Iedereen die al eens verbouwd heeft, weet: het sloopwerk geeft het meeste voldoening. In het geval van Thomas en Isabelle had het zelfs iets therapeutisch. Met de hand braken zij het krot af waarin ze maandenlang moesten kamperen, in afwachting van hun nieuwbouw net ernaast. Steen voor steen maakten ze komaf met de schimmel, de ratten en de herinneringen aan een koude winter. Kunstenaar Filip Dujardin, een vriend des huizes, raakte geïnspireerd door de ruïne. Hij maakte er - letterlijk - een puinhoop van. Het afbraakmateriaal herstapelde hij tot een bakstenen grafheuvel die op zijn beurt intussen is afgebroken.
...

Iedereen die al eens verbouwd heeft, weet: het sloopwerk geeft het meeste voldoening. In het geval van Thomas en Isabelle had het zelfs iets therapeutisch. Met de hand braken zij het krot af waarin ze maandenlang moesten kamperen, in afwachting van hun nieuwbouw net ernaast. Steen voor steen maakten ze komaf met de schimmel, de ratten en de herinneringen aan een koude winter. Kunstenaar Filip Dujardin, een vriend des huizes, raakte geïnspireerd door de ruïne. Hij maakte er - letterlijk - een puinhoop van. Het afbraakmateriaal herstapelde hij tot een bakstenen grafheuvel die op zijn beurt intussen is afgebroken. Dat circulaire idee is ook cruciaal voor het huis dat Thomas en Isabelle realiseerden samen met het Gentse OYO Architects. 'Een paar meter verder van dat krot stond op ons terrein een gerenoveerde boerderij, die helemaal ingesloten was tussen het groen. Ik ben wel een boerendochter, maar ik wilde niet meer in zo'n rustieke fermette wonen. Vaak zijn boerderijen relatief donker en naar binnen gekeerd. Ik wilde een huis met een open connectie naar de tuin en het landschap', zegt Isabelle. 'De nieuwbouw mocht wel niet groter zijn dan de duizend kubieke meter van het vroegere boerderijtje. Volgens de bouwvoorschriften moesten we ook het historische karakter van de site respecteren. Een rood pannendak hoefde niet. Maar we verwerkten wel recuperatiebakstenen. Niet afkomstig van ons krot, maar van een schuur in Erembodegem die Thomas ooit met zijn vader en zus eigenhandig afbrak. Hij had die stenen nog liggen. Dit was de kans om ze eindelijk een nieuwe bestemming te geven.' OYO ontwierp in Drongen inderdaad geen hedendaagse boerderij voor Thomas, Isabelle en hun drie kinderen. Maar het plan vertrekt wel van een balkvormige schuur, exact georiënteerd zoals de voormalige fermette. Om die geschiedenis te benadrukken gebruikte OYO boven op de gelijkvloerse structuur in zichtbeton de recupbakstenen. 'De materialen zorgen voor een mooi contrast tussen industrieel en ambachtelijk, tussen strak en landelijk', zegt architect Xander Denduyver van OYO. 'De bakstenen zijn artisanaal gemetst met baardvoegen: de bouwvakkers gebruikten bewust te veel mortel, zodat die er morsig uitpuilt. Inspiratie voor die techniek vonden we in de privéwoning van architect Jos Van Driessche uit 1973 in Sint-Denijs-Westrem.' In dat volume met beton en baksteen schoof OYO een andere betonnen balk. Niet in een hoek van 90 graden, maar van 45 graden. Het resultaat: een dynamisch grondplan met spannende doorzichten. En met spievormige terrassen in de oksels van het kruis, waardoor het huis zich naar het landschap opent. 'Het midden van die assen, waar de twee balken elkaar raken, is letterlijk het kruispunt in ons huis', zegt Thomas. 'De architecten gaven die open plek geen welomlijnde functie. Een goed idee, want onze drie kinderen gebruiken hem echt voor vanalles: dansen in het springtouw, radslag oefenen, spelen, knutselen, huiswerk maken. En als we hier ooit nog eens een feestje hebben met veel volk, kunnen we een lange tafel zetten van in de eethoek tot in het hart van het huis. De plek plooit zich naar de behoeftes van ons gezin. Ze groeit met ons mee.' Ook boven voorzag OYO ongedefinieerde circulatieruimte. Langs de prachtige draaitrap in terrazzo en notelaar kom je op die open plek uit. Langs de muren zijn wel mosterdgele bureautafels voorzien voor (t)huiswerk, maar voor de rest is de arena in vasttapijt onbestemd. 'Ook de gangen naar de kinderkamers zijn zo'n polyvalente ruimte. De slaapcellen zijn bewust klein gehouden, zodat de gang - met de kamerdeuren open - één grote speelkamer wordt. Maar schuif je de gangdeur dicht, dan heb je een afgesloten slaapvleugel voor de kinderen', vertelt architect Xander Denduyver. 'De andere vleugel is bestemd voor de ouders. Hun slaapkamer bereik je via een sas met dressingkasten en een spiegelende schuifdeur. Ook hier heb je de keuze: ofwel laat je alles open, ofwel sluit je je discreet af. Heel de woning is zo'n dynamisch spel van open en gesloten. Elke ruimte, zelfs de circulatie, wordt optimaal gebruikt. Zonder dat ze per se een afgelijnde functie heeft.' Dat noemen ze: architectuur op de groei.