Pieterjan. Simpelweg zonder achternaam. Zo komt de Gentse interieurarchitect het liefst naar buiten. Het is een statement natuurlijk: zonder familienaam heeft hij geen officiële 'signatuur'. Hij wil namelijk niet op één stijl vastgepind worden. 'Telkens variaties op een herkenbaar thema bedenken, zie ik niet zitten. Smaak en stijl zijn niet belangrijk: ik wil me de vrijheid permitteren om heel breed te gaan in mijn interieurkeuzes. Elke opdracht die ik binnenhaal, is maatwerk volgens de wensen van de bouwheer. Vergelijk het met haute couture', vertelt hij. Natuurlijk zijn er elementen die weleens vaker doorschemeren, zoals zijn voorliefde voor deuren. Of zijn passie voor geometrische abstracte kunst. Of zijn oog voor Space Age design, genre Joe Colombo of SuperStudio. Je merkt er soms grafische invloeden van, maar aan copy-paste doet hij nooit. 'Alles vertrekt vanuit de ziel van de plek', zegt hij. 'Het geb...

Pieterjan. Simpelweg zonder achternaam. Zo komt de Gentse interieurarchitect het liefst naar buiten. Het is een statement natuurlijk: zonder familienaam heeft hij geen officiële 'signatuur'. Hij wil namelijk niet op één stijl vastgepind worden. 'Telkens variaties op een herkenbaar thema bedenken, zie ik niet zitten. Smaak en stijl zijn niet belangrijk: ik wil me de vrijheid permitteren om heel breed te gaan in mijn interieurkeuzes. Elke opdracht die ik binnenhaal, is maatwerk volgens de wensen van de bouwheer. Vergelijk het met haute couture', vertelt hij. Natuurlijk zijn er elementen die weleens vaker doorschemeren, zoals zijn voorliefde voor deuren. Of zijn passie voor geometrische abstracte kunst. Of zijn oog voor Space Age design, genre Joe Colombo of SuperStudio. Je merkt er soms grafische invloeden van, maar aan copy-paste doet hij nooit. 'Alles vertrekt vanuit de ziel van de plek', zegt hij. 'Het gebouw dicteert al veel van mijn ideeën. Het is de kapstok voor het verhaal dat ik wil vertellen.' In deze pied-à-terre was het overduidelijk wie de assist gaf. De organische gevel was hier de dirigent van dienst. De gewelfde façade van het appartementsblok lijkt wel geïnhaleerd: overal duiken bochten of rondingen op in het interieur. Heel opvallend is bijvoorbeeld de balk boven de gordijnwand. Die volgt netjes de organische gevel. Maar in plaats van dat bochtenparcours wat te maskeren, benadrukt Pieterjan de balk met een contrasterende kleur. Niet toevallig: de ingreep geeft de ruimtes een vloeiende flow, als was het een indoorracecircuit. Hetzelfde verhaal voor de gang. Dat is geen rechttoe rechtaan as doorheen het huis. Eerder een chicanebocht van twintig meter, die vernauwt en weer uitzet. Die dynamiek straalt af op het hele appartement van 450 m2. 'Het enige wat de vloeiende lijn in de gang blokkeert, zijn de deuren. De meeste architecten zetten die vlak in de muur, zodat ze niet opvallen. Maar ik maak er graag een object van. Een duidelijke overgang naar de volgende ruimte, hier benadrukt met een forse, afgeronde deurstijl. Vandaag de dag not done, maar ik doe het toch.' Naast de golvende façade kun je hier ook niet naast de schuine kolommen in beton kijken. Ze waren al voorzien door de architect van het appartementsblok. 'In plaats van dat endoskelet weg te moffelen heb ik het onderstreept. Ik vond de vorm van die diagonalen net spannend', legt Pieterjan uit. Wie goed kijkt, vindt ook diagonalen en sensuele welvingen terug in talloze interieurdetails. Die vallen niet meteen op, maar tonen wel aan tot welke limiet het craftmanship hier is gepusht. Het beste voorbeeld? De marmeren vloer in de keuken: die is schuin afgezaagd en afgewerkt met afgeronde hoeken, identiek aan de gevel. Een microsamenvatting van de macroarchitectuur dus. Het leuke aan een pied-à-terre: je kunt als ontwerper vaak wat extremer gaan dan in permanent bewoonde ruimtes. Waarom? De bewoner is er zo weinig dat het interieur wat meer risico's aankan. Dat merk je hier ook. De Franse expat, die zichzelf een plezier deed met dit kosmopolitische appartement, gaf Pieterjan stilistisch carte blanche. Dat moet je hem geen twee keer zeggen: de Gentenaar trok alle registers open, maar lepelde in de enorme oppervlakte toch een gevoel van huiselijkheid. Zonder in hokjes te denken en zonder het gevoel van luxe te vergeten. 'De loft is geen 3D-stalenboek van materialen geworden. Ik beperkte het palet tot een vijftal stuks, gecombineerd in verschillende afwerkingen', zegt Pieterjan. Bijzonder is dat de interieurarchitect hier de materialen gebruikt om functionele zones af te bakenen. Op die manier kan hij - zonder overbodige wanden - toch het open loftgevoel maximaal behouden. Én - niet onbelangrijk - het immense appartement een logische circulatie geven. De hal is een mooi voorbeeld. Binnenkomen doe je langs een soort black box: een doos van donkere natuursteen. Een knipoog naar de raadselachtige monoliet van Stanley Kubrick uit 2001: A Space Odyssey. De entree zet meteen de toon van luxe én intimiteit: de spreidstand waaraan Pieterjan zich hier waagt. Die tegenstelling is ook voelbaar in de materialen: de gastenkamer is met wit vasttapijt bekleed, de master bedroom met zwart spiegelglas. Eén badkamer is onschuldig wit met afgeronde details, de master bathroom is uitgevoerd in macho roestbruin marmer. Mannelijk en vrouwelijk, minimalisme en maximalisme, glossy en discreet: het is die ambiguïteit waarmee Pieterjan hier maar al te graag speelt. Sensueel boudoir of hedonistische mancave? De interieur-architect rijdt er in een grote bocht omheen.