Aan designantiquairs stel ik graag de vraag hoe ze in het vak zijn terechtgekomen. Want je gaat niet zomaar op een dag wat tweedehandsdesign zoeken en verhandelen. Zeker nu niet meer, omdat de mooie stukken zeldzaam geworden zijn en je kennis over de oorsprong best op de proef wordt gesteld. Daarom heb ik het graag over designantiquairs in plaats van vin- tagedealers. Toen ik de vraag stelde aan David De Brauwer en Natascha Brees, die naam en faam maken met hun zaak Vintage Design Point, kreeg ik een heel verrassend antwoord. Eerst van Natascha: zij studeerde archeologie in Leuven en Amsterdam, specialiseerde zich in de Gallo-Romeinse cultuur en ging ook een tijdje als archeoloog aan de slag.
...

Aan designantiquairs stel ik graag de vraag hoe ze in het vak zijn terechtgekomen. Want je gaat niet zomaar op een dag wat tweedehandsdesign zoeken en verhandelen. Zeker nu niet meer, omdat de mooie stukken zeldzaam geworden zijn en je kennis over de oorsprong best op de proef wordt gesteld. Daarom heb ik het graag over designantiquairs in plaats van vin- tagedealers. Toen ik de vraag stelde aan David De Brauwer en Natascha Brees, die naam en faam maken met hun zaak Vintage Design Point, kreeg ik een heel verrassend antwoord. Eerst van Natascha: zij studeerde archeologie in Leuven en Amsterdam, specialiseerde zich in de Gallo-Romeinse cultuur en ging ook een tijdje als archeoloog aan de slag. David kreeg de liefde voor vintage meer met de paplepel mee, want zijn ouders waren antiquairs. 'Ik maakte van kinds af de opwinding mee, wanneer ze thuiskwamen met pas gevonden schatten die ze ergens in Frankrijk op de kop hadden getikt. Dat is iets wat wij ook nog wekelijks beleven, want als handelaar is zoeken en vinden leuker dan verkopen', legt David uit. Doordat hij een opleiding kreeg in een heel andere discipline, namelijk de automechanica, is hij heel handig, wat van pas komt bij het restaureren van oud design, maar ook bij het onderscheiden van echt en vals. 'Er zijn nogal wat vervalsingen op de markt. Het komt erop aan goed te weten hoe iets vroeger werd afgewerkt, zo merk je meteen het verschil', zegt hij nog. De twee delen iets wat hen in de richting van de handel duwde: verzamelwoede. Het toeval wil dat beiden als kind gesteenten, fossielen en postzegels verzamelden. Natascha bleek al heel snel geboeid door interieurs, waardoor ze ook stoelen die ze leuk vond ging verzamelen. Zo maakte Natascha een stap van tweeduizend jaar, van de Romeinen naar design. Eenmaal samen werden ze gecharmeerd door oude designspullen die je destijds voor een prikje vond. Ze werden fanatieke vintagejagers en -verzamelaars. Hun huis stond al snel nokvol, waardoor ze zich verplicht zagen om zelf van alles te verkopen op een vlooienmarkt. Ondertussen raakten ze zo gebeten door vintage design dat ze de lat hoger legden en steeds mooiere en zeldzamere stukken gingen zoeken. 'Dat is een logische evolutie', legt Natascha uit. 'Eerst kijk je gewoon wat rond op de vlooienmarkt en ben je door een beperkt budget sneller tevreden. Maar naarmate je meer gaat bestuderen en opzoeken in boeken, en je zoveel meer over leert, ga je uitkijken naar bijzondere stukken, wat het zoeken extra spannend maakt.' Het resultaat van deze zoektocht is een bloeiende vintagezaak, opgestart in 2009, met een entrepot en een restauratieatelier in Wechelderzande. 'We hebben vrij snel beslist om geen winkel te openen, omdat we vooral zoeken en daardoor heel veel op de baan zijn. We kozen meteen voor een degelijke website en realiseren nu 95 procent van onze omzet via het net. Waardoor we uiteraard vooral internationaal actief zijn, want die vintagehandel kent geen grenzen', verduidelijkt David. Hun handel mag dan wel internationaal zijn, toch koesteren ze een voorliefde voor Belgische designers, die je trouwens ook overal in hun huis tegenkomt. 'Iedereen die wat vertrouwd is met vintage en naar mooie stukken zoekt, droomt er bijvoorbeeld van om iets op de kop te tikken van de Milanese cultontwerper Gio Ponti, die in de jaren vijftig toonaangevend was. Dat is natuurlijk op-en-top 'internationale handel', want Ponti zoeken ze overal', aldus Natascha. Maar in de loop der jaren ontdekten ze de Belgische designers. 'Die waren ook echt goed', vertelt een enthousiaste David. 'Denk maar aan fiftiesiconen als Jules Wabbes en Willy Van Der Meeren. Of Jos De Mey en Alfred Hendrickx, die in de jaren 50 schitterende meubels in de Italiaanse stijl van Ponti hebben gemaakt. Je vindt ze hier wel meer en ze zijn doorgaans minder prijzig dan de Italiaanse toppers zelf. Hoewel je voor namen als Wabbes, Emiel Veranneman en Christophe Gevers toch dieper in de beugel moet tasten, want ze zijn eveneens top. We merken dat al die Belgen internationaal worden gewaardeerd.' Door hun nieuwsgierigheid verruimen David en Natascha ook steeds hun horizonten. Ze zoeken niet alleen meubels, maar ook lampen, wat beeldende kunst en keramiek. 'Door het zoeken en verzamelen doe je trouwens aan actieve kunstgeschiedenis', vertrouwt Natascha ons toe. 'Je ontdekt dingen die niet altijd in de klassieke boekjes staan, bijvoorbeeld keramiek. Ons land telde in de jaren 50 en 60 enkele supergoede keramiekateliers, zoals Perignem en Amphora, die evengoed in het buitenland worden gewaardeerd. Het is voor ons heel bijzonder om zo'n stuk vintagekeramiek te ontdekken, dat is echt een passie!' Voor de uitstraling van ons patrimonium spelen vintageantiquairs een voornamere rol dan onze musea. Zij zijn immers de eersten die vergeten kunstenaars en designers herontdekken en onder internationale aandacht brengen. De Belgische musea laten amper de creaties zien van onze naoorlogse designers, keramisten en beeldend kunstenaars. Dat is natuurlijk jammer. Heel wat handelaren houden amper wat bij en bieden hun trouvailles meteen in de handel aan. David en Natascha vinden het daarentegen bijzonder om tussen hun vondsten te leven. 'Daarom staat het hier tjokvol', stipt Natascha aan. 'We hebben een huis laten bouwen waarin je heel wat kunt uitstallen. Het werd door architect Patrick Verhamme op een driehoekig grondplan ontworpen om zo veel mogelijk licht binnen te laten. Daarom zit er bovendien een zaagtanddak op, dat nog wat extra noorderlicht binnenlaat. We merken graag op dat we het pand grotendeels eigenhandig hebben gebouwd. Als antiquair moet je immers de handen zelf uit de mouwen kunnen steken, niet?'