Volgens de buren zou de ruimte ooit hebben gediend als pottenbakkerij, daarna als garage, waarvan het in grote drukletters geschilderde Verboden te roken nog een souvenir is. 'We hebben het geluk gehad de ruimtes nog te kunnen kopen voordat de projectontwikkelaar al te grote ingrepen had uitgevoerd. De indeling en afwerking hebben we volledig naar onze hand kunnen zetten', vertelt Boris Devis. Een achttal maanden geleden verhuisde hij met zijn vriendin Zoë Hordies van de eerste naar de gelijkvloerse verdieping, die lang als opslagruimte diende voor zijn aankopen als designhandelaar.
...

Volgens de buren zou de ruimte ooit hebben gediend als pottenbakkerij, daarna als garage, waarvan het in grote drukletters geschilderde Verboden te roken nog een souvenir is. 'We hebben het geluk gehad de ruimtes nog te kunnen kopen voordat de projectontwikkelaar al te grote ingrepen had uitgevoerd. De indeling en afwerking hebben we volledig naar onze hand kunnen zetten', vertelt Boris Devis. Een achttal maanden geleden verhuisde hij met zijn vriendin Zoë Hordies van de eerste naar de gelijkvloerse verdieping, die lang als opslagruimte diende voor zijn aankopen als designhandelaar. Voorbij een pikzwarte garage die als inkomhal dient en een glazen deur kom je terecht in een ruime loft met een slaapkamer, twee dressings en evenveel badkamers, een bureau, een open keuken en zuidgericht terras. Achter elke plaats schuilt een andere gemoedstoestand. Van sereen en gedempt tot sexy, zakelijk of uitgelaten. Contrasterend en toch harmonieus. De loft is het resultaat van een samenwerking met de Amerikaanse interieurontwerpster Carol Cahill die Boris eerst als klant leerde kennen en intussen een vriendin werd. 'In plaats van ideeën uit bestaande interieurs of één stijl te verzamelen, sprokkelde ik inspiratie uit kunstboeken, modecollecties, texturen en specifieke sferen die ik wilde creëren. Carol had op haar beurt een verlanglijstje van lowtech-materialen waarmee ze graag wilde experimenteren, maar die haar klanten niet begrepen. Het wollige tapijt van de slaapkamer, de raffia-achtige kunststof die we voor de muren van de gang gebruikten en de houten parkettegels van de badkamer vonden we allemaal online via groothandelaars in Griekenland of Nederland.' 'Op een paar uitzonderingen na - zoals de eettafel, een paar krukjes en hier en daar een kunstwerk - kun je alles wat je hier ziet, online kopen. De meubels en lampen komen en gaan, waardoor ons interieur ondefinieerbaar en spontaan blijft. Het werkt inspirerend om in zo'n steeds veranderende omgeving te kunnen wonen. Niks is permanent', vertelt Boris. Hechten ze zich dan nooit aan een zetel, stoel of lamp? 'Dat is het grote verschil tussen Boris en mij', antwoordt Zoë. 'Toen we nog boven woonden, stond hier, in de stock, een blauwe zetel (de Boa van Edra). Voor mij was het evident dat die zetel deel ging uitmaken van de loft. Maar hij werd nog voor de verhuis verkocht. Net zoals de kwalluchter van Jacques Garcia die nu in onze slaapkamer had moeten hangen. Het raakt me wel als een stuk vertrekt. Anderzijds put ik voor mijn eigen werk ook veel inspiratie uit de nieuwe stukken die hij binnenbrengt.' Boris ziet zichzelf meer als een vogelspotter. 'Die hebben genoeg aan het afvinken van de vogels die ze zien. Bij mij is dat niet anders. Als ik kan afvinken dat ik een stuk heb gehad en verkocht, volstaat dat. Daarna mag het naar zijn volgende bestemming. Mocht ik een verzamelaar zijn, dan zou ik veel meer moeite hebben om te verkopen. Ik ben niet van het hebberige type. Als ik een stuk mis, vind ik dat ook helemaal niet erg. Er is altijd weer wat anders om naar uit te kijken.' Dat het interieur van Boris en Zoë vaak verandert, heeft niks te maken met een gebrek aan voldoening of ontevredenheid. 'Verandering van spijs doet eten, zegt men. Wel, ik teer erop. In mijn job, wanneer ik reis of op culinair vlak. Ik ben altijd op zoek naar vernieuwing', zegt Boris. 'Interieurs zijn vaak te statisch. Ze blijven decennia onveranderd tot ze hun eigenaars de oren uitkomen. Zo ver mag je het niet laten komen. Interieurs moeten leven en evolueren. Als je jaarlijks een paar spullen vervangt, creëer je telkens een nieuw gevoel of sfeer, zonder drastisch te moeten ingrijpen. De vernieuwing die ik in de modewereld zie, is vaak veel radicaler dan wat we in de design- en interieurwereld meemaken. Daar durven ontwerpers en consumenten zelfs tabula rasa te maken met voorgaande collecties. De snelheid waarmee modetrends worden gemaakt en gekraakt, die zou ik ook in mijn branche willen zien.' 'Terwijl ik vanuit mijn perspectief vind dat het in de modewereld net te snel gaat', vult Zoë aan. 'Alles kan, waardoor je amper nog van trends kunt spreken. Merken spelen paniekvoetbal of willen choqueren om vernieuwend te zijn. Op vlak van interieur geldt precies het tegenovergestelde. Kijk maar naar de Scandinavische designhype: hoelang gaat die al mee? Niet dat ik er fan van ben', lacht ze. 'Mode en esthetiek in het algemeen draaien voor mij om het gevoel dat ze teweegbrengen. Omwille van hun ontwerp of verhaal. En het is niet noodzakelijk diegene die het hardst roept die het meeste te vertellen heeft.'