Kunsthistorica Angèle Boddaert (54) restaureert geschilderde decoraties in historische panden, van faux marbre tot trompe-l'oeil, maar schildert ook nieuwe ontwerpen die passen in het historisch kader. 'Als schilder moet je empathie voelen voor het gebouw waarin je werkt.'
...

Als kind was Angèle Boddaert steevast in de weer met papier en potlood. Met een tekenaar als vader kreeg ze de kunst van het schilderen met de paplepel ingegoten. Het is dus niet echt verwonderlijk te noemen dat de vrouw intussen al dertig jaar aan de slag is als restaurateur van historische decoratieschilderingen. 'Als twintiger besloot ik na mijn opleiding kunstgeschiedenis nog een extra opleiding te volgen bij Van Der Kelen-Logelain in Brussel, een school voor decoratieschilderen', begint Boddaert. 'Daar leerde ik alle technieken, van marmer- en houtimitatie tot werken met bladgoud, en hoe die doorheen de eeuwen telkens op andere manieren werden toegepast.' 'Het eerste wat ik doe als ik aan een project begin, is dan ook grondig de stijl van het huis en de kamer bestuderen. Ik let erop dat ik de harmonie van het gebouw bewaak. Als schilder moet je empathie voelen voor het gebouw waarin je werkt. Het is je taak ervoor te zorgen dat je werk aan de huid van het gebouw plakt. Daarbij speelt het licht een rol, de kleuren van de omgeving en natuurlijk de wensen van je klanten.' De kunsthistorica werkt voornamelijk in oude panden die al een decor tonen of doen vermoeden dat er een decor schuilt onder enkele lagen verf. 'In de achttiende en negentiende eeuw gingen veel schilders aan de slag met de technieken. Vaak kun je die sporen nog terugvinden door met een scalpel de verflagen weg te nemen, tot je een idee krijgt van de oorspronkelijke tekening.' Daarnaast komen er ook geregeld mensen aankloppen die een decor missen in hun historische pand. 'Dan creëer ik hedendaagse schilderingen die de sfeer van toen vertalen.' De oude technieken en traditionele olieverf vereisen geduld, beaamt Boddaert. 'In de achttiende en negentiende eeuw ging het allemaal iets trager dan wat nu als een normaal tempo wordt gezien. Voor bepaalde technieken moet een oppervlakte helemaal droog en afgewerkt zijn voor ik verder kan werken. Na een eerste laag is het soms moeilijk uit te leggen hoe de decoratie er uiteindelijk zal uitzien. Dan zie je sommige klanten wel denken: wat doet ze nu? (lacht) Net als een kostuum dat perfect moet passen, vraagt een decor op maat tijd.' Boddaert werkt samen met een ploeg schilders die de nodige voorbereidingen treffen, maar de afwerking doet ze helemaal alleen. 'Een marmerimitatie of een hemel op het plafond moeten redelijk snel gemaakt worden, omdat je daarvoor nat-in-nat moet schilderen. Dat werk kun je niet verdelen, omdat het heel belangrijk is dat het door één hand gebeurt. Als ik een bestaand decor reconstrueer, leer ik eerst de hand van de oorspronkelijke schilder imiteren. Je moet jezelf echt dwingen om in de huid van de kunstenaar te kruipen.' Wanneer acht de restaurateur een project geslaagd? 'Als je niet kunt zien dat ik hier geweest ben', lacht ze. 'En als alles harmonieus aanvoelt. Het gebeurt dat ik na een maand ergens terugkom en denk: tiens, heb ik dat gedaan? Op een bepaald moment begint een schildering op zichzelf te leven.' angeleboddaert.be Op dertienjarige leeftijd gaat de jonge Albert Mestdagh in de leer bij de Gentse Hendrik Coppejans, op dat moment een van de grootste glazeniers in de Arteveldestad. Nadat hij jaren heeft gewerkt als glasschilder stampt Mestdagh in 1947 zijn eigen atelier uit de grond. 'Vandaag zorgt het atelier voor de conservatie en restauratie van glaswerk, maar neemt het ook grote en kleine opdrachten aan voor de creatie en uitvoering van nieuwe glasramen', vertelt Katrien Mestdagh, intussen de derde generatie die als glas-in-loodspecialist aan de slag is. 'Ik geloof heel erg dat het ene het andere versterkt', legt ze uit. 'Door ons restauratiewerk leren we welke materialen en stijlen mettertijd verloren zijn gegaan. De creatie van nieuwe projecten geeft ons de mogelijkheid om het ambacht te blijven beoefenen en op de kaart te zetten voor de toekomst. Het is belangrijk dat die technieken overleven en dat we ze durven toe te passen op nieuwe ideeën.' Glas in lood oubollig noemen, gaat er bij Katrien Mestdagh dan ook niet in. 'Het klopt dat niet alle glas in lood vandaag even mooi of waardevol is. Maar het kan hip en jong zijn als we de juiste dingen maken. Je moet niet krampachtig vasthouden aan het idee dat glasramen heel kleurrijk moeten zijn. Door bijvoorbeeld een kleuraccent of de juiste loodlijnen te kiezen, en op een verfrissende manier met de bestaande technieken aan het werk te gaan, kun je heel moderne partijen krijgen.' De eerste afspraak vindt meestal plaats in het atelier in Merelbeke, omdat de familiezaak er al veel ontwerpen heeft liggen. 'We laten onze klanten uit eerdere ontwerpen kiezen, waaruit we kunnen afleiden welke smaak ze hebben. Na een eerste prijsraming komen we ter plaatse. Hoe is de lichtinval? Is er al dubbele beglazing? Zijn er bepaalde meubelen die in het oog springen waarmee we rekening moeten houden? Vervolgens gaat meestal onze huisontwerpster, mijn moeder Ingrid Meyvaert, aan de slag met alle elementen en maakt ze drie ontwerpen waaruit de klant kan kiezen. Ze maakt kleine schilderijtjes die ze inkleurt met ecoline, omdat die verf het best het effect van een glasraam benadert.' Glas in lood kent verschillende toepassingen, gaat de glasspecialiste verder. 'Zo kan een brise-vue of voorzetraam in stadswoningen een mooi alternatief zijn voor de alomaanwezige zandstraalfolies.' Als raamdecoratie, in de trappenhal, of als indirecte verlichting in de wand: de enige vereiste is dat er voldoende lichtinval is. 'Glas in lood komt pas tot leven als er licht door valt', benadrukt Mestdagh. Omdat het atelier merkt dat steeds meer jonge mensen interesse tonen, maar hun portefeuille dat niet altijd toelaat, zouden de glasspecialisten in de toekomst ook meer standaardwerk willen aanbieden. 'We willen het voor jongere klanten betaalbaar houden', klinkt het. Mestdagh wijst naar een glasraam waar de namiddagzon net op valt. 'Niemand is ongevoelig voor licht. Zoals bepaalde muziekakkoorden zal ook licht mensen altijd blijven raken.' ateliermestdagh.be Op een workshop tijdens haar tienerjaren na was Aurélie Serck nog nooit met klei aan de slag gegaan. Na haar studie beeldende kunsten aan het Gentse Sint-Lucas ging ze aan de slag bij een Brusselse antiquair en belandde ze later in de luxedetailhandel, tot ze zes jaar geleden opnieuw creatief aan de slag wilde. 'Je kunt het een vroege midlifecrisis noemen, zeker?' lacht Serck. 'Een vriendin vroeg me of ik zin had om een cursus pottenbakken te volgen. Ik besloot mee te gaan en ben na afloop op de lesgeefster afgestapt: 'Van mij raak je nooit meer af', zei ik.' Een uit de hand gelopen hobby, noemt de keramiste het wanneer ze ons ontvangt in haar atelier op een steenworp van het Gravensteen. Na zes maanden kocht ze haar eerste draaischijf, nog wat later schafte ze zich een oven aan. 'Steeds meer mensen begonnen naar mijn werk te vragen. Intussen bak ik volledig op bestelling. Mensen die een nieuw servies willen, kunnen bij mij volledig op maat kiezen wat voor materiaal en kleur ze in huis willen halen. Meestal start het proces met een huisbezoek. Uit een interieur kun je al meteen afleiden welke richting je uit kunt gaan. Wonen ze veeleer klassiek of net heel minimalistisch? Dan weet je wat je wel en absoluut niet kunt voorstellen. Ik neem een etui mee waarin allerlei staaltjes zitten van soorten klei met verschillende glazuren. Ik luister naar de wensen van de klant en toon meteen enkele basisvormen. Meestal beginnen mensen met een servies, maar komen ze later nog terug voor bijvoorbeeld bijpassende slakommen.' Naast haar eigen werk voor particulieren en restaurants die een uniek servies willen, werkt de keramiste ook samen met interieurarchitect Evelyn Moreels. Na het bestellen van een eigen servies, vroeg die laatste aan Serck om met haar in zee te gaan. Op maat gemaakt betekent echter niet dat de keramiste overal voor openstaat. Ontwerpen kopiëren weigert Serck resoluut, en ook qua stijl wil ze achter haar product kunnen staan. 'Ik ben altijd heel eerlijk tegen de klant. Iets lelijks kan ik simpelweg niet maken. Ik zal dan ook altijd mijn eigen stijl een beetje ongedwongen opdringen. (lacht). En dat werkt: ik heb nog nooit zoveel vraag gehad als de laatste maanden. Het is zelfs zo dat ik mensen heb moeten vragen om te wachten.' Het sleutelwoord van een servies op maat? 'Geduld', vertelt Serck. 'Ik raad mensen altijd aan om op tijd te bestellen als het voor een bepaalde gelegenheid is. Ik reken ongeveer een maand per bestelling. Je mag een droogproces immers niet forceren, want dan krijg je barsten. The waiting game is verschrikkelijk, maar de meeste mensen kunnen gelukkig het nodige geduld opbrengen.' De tijdrovende, met de hand gedraaide serviezen komen dan ook met een prijskaartje. Voor een volledig servies tel je zo'n 1500 à 2000 euro neer. 'Ik probeer er een hele beleving van te maken door tijdens het proces foto's naar de klanten te sturen: ' Work in progress.' Pas bij de uiteindelijke levering weet je of een project helemaal geslaagd is, wanneer klanten tijdens het uitpakken spontaan beginnen te glimlachen.' lilipottery.be