postte de invloedrijke Amerikaanse presentatrice en producer Oprah Winfrey op Instagram een foto van zichzelf met op de achtergrond een vitrinekast met een eetservies in de vorm van boerenkoolbladeren. Nog altijd in de negentiende eeuw wordt mooi serviesgoed betaalbaarder en populairder, mede onder impuls van Patrick Palmer-Thomas, een edelman met Hollandse en Engelse roots die 'souvenirborden' maakt rond belangrijke gebeurtenissen. 'Die verschuiving krijgt een vervolg in de volkscultuur', licht Stéphane toe. 'Ook vandaag worden er bij sommige gelegenheden - ik denk aan een kroning of een huwelijk van Britse royals - nog souvenirborden gemaakt in beperkte oplage.' In de daaropvolgende eeuw wordt het gebruiksvoorwerp een wit doek voor kunstenaars. Veel getalenteerde keramisten gaan - in navolging van Pablo Picasso, Fernand Léger en Roland Brice, om er maar enkelen te noemen - aan de slag met borden. Maar het is toch vooral Piero Fornasetti die onmiskenbaar designgeschiedenis schrijft met Tema e Variazioni, een iconische reeks borden met zijn muze Lina Cavalieri als inspiratiebron. Aanvankelijk schildert hij het perfecte gelaat van de beroemde operazangeres op zes dragers in porselein, altijd met een 'extraatje': een snor, een wolf, een ooglapje, een bivakmuts, een verrekijker... Uiteindelijk creëert hij bijna vierhonderd verschillende variaties op het thema. Wanneer het gelijknamige merk - vandaag geleid door Barnaba, de zoon van de in 1988 overleden Italiaanse ontwerper - de vraag krijgt om een eetkamer te ontwerpen voor het luxueuze Milanese hotel Mandarin Oriental, valt de keuze op een andere, minder uitgebreide Fornasetti-reeks om de donkere lambrisering van de ruimte mooi tot haar recht te laten komen. Die reeks heet Cupole d'Italia en is niets minder dan een lofzang op de architectuur van Italië. Ongeveer duizend kilometer verderop werd ook Villa Victor Louis, een elegante B&B in hartje Bordeaux, ingericht vanuit de optiek dat elk detail een ode moest zijn aan de geschiedenis en de cultuur van de stad. De twaalf wandborden met de tekens van de dierenriem in de veranda van het prachtige pand komen van J. Vieillard & Cie, 'een beroemde faiencefabriek in Bordeaux en van 1845 tot 1895 de trots van de streek', verduidelijkt Hélène Ginebre, de dochter van de eigenaars en de directrice van de zaak. Deze borden zijn uiteraard collector's items waar een stevig prijskaartje aan vasthangt. Wie daar niet meteen van wakker ligt, is de Amerikaanse mediafiguur en zakenvrouw Martha Stewart. Ook zij blijkt in de ban van zulke sierborden. Her en der aan de muren van haar woonkamer hangen stukken uit een botanisch geïnspireerd en met bladgoud versierd Drabware-dessertservies. Het werd in het begin van de negentiende eeuw vervaardigd door het Engelse bedrijf Wedgwood. Ter info: een volledige set in onberispelijke staat werd onlangs verkocht voor de bescheiden som van 36.000 dollar (iets meer dan 31.000 euro) op 1stdibs, een webshop gespecialiseerd in antiek, uitzonderlijke sieraden, vintagecouture en kunst. Niettemin wil Mélanie Trinkwell, oprichtster van M Well Studio, iedereen die niet over een onbeperkt budget beschikt geruststellen. 'Niets belet je om op een rommelmarkt een mooi bord uit grootmoeders tijd te scoren voor vijf euro. Een goedkope manier om ook jouw woonkamer een upgrade te geven.' De interieurstyliste heeft een boon voor sierborden en maakt er veelvuldig gebruik van, niet alleen bij haar thuis, maar ook in haar projecten. Volgens haar hebben dergelijke borden een verhaal te vertellen. Ze hebben emotionele waarde, roepen herinneringen op en werken verbindend, want ze horen nu eenmaal bij een keuken waar iedereen samenkomt. Een visie die wordt gedeeld door een lange lijst van klinkende namen uit de decowereld die sierborden tot een van hun stokpaardjes hebben verheven. Susan Deliss, Frank de Biasi, Penny Morrison, Carlos Sánchez-García, Veere Grenney... En ook Cordelia de Castellane. In het boek Life in a French Country House: Entertaining for All Seasons, dat dit najaar verschijnt bij Rizzoli, is te zien hoe de creatief directeur van Dior Maison in diverse vertrekken van haar landhuis sierborden heeft opgehangen als chique en poëtische leidraad. Sierborden zijn aan een forse comeback bezig. Volgens Mélanie Trinkwell gaat het niet om een kortstondige trend en Stéphane Laurent is het daar roerend mee eens. 'In de seventies veerde het concept al een keer opnieuw op, omdat de hippies een zwak hadden voor ambachten en handenarbeid. En in de jaren tachtig viel men dan weer voor de nostalgische uitstraling van sierborden.' Volgens de historicus valt deze nieuwe comeback te vergelijken met de comeback die behangpapier heeft gemaakt. 'Mensen willen een interieur dat zich onderscheidt van andere, zowel qua materialen en reliëf als qua kleuren. Ze hebben genoeg van de eenheidsworst en willen af van het dictaat van de witte muren, de neutrale tinten en het minimalisme waar de modernisten bij zweerden.' En Mélanie, maximaliste in hart en ziel, beaamt: 'We vertoeven zo vaak in steriele omgevingen. Ons huis is de enige plek waar we nog echt vrij zijn. Buitenshuis gelden talloze normen en regels. Vandaar dat we met volle teugen van die vrijheid moeten genieten. Laten we experimenteren en ons vooral amuseren.'