Ik begin met een bekentenis. Ik heb een trauma overgehouden aan de turnlessen op school. Handstand, tijgersprong, touwklimmen: ik kon het niet. Het hielp niet dat de turnleraar een bullebak was, maar de kern van het probleem was: ik had een gebrek aan talent. En toch heb ik een zwak voor oude turnzalen. Dat ik thuis al jaren een vintage leren turnmat, een paard met bogen én een klimrek heb staan, is voer voor psychologen. Want gymnastiek doe ik er nog steeds niet op. En nostalgie naar het schoolturnen heb ik niet. Ik vind het gewoon mooie objecten.
...

Ik begin met een bekentenis. Ik heb een trauma overgehouden aan de turnlessen op school. Handstand, tijgersprong, touwklimmen: ik kon het niet. Het hielp niet dat de turnleraar een bullebak was, maar de kern van het probleem was: ik had een gebrek aan talent. En toch heb ik een zwak voor oude turnzalen. Dat ik thuis al jaren een vintage leren turnmat, een paard met bogen én een klimrek heb staan, is voer voor psychologen. Want gymnastiek doe ik er nog steeds niet op. En nostalgie naar het schoolturnen heb ik niet. Ik vind het gewoon mooie objecten. Niet toevallig ligt in deze loft zo'n leren turnmat: het gebouw was in de jaren veertig een sportzaal. Een Rotterdamse ondernemer kon het pand in hartje Rotterdam - met een gelukje - op de kop tikken. Toen een projectontwikkelaar door burenprotest de sportzaal niet mocht afbreken om er een appartementsblok te bouwen, kwam het plots te koop. Alleen blijft de vraag dan: met je gezin wonen op 605 m2, is dat wel van deze tijd? Hoe kun je een loft rijmen met de huidige beweging naar compact wonen? En hoe creëer je intimiteit en leefbaarheid in zo'n gigantische open ruimte? MASA Architects uit Rotterdam nam de uitdaging sportief op. Het voordeel was: ze hadden al vaker voor die opdrachtgever gewerkt, dus qua smaak en aanpak stonden de neuzen al in dezelfde richting. Naar oude klimrekken hoef je hier trouwens niet te zoeken: de sporthal had in de loop der jaren andere functies gekregen. 'Het gebouw diende al als kantoorruimte, radiostation en kinderdagverblijf. De sporen van de originele functie waren helemaal weg', zegt architect Hiroki Matsuura van MASA Architects. Wat gelukkig wél nog intact was, toen ze het interieur stripten: de draagstructuur in beton en baksteen, typisch voor industriebouw uit die tijd. 'De afbraak legde de schoonheid van die materialen bloot. Het was nog mooier dan we verwacht hadden', aldus Matsuura. 'De originele betonnen spanten gaven de ruimte zo'n mooi ritme, dat we dat niet wilden doorbreken met muren tot plafondhoogte. De ruimte is wel opgedeeld, maar de structuur blijft visueel doorlopen, omdat de tussenschotten bovenaan met glas zijn afgewerkt. Dat zie je bijvoorbeeld goed boven het keukenblok.' Omdat het gebouw zo groot was, besliste MASA Architects al snel om in het midden een groot dakraam te maken. Die opening brengt zonlicht tot diep in de woning. 'Je krijgt meteen het gevoel dat je buiten woont', aldus Matsuura. Ook door de buitenramen tot aan de vloer door te trekken, vervaagde de grens tussen binnen en buiten compleet. 'Technisch een relatief simpele ingreep, maar het had een immens effect op de ruimte en de manier van leven. Het voelt alsof je in een villa in Vietnam of Indonesië bent.' Dat tropische gevoel, daar zitten de bamboestruiken buiten ook voor iets tussen. 'We zochten naar een snel groeiende plantensoort die niet al te veel plaats inneemt', zegt Hiroki Matsuura, die met zijn andere bureau MADMA de tuinarchitectuur bedacht. 'De bamboestammen van vijf meter hoog blokkeren de inkijk. Niet onbelangrijk, want de voormalige sporthal ligt midden op een binnenkoer tussen andere appartementsgebouwen.' Die Aziatische inspiratie is ook nogal aanwezig in de loft zelf. En dan spreken we niet alleen over de gigantische tropische planten, de traditionele Chinese stoelen of de Indonesische tafels. De keukenkasten werden afgewerkt in aluminium, dat behandeld werd als Japans rijstpapier. De zone met de mezzanine is opgevat als één groot meubel, compleet bekleed met bamboe. 'Uit ecologische overwegingen. Maar vooral omdat het materiaal zo'n warmte uitstraalt', zegt Matsuura. 'Die hele vleugel in bamboe scheidt het woon- van het slaapgedeelte.' Hiroki Matsuura en zijn bureau MASA Architects hanteerden een bijzonder designprincipe in deze reconversie: elk materiaal mocht maar één keer voorkomen. 'Het kloeke binnenraam dat uitkijkt op het zwembad - en niks anders - is in zwartgelakt staal. De zwarte natuursteen, waarin het keukenblok is uitgewerkt, zie je nergens anders terugkomen in de loft. De lagen gekleurd glas van de eettafel ook niet. Eenmalig gebruik maakt de présence van een materiaal sterker. Hanteer je bijvoorbeeld een marmer twee keer voor iets anders, dan blijft het een materiaal. Pas je het maar één keer toe, dan valt het materiaal samen met de functie.' Reconversies van dit formaat doen spontaan denken aan La Fabrica van de Spaanse architect Ricardo Bofill. In 1975 kocht die een afgedankte cementfabriek net buiten Barcelona, die hij omvormde tot een epische woning met kantoorruimte. Het werd een brutalistische woonsculptuur die al decennia architectuurfans fascineert. De hoge ramen, het morsen met ruimte, de onmenselijke schaal, de oneindige gordijnen: de parallellen met dit Rotterdamse project zijn legio. 'We hebben ons niet bewust laten beïnvloeden,' zegt Hiroki Matsuura, 'maar conceptueel is het inderdaad verwant. Bofills huis ziet er niet uit alsof eraan gewerkt is. Je voelt de grens niet tussen de originele fabriek en waar zijn ingreep begon. En de grens tussen binnen en buiten is helemaal vervaagd. Dat is hier ook het geval.'