De studie door de Universiteit van Bristol in het Journal of Ecology, heeft voor de eerste keer gemeten hoeveel nectar wordt geproduceerd in stedelijke gebieden. Daaruit blijkt dat de overgrote meerderheid afkomstig is van residentiële tuinen - gemiddeld zo'n 85 procent.

De resultaten toonden aan dat drie gemiddelde tuinen samen dagelijks een theelepel nectar produceren. Dat lijkt weinig, maar het is het equivalent van een ton voedsel voor een volwassen mens. De theelepel is dus genoeg om duizenden vliegende bijen van brandstof te voorzien. En hoe meer bijen en andere bestuivende insecten kunnen vliegen, hoe groter de diversiteit aan flora en fauna in steden en dorpen.

Divers

'De hoeveelheid en diversiteit van nectar op het platteland was al gemeten, maar nog niet die in de stad', zegt ecoloog Nicholas Tew, hoofdauteur van de studie. 'We hadden natuurlijk wel verwacht dat tuinen een belangrijke bron van nectar zouden zijn, maar hadden niet gedacht dat het overwicht zo overweldigend zou zijn. Onze bevindingen onderstrepen de cruciale rol die tuinen spelen bij het ondersteunen van bestuivers en het bevorderen van de biodiversiteit in stedelijke gebieden.'

Opvallend ook is dat het aanbod van nectar in stedelijke landschappen diverser is dan in landbouwgebied of natuurreservaten. Bijna een derde (29 procent) van de oppervlakte in de bestudeerde stedelijke gebieden bestaat uit privétuinen. Dat is ongeveer zes keer zoveel als parken en veertig keer de oppervlakte van volkstuinen.

Rol van de tuinder

'Het onderzoek illustreert de grote rol die de doorsnee tuinder speelt bij het behoud van bestuivers, aangezien er zonder tuinen veel minder voedsel zou zijn voor bijen, wespen, vlinders, motten, vliegen en kevers', zegt Tew. 'Het is van vitaal belang dat nieuwe woonwijken tuinen omvatten en ook belangrijk voor tuinders om te proberen zorgen dat hun tuinen zo goed mogelijk zijn voor bestuivers.'

Dat kan onder meer door nectarrijke bloemen te planten, ervoor te zorgen dat er altijd iets in bloei staat van het vroege voorjaar tot het late najaar en door het gazon minder vaak te maaien om paardenbloemen, klaver, madeliefjes en andere bloemen een kans te geven. Pesticiden zijn natuurlijk helemaal uit den boze, net als kunstgras of al te veel verharding.

De studie door de Universiteit van Bristol in het Journal of Ecology, heeft voor de eerste keer gemeten hoeveel nectar wordt geproduceerd in stedelijke gebieden. Daaruit blijkt dat de overgrote meerderheid afkomstig is van residentiële tuinen - gemiddeld zo'n 85 procent.De resultaten toonden aan dat drie gemiddelde tuinen samen dagelijks een theelepel nectar produceren. Dat lijkt weinig, maar het is het equivalent van een ton voedsel voor een volwassen mens. De theelepel is dus genoeg om duizenden vliegende bijen van brandstof te voorzien. En hoe meer bijen en andere bestuivende insecten kunnen vliegen, hoe groter de diversiteit aan flora en fauna in steden en dorpen.'De hoeveelheid en diversiteit van nectar op het platteland was al gemeten, maar nog niet die in de stad', zegt ecoloog Nicholas Tew, hoofdauteur van de studie. 'We hadden natuurlijk wel verwacht dat tuinen een belangrijke bron van nectar zouden zijn, maar hadden niet gedacht dat het overwicht zo overweldigend zou zijn. Onze bevindingen onderstrepen de cruciale rol die tuinen spelen bij het ondersteunen van bestuivers en het bevorderen van de biodiversiteit in stedelijke gebieden.'Opvallend ook is dat het aanbod van nectar in stedelijke landschappen diverser is dan in landbouwgebied of natuurreservaten. Bijna een derde (29 procent) van de oppervlakte in de bestudeerde stedelijke gebieden bestaat uit privétuinen. Dat is ongeveer zes keer zoveel als parken en veertig keer de oppervlakte van volkstuinen.'Het onderzoek illustreert de grote rol die de doorsnee tuinder speelt bij het behoud van bestuivers, aangezien er zonder tuinen veel minder voedsel zou zijn voor bijen, wespen, vlinders, motten, vliegen en kevers', zegt Tew. 'Het is van vitaal belang dat nieuwe woonwijken tuinen omvatten en ook belangrijk voor tuinders om te proberen zorgen dat hun tuinen zo goed mogelijk zijn voor bestuivers.'Dat kan onder meer door nectarrijke bloemen te planten, ervoor te zorgen dat er altijd iets in bloei staat van het vroege voorjaar tot het late najaar en door het gazon minder vaak te maaien om paardenbloemen, klaver, madeliefjes en andere bloemen een kans te geven. Pesticiden zijn natuurlijk helemaal uit den boze, net als kunstgras of al te veel verharding.