Na vijftien jaar ontwerpen voor onder anderen Diane von Fürstenberg keert de Schot Jonathan Saunders (42) terug naar zijn eerste liefde, het design, met een meubel- en textielcollectie.
...

Na vijftien jaar ontwerpen voor onder anderen Diane von Fürstenberg keert de Schot Jonathan Saunders (42) terug naar zijn eerste liefde, het design, met een meubel- en textielcollectie.Jonathan Saunders is geen onbekende in de modewereld. Nadat hij in 2003 was afgestudeerd als ontwerper aan Central Saint Martins in Londen, ging hij aan de slag als printdesigner voor Alexander McQueen, consultant voor Christian Lacroix bij Pucci en startte hij zijn eigen merk, dat hij in 2015 stopzette. Een jaar later werd hij benoemd tot creatief directeur van Diane von Fürstenberg, waar hij twee jaar zou blijven. Toch was niet mode, maar design zijn eerste liefde. Saunders stopte op zijn zestiende met school om een cursus houtbewerking te volgen. Een jaar later kreeg hij een beurs voor de Glasgow School of Art, waar hij productdesign ging studeren. De architectuur van het schoolgebouw, een ontwerp van Charles Rennie Mackintosh uit 1890, voedde zijn fascinatie voor het gebruik van contrasterende materialen en patronen. 'Ik liep de trap op naar mijn interview en zag dat Mackintosh een betonnen inleg had gebruikt in een grafisch, vierkant formaat', vertelde hij in The New York Times. 'Ik herinner me dat ik dacht: hoe ongelofelijk modern is dit!' Vorige maand lanceerde Saunders zijn eerste, vijftiendelige meubelcollectie. De stijl is vergelijkbaar met die van zijn kleding: kleurrijk en geometrisch. Toch zijn zijn glossy meubelen - hij gebruikt enkel hars, staal en gelakt hout - abstracter dan zijn modeontwerpen. De minimalistische belijning doet denken aan het werk van de Italiaanse postmodernist Ettore Sottsass. Zelf noemt hij het Bauhaus zijn belangrijkste inspiratiebron. De overstap naar de designsector was een grote uitdaging, geeft Saunders toe in Wallpaper: 'Als modeontwerper ben je het gewoon om heel snel te werken. Dat creëert een permanent verlangen naar verandering. Meubelen, daarentegen, gaan veel langer mee. Je moet rekening houden met ergonomie, met de praktische implicaties van een object dat de tand des tijds moet doorstaan. Ik heb mezelf moeten heropvoeden om langer na te denken over een idee.' Behalve meubelen ontwikkelde Saunders ook een eigen textielcollectie. Hij gebruikte daarvoor een techniek waarbij natte inkt in elkaar overvloeit. Zijn stoffen zullen niet alleen gebruikt worden voor zijn meubelen, ze zijn ook te koop voor andere designers. Saunders sluit niet uit dat hij in de toekomst ook eens een jasje of jurk zal uitbrengen. 'Wat ik probeer te doen,' zegt hij, 'is dingen maken waarvan ik hou én genieten van het proces.'saundersstudio.comTwintig jaar geleden had Violetta Pepa samen met haar zus Vera een modelabel en winkel in de Antwerpse Nationalestraat. Nadat ze noodgedwongen de boeken hadden gesloten, schoolde Violetta zich om tot binnenhuisarchitect.Als dochter van een Albanese vader en een Servische moeder groeide Violetta Pepa op in het Joegoslavië van Tito, tussen kleermakers en wolververijen. 'Alles gebeurde er nog ambachtelijk', vertelt Violetta. 'Van jongs af prutsten mijn zus en ik al met wol en stofjes.' Het gezin Pepa verhuisde naar Antwerpen toen de kinderen nog klein waren. 'Maar elke zomer gingen we terug. Dan maakten we kleren voor onszelf en onze vriendinnen.' In 2001 begonnen de zussen met een eigen label en een winkel in de Nationalestraat. Zes jaar later moesten ze de boeken sluiten. Waarom zijn jullie destijds met jullie modelabel gestopt? 'Financieel was het heel moeilijk om het hoofd boven water te houden. Als klein, beginnend merk kun je geen druk zetten op de productie. De grote spelers krijgen voorrang. Het was moeilijk om op tijd te kunnen leveren of om stoffen aan te kopen tegen goede prijzen. Zeker voor de kwaliteit die wij wilden. Ik ging op dat moment ook door een echtscheiding. Het merk combineren met twee kleine kinderen was niet langer houdbaar.' Was dat een moeilijke beslissing? 'Als je door iets gebeten bent, is het pijnlijk om afscheid te nemen. Ik volg de mode sindsdien niet meer. Dat was nodig om afstand te kunnen nemen. Ook al doe ik heel graag wat ik nu doe, ik voel niet dezelfde passie voor interieur als destijds voor mode. Maar dat is ook niet nodig. Als je ouder wordt, kijk je anders naar het leven. Realistischer. Ik vind mijn geluk nu in andere dingen.' Hoe ben je in de interieurwereld beland? 'Ik heb vrij snel de overstap gemaakt. Mijn ex-man, een architect, ontwikkelde samen met mijn neef horecazaken. Ik had van dichtbij gezien hoe dat soort projecten loopt. Eigenlijk is het werk vergelijkbaar: of je nu een collectie maakt of een verbouwing doet, je moet een creatief idee hebben, dat in de praktijk uitwerken en het dan verkopen. Een goed oog voor kleur, vorm en materialen had ik als designer al. Voor het technische deel heb ik me in avondonderwijs bijgeschoold.'Je noemt de gelijkenissen tussen de mode- en interieurwereld, maar wat zijn de grootste verschillen? 'In de mode is het ene nog niet koud of je moet al aan het andere beginnen, waardoor de collectie die je net ontworpen hebt niet goed meer lijkt. Daar had ik het heel moeilijk mee, want wij maakten kleren die wel langer dan één seizoen konden meegaan. Dat probleem heb je niet in de interieurwereld. Je moet niet elk seizoen je huis renoveren om mee te zijn.' In 2016 richtte je samen met Mieke Morel en Anja Schellekens Tate Urban Living op. Wat doen jullie precies? 'In en om Antwerpen kopen we vervallen huizen op, we renoveren ze en verkopen ze weer. We doen geen nieuwbouwprojecten, daarvan zijn er al genoeg. We houden van huizen met karakter. We proberen daarom zo veel mogelijk originele elementen te bewaren en tegelijk het huis te moderniseren volgens de normen van vandaag. De stijl is modern, sober, strak, maar ook niet te clean. Een interieur moet warmte uitstralen. En functioneel zijn. De Vlaming heeft graag een plek om zijn stofzuiger weg te zetten.' tateurbanliving.comDe voormalige modeontwerper Kenzo Takada (81) is nog niet aan zijn pensioen toe. Op de laatste editie van Maison & Objet lanceerde hij K? , een merk van meubelen en woonaccessoires, geïnspireerd op de Japanse levenskunst.Hij is een van die modeontwerpers die al twintig jaar toekijken hoe anderen collecties ontwerpen voor het merk dat hun naam draagt. Na de verkoop van Kenzo aan de LVMH-groep had hij kunnen genieten van een royaal pensioen. Het plan was: de wereld zien. Maar al heel snel ging Kenzo Takada weer aan het werk. Hij startte de ene samenwerking na de andere, en dus ook een paar in de decowereld. 'Ik besefte dat werk essentieel is voor mij', zegt hij. 'Door te werken moet ik me blijven focussen, steeds een stapje voor blijven. Drie jaar geleden creëerde mijn atelier een collectie voor Roche Bobois. Ik vond dat zeer leuk en dat leidde in 2020 tot K?.' Vandaag staan er al driehonderd stukken in de catalogus: meubelonderdelen, tapijten, huishoudlinnen en decoratieve accessoires. 'Voor mij zijn mode en design altijd al met elkaar verbonden geweest, vandaag zelfs meer dan ooit', benadrukt Kenzo Takada. 'Ontwerpers gaan naar designevenementen en laten zich daar inspireren voor hun modecollecties. Omgekeerd wonen designers ook modeshows bij. Die twee werelden vullen elkaar perfect aan.' De ontwerper reist zeven tot acht keer per jaar vanuit Frankrijk naar Japan, en die invloed is onmiskenbaar in de drie designcollecties die Kenzo al op de markt bracht. 'Tijdens die reizen ga ik op zoek naar nieuwe ambachtslui en naar oeroude vakkennis', zegt hij. Zo is een van de sterkste stukken die in januari zijn gelanceerd - een salontafel met een gat in het midden en een poot die met water kan worden gevuld - een modern eerbetoon aan de kunst van de ikebana. Kenzo Takada's voorliefde voor felle kleuren en uitbundige patronen vind je overal in terug. 'Met K? wilde ik wat meer joie de vivre in het interieur van de mensen brengen, net zoals ik dat in de mode deed', voegt hij eraan toe.k-3.comErika Schillebeeckx en Justine de Moriamé - sinds 2013 het duo achter het modelabel KRJST - ruilden hun collecties in voor wandtapijten, meubelen en interieurontwerp. Jullie ontwerpen nog steeds samen, maar dan onder de naam KRJST-studio. Vanwaar de switch? 'Toen we in 2006 aan La Cambre Mode(s) begonnen, kwamen we allebei uit het middelbaar kunstonderwijs, dus we hadden al een brede artistieke blik op de wereld. We waren altijd al een beetje bang geweest voor de eenzaamheid en de traagheid die je vaak ziet in de kunstwereld en konden dat omzeilen door kleding te maken. Bovendien vonden we het leuk dat onze stukken ook echt werden gedragen. Maar juist de snelheid en de ongebreidelde productie in de modewereld deden ons weer verlangen naar de kunstwereld. In 2015, toen Eastpak, Huawei en McAlson ons min of meer tegelijkertijd vroegen om hun huisstijl te bedenken, gingen we van KRJST naar KRJST-studio. En dat vonden we erg leuk. Toen stelde Farid Issa van Atelier Relief voor om een expo te houden met onze foto's en tekeningen, ons eerste wandtapijt en alles wat met onze ontwerpen te maken had. Dat was in april 2016, echt het keerpunt voor ons. Ineens zaten we niet meer vast aan een kledingstuk of een wandtapijt, er waren geen beperkingen meer.' Jullie noemen jullie werk 'Art-Weavings-Dreamscapes.' Waarom? 'We staan voor alles open. We gaan veel breder dan alleen het wandtapijt. We zeggen zelfs ja tegen voorstellen zonder te weten waar die ons heen zullen leiden. Op Collectible Fair presenteerden we ons eerste object in 3D, de Parachute Chair. We toonden er ook onze 'vliegendtapijtlamp', die we maakten met Lionel Jadot in Zaventem Ateliers. Toen we in augustus 2019 naar hier verhuisden, kwam hij met het idee om deze lamp te maken van onze weefoverschotten. Daarnaast zijn we ook bezig met de inrichting van het Silversquare aan de Brusselse Louizalaan, een project van vier verdiepingen en 7000 m2. We hebben behang, wandtapijten, tapijten, meubelen, kortom de hele inrichting getekend. We willen ons niet vastpinnen op één genre, dat zouden we te verstikkend vinden.' krjststudio.com