1. Omarm verval


...

Netjes schilderen of pleisteren is niet aan de orde in een bruut huis. Vraag maar aan de Deense designer Niels Strøyer Christophersen. Toen hij in zijn gelijkvloerse appartement in Kopenhagen het behang verwijderde, kwam er een doorleefde muur tevoorschijn. "Eigenlijk wilde ik de muren, vloeren en plafonds wit verven, net als in mijn vorige appartement. Maar ik bedacht me, omdat de muren zulke prachtige kleuren en poëtische texturen hadden. Ze passen perfect bij mijn designfilosofie, die wars is van perfectie", aldus Niels, medeoprichter en artistiek directeur van designmerk Frama. Toen hij het 19de-eeuwse appartement kocht, stond het al jaren leeg. "Die slechte staat trok me juist aan. Ik vond het authentiek en doorleefd", zegt hij. Dé tip dus voor wie een huis koopt: denk twee keer na voor je je witte verfroller bovenhaalt. Vind je een volledige kamer wat van het goede te veel? Beperk je dan tot één patina-muur en zet de rest wel netjes strak en wit. Niels heeft nog een tweede tip: "Heb geduld. Wie een doorleefd huis wil, kan niet gewoon naar de winkel gaan voor een nieuwe deur of een kant-en-klare inbouwkeuken. Je moet blijven zoeken en wachten tot je op een goed exemplaar stoot."Koop je een oud huis? Grijp dan niet meteen naar de voorhamer. Niet elke bouwval is per se rijp voor de sloop. Soms kan het dienen als authentieke en brute schil, zoals bij deze vakantiewoning in Linescio, Zwitserland. Architect Daniel Buchner liet de traditioneel gestapelde keien intact en bouwde binnenin een betonnen geraamte dat de boel overeind houdt. "Het schuurtje is tweehonderd jaar oud en stond al vijftig jaar leeg. Kortom: het was in slechte staat. Maar ik wilde het authentieke, archaïsche en natuurlijke karakter op geen enkele manier geweld aandoen", aldus Buchner. De betonnen binnenkant mag dan volledig nieuw zijn, hij is even eenvoudig en onafgewerkt als de buitenkant.Afval bestaat niet voor de hedendaagse brutalist. Wie oude materialen recycleert, creëert als vanzelf een doorleefd interieur. Een mooi voorbeeld is het koetshuis van de Nederlander Rolf Bruggink. Op het perceel stond ook nog een tijdelijk kantoorgebouw. Rolf brak dat volledig af, en met het sloopafval richtte hij zijn koetshuis in. Met vroegere radiatoren bouwde hij een mezzanine, oude raamkozijnen werden keukenkastjes en van dakspanten timmerde hij een scheidingsmuur. Rolfs ambitie was niet alleen om het sloopafval te gebruiken, hij wilde ook alles echt opmaken. Er mocht niks overblijven. Zo maakte hij met het afval van het bouwafval nog een tafel. Kant-en-klare brute huizen zijn zeldzaam. En je zult maar weinig stielmannen treffen die graag een oneffen muur pleisteren. Zelf aan de slag gaan is dus de boodschap. En vooral: experimenteren. Neem een voorbeeld aan de Mexicaanse kunstenaar Pedro Reyes. Hij is opgeleid als architect, maar maakt tegenwoordig vooral grote sculpturen. Om die metershoge beelden te fabriceren, heeft hij ook mensen in dienst. Maar af en toe slaat hij samen met zijn metselaars en timmerlui aan het bouwen. Of beter: aan het gieten. Want beton is Pedro's lievelingsmateriaal. "Het kan bijna alle mogelijke vormen en texturen aannemen. En het is goedkoop", aldus Pedro. "Tekeningen maak ik nooit. Ik vertel de metselaars wat ik wil en dan beginnen we er gewoon aan." Zo maakte hij van het grijze goedje onder meer een volledige lavabo met kraan en knoppen. De trap bouwde hij van holle betonblokken ingesmeerd met cement. De plafonds kregen een ruwere look door ze oneffen te pleisteren. Elders heeft hij het beton zelfs gehamerd voor een extra bruut effect. Haal je betonmolen dus maar boven!Bruut is het tegenovergestelde van glad. Zorg dus dat je je interieur wat textuur geeft. Denk aan tactiele oppervlakken van verweerd hout, roestig cortenstaal, bekist beton of brute baksteen zoals in deze Rotterdamse woonst. Het bureau Shift Architecture transformeerde een afgeleefde rijwoning - ooit hokten hier twintig buitenlandse werkkrachten samen in minuscule kamertjes - tot twee frisse ruimtelijke appartementen. "Het hele project draait om contrasten: oud en nieuw, hedendaags en traditioneel, gepolijst en ruw, afgewerkt en onafgewerkt", aldus architect Harm Timmermans van Shift. De originele elementen van het huis zijn waar mogelijk bewaard én getoond. De authentieke baksteenmuur lieten ze opzettelijk bloot. Op zolder zie je ook nog de authentieke balken. En het centrale blok waarin onder meer de trap zit, bekleedden de architecten met gegalvaniseerd staal. "Dat heeft een gewolkte tekening en is daardoor minder klinisch dan inox. Er zit meer textuur in en dus ook meer leven."