Afspraak in Parijs, rue du Faubourg Saint-Honoré, nummer 24. Hier huist Hermès. Net voor het defilé van de damesprecollectie herfst-winter 19-20 hebben we een afspraak met de ontwerpster. We waren bang dat dit niet het geschikte moment zou zijn om met Nadège Vanhée-Cybulski te praten over het parcours dat ze heeft afgelegd van haar kinderjaren tot vandaag. Ruim vier jaar geleden begon ze te werken voor Hermès, waar ze Christophe Lemaire (2010-2014), Jean Paul Gaultier (2004-2010) en Martin Margiela (1997-2003) opvolgde. We dachten dat ze één brok stress zou zijn, dat ze nog tal van details zou moeten regelen. Maar dat hadden we mis. Ze komt stralend op ons af, zonder make-up, in een lange tuniek van witte wol die ze zelf heeft ontworpen voor Hermès, met daarboven een mantel die perfect past bij haar warme uitstraling. Ze lacht en zegt dat ze met plezier even tijd maakt voor ons. Een interview zal haar gedachten even afleiden, zo klinkt het.
...

Afspraak in Parijs, rue du Faubourg Saint-Honoré, nummer 24. Hier huist Hermès. Net voor het defilé van de damesprecollectie herfst-winter 19-20 hebben we een afspraak met de ontwerpster. We waren bang dat dit niet het geschikte moment zou zijn om met Nadège Vanhée-Cybulski te praten over het parcours dat ze heeft afgelegd van haar kinderjaren tot vandaag. Ruim vier jaar geleden begon ze te werken voor Hermès, waar ze Christophe Lemaire (2010-2014), Jean Paul Gaultier (2004-2010) en Martin Margiela (1997-2003) opvolgde. We dachten dat ze één brok stress zou zijn, dat ze nog tal van details zou moeten regelen. Maar dat hadden we mis. Ze komt stralend op ons af, zonder make-up, in een lange tuniek van witte wol die ze zelf heeft ontworpen voor Hermès, met daarboven een mantel die perfect past bij haar warme uitstraling. Ze lacht en zegt dat ze met plezier even tijd maakt voor ons. Een interview zal haar gedachten even afleiden, zo klinkt het. Nadège Vanhée-Cybulski studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en daar bleef uiteraard iets van hangen: vastberadenheid en mooie herinneringen aan een land waarvan vooral de generositeit en de onschatbare zin voor vrijheid haar zijn bijgebleven. Natuurlijk leerde ze er ook het vak en ontdekte ze er de liefde voor kleding, maar dan wel kleding die stevig verankerd is in de realiteit. Droomde je als klein meisje al van dit vak? 'Als klein meisje? Totaal niet, en dat terwijl ik me nu geen ander leven meer kan voorstellen. Ik hou van dit vak en zie mezelf absoluut niet in een ander beroep, in een ander universum. Dat besef kwam pas toen ik al een jonge vrouw was. In mijn tienerjaren - een periode waarin we allemaal op zoek zijn naar een eigen stijl en een eigen identiteit - had ik eerder een zwak voor alles wat te maken had met indierock: ik ging op zoek naar mezelf via die muziek en via mensen uit dat milieu. Ik had het grote geluk dat ik in het noorden van Frankrijk woonde en dat ik vaak naar België ging: daar kon je destijds op veel plaatsen naar indierock luisteren.' Waarom besloot je mode te gaan studeren in Antwerpen? 'Ik ben opgegroeid in Rijsel en ken België goed. Antwerpen, een stad met een rijke geschiedenis en met een heel krachtige financiële, culturele en artistieke uitstraling, leek me erg mysterieus. Het was de perfecte stad voor mij. Na in Londen en Parijs te hebben gewoond, hield ik van de kleinere schaal, dat maakte de stad wat toegankelijker. Maar het belangrijkste was dat in mijn ogen de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten de allerbeste school was. Ik had het werk van Martin Margiela gezien - samen met een vriendin woonde ik het defilé van de afstudeercollecties bij - en dat was een openbaring... Ik sprak geen Nederlands en besefte nog niet hoe moeilijk het zou worden, maar ik herkende me in die school. Ik wist dat mijn blik er ruimer zou worden en dat mijn gevoeligheid en creativiteit aangewakkerd zouden worden. De twee dagen van het toegangsexamen waren heel intens.' Je eerste ontwerp als studente was een experimentele, haast sculpturale plooirok. 'Die rok was mijn vuurdoop. Ik wist niets van patroontekenen, maar op de Academie word je meteen in het diepe gegooid. Ik had gekozen voor een rok, een primitief kledingstuk dat ooit zelfs door mannen werd gedragen. Het was echt een totem, een die ik ook nu nog graag in mijn kleerkast zie hangen.' In die kleerkast vinden we nog een ander essentieel item terug: de blouse. Je verzamelt blouses. 'Ik tik graag blouses op de kop en laat ze graag maken. Het is een kledingstuk waar ik veel voeling mee heb. Blouses kunnen heel sober, maar ook heel gesofisticeerd zijn. Een blouse is de moeilijkste oefening, want je zit met een heel duidelijk recept: een bepaalde snit, een bepaalde kraag... Je mag daar niet te sterk van afwijken, want dan zou het item niet meer als blouse herkenbaar zijn. Die restrictie bevalt me wel.' Na de Academie liep je zes maanden stage bij lederwarenfabrikant Delvaux.'Ik was dol op de manier waarop de kantoren er georganiseerd waren. De ambachtslieden werkten centraal in het arsenaal, je kon ze vanuit de studio aan het werk zien. Ik maakte al heel snel van dichtbij kennis met een bedrijf met een bijzonder erfgoed en een enorme knowhow. Ik had uitzonderlijk veel geluk: op de tweede dag al vertrokken we naar Lyon om het atelier van Hermès te bezoeken.' Nadien heb je je ingeschreven aan het Institut Français de la Mode in Parijs. Wat heb je over jezelf geleerd tijdens die cursus modeontwerpen? 'Dat laatste jaar was voor mij erg belangrijk. Ik was destijds een beetje wild. Een designer heeft een eigen vocabularium, een eigen manier van denken. Het kan dan erg heftig zijn om in een bedrijf terecht te komen en daar geconfronteerd te worden met cijfers en met ingewikkelde tabellen. Je moet dan naar iemand luisteren die het heeft over merkidentiteit, terwijl je net uit een modeopleiding komt en nog in een creatieve bubbel zit. Ik vond die strakke modules waarin je een project moet afleveren binnen een opgelegde termijn en waarin je moet samenwerken met patroontekenaars, grafisch vormgevers en collectiedirecteurs eigenlijk best fijn. Die openheid en die samenwerking vind ik erg boeiend. Toen ik bij Martin Margiela begon, herkende ik dus alles.' Als je over je jaren bij Margiela praat, ga je meteen stralen... 'Het was een fantastische ervaring. Ik had het grote geluk te mogen werken voor een bedrijf waar ik voeling mee had en voor een ontwerper die ik enorm bewonderde. Dat was heel aangenaam, heel emotioneel ook. Margiela was geen modehuis zoals de andere.' Vervolgens voerde je loopbaan je naar Céline, en daarna naar The Row. Zit er een rode draad in je parcours? 'Ik denk dat het vooral een kwestie was van opnieuw focussen op damesmode. Ik heb toen mijn persoonlijke vocabularium aangevuld. De opdracht bij Céline luidde niet 'het merk opnieuw creëren', maar wel 'een modehuis uitdenken'. En dat terwijl ik bij Martin had gewerkt voor iemand die zijn modehuis stevig gefundeerd had en die precies wist wat hij wel en niet wilde. Bij Phoebe Philo daarentegen moest alles nog worden uitgevonden: het abc van het bedrijf, de codes, de verhoudingen, de kleuren... Mijn periode bij The Row was ook heel vruchtbaar: ik vond het spannend om te bewijzen dat ook Amerikaanse mode erg sophisticated kan zijn. Nadien ben ik bij Hermès beland. Zonder dat ik het zelf besefte, waren er al veel kleine dingen die een brug sloegen tussen mij en dat modehuis.' Ik wilde het net vragen: hoe voelde je je toen Hermès je in 2014 vroeg om de artistieke leiding op te nemen van de damesprêt-à-porter? 'Het kwam als een complete verrassing. Het ging erg snel. Er zat heel weinig tijd tussen mijn ja en het moment dat ik echt bij Hermès begon. Toen ik bij Hermès aan de slag ging, leek het me essentieel om terug te grijpen naar de roots van het merk en tegelijkertijd te kiezen voor een resoluut eigentijdse aanpak.' Welke van die roots en welke collecties van je voorgangers ontroeren je het meest? 'Vooral de collecties van Catherine de Károlyi, Lola Prusac en Claude Brouet brengen me in vervoering.' Die laatste woonde trouwens je allereerste defilé voor Hermès bij. Ervoer je dat als een ridderslag? 'Als een zegening! Ik was ontroerd en voelde me heel klein. Die vrouwen hebben een aantrekkelijk testament nagelaten. Wanneer ik hun ontwerpen bekijk, vind ik die echt uitzonderlijk. Zij keken met een vrijmoedige en scherpzinnige blik naar hun tijd. Net daar draait het om bij Hermès: de hedendaagse tijdgeest observeren en tegelijkertijd nagaan wat jij daar met je roots en je deskundigheid aan kunt toevoegen.' Met de collectie Sailor Sellier voor de lente en zomer van 2019 geef je blijk van zowel maturiteit als van lichtvoetigheid. Heb je dat zelf ook zo ervaren? 'Ik ervoer het eerder als een terugkeer naar de essentie. Na vierenhalf jaar diverse pistes te hebben verkend, wilde ik focussen op een puristische benadering en ontwerpen voor een vrouw die verder kan kijken dan haar horizon. Ik wilde aan de slag met werkkledij en met couturemode. Beide zijn Hermès dierbaar: ze staan bol van technieken, knowhow en stilering. Ik kon er dus mijn geek-visie op kleding in kwijt! Al van bij de start had ik zin om het ruitererfgoed te overstijgen en er de sailor bij te betrekken. Want ook die zeebonk, die ontdekkingsreiziger fascineert mij.' Vertel eens hoe het creatieve proces verloopt. 'Ik denk na over wat ik nu, over drie maanden en over zes maanden zou kunnen doen. Sommige ideeën zijn helemaal af, andere bevinden zich nog in een embryonaal stadium. Hoe die ideeën tot stand komen, valt moeilijk uit te leggen: het kan gaan om iets wat ik gezien heb, om iets wat ter sprake is gekomen. Nadien wil ik mijn team fysiek voeden en zelf door hen gevoed worden. Wanneer we aan een collectie beginnen, kom ik met een beeldrijk, iconografisch verhaal. Ik heb dan al grondig nagedacht over de stoffen, de materialen, de kleuren... en begin daar dan over te vertellen. Het is een belangrijke fase, omdat het er dan op aankomt om er woorden op te plakken, het uit te leggen en feedback te krijgen.' Bestaat er een link tussen je collecties onderling? 'Ja natuurlijk, lineage noemen we dat in het Engels. Ik grijp voortdurend terug naar kleuren zoals blauwzwart, Hermès-rood en waterblauw. En ook naar bepaalde materialen zoals dubbelzijdig kasjmier: een uitzonderlijke stof omdat je ermee op zoek kunt naar volume, tactiele impressies en kleuren. Innovatie is een wezenlijk onderdeel van het vak van modeontwerper, maar het is ook belangrijk dat je je herkent in een bepaalde snit of zelfs in een arbeidsfilosofie.' Nu we het over de snit hebben: je bent dol op schuin gesneden stoffen. Waarom? 'Schuin snijden, dat is echt vrijheid. Niet je eigen vrijheid, maar die van het materiaal: je blaast het een vorm, een snit, een patroon in en het beslist zelf in welke richting het zal bewegen. Het resultaat is altijd verrassend.' Wat heb je geleerd tijdens die bijna vijf jaar bij Hermès? 'Ik heb geleerd om geduldig te zijn. Op sommige ideeën moet je wat broeden zodat ze zich kunnen ontplooien wanneer het materiaal, de vorm en de mensen er klaar voor zijn. Dat is niet alleen een fysieke, maar ook een psychische aangelegenheid.'