De historische binnenstad laten we voor één keer links liggen, we beginnen onze tocht in de zogenoemde negentiende-eeuwse gordel. 'Hier liggen niet zo veel mogelijkheden meer voor verdere woonontwikkeling', legt Vanden Abeele uit. 'In deze gordel moeten we inzetten op het creëren van meer woonkwaliteit via extra groen en ruimte voor ontmoeting. In de gebieden net daarbuiten, zoals Gentbrugge, Sint-Amandsberg, Mariakerke en Wondelgem - de zogenoemde 20e-eeuwse gordel - zie ik wel veel opportuniteiten om ruimte te verdichten en om voor meer dynamiek te zorgen. Maar cruciaal is vooral dat we die twee soorten wijken en gordels verbinden tot een 21e-eeuwse gordel.'
...

De historische binnenstad laten we voor één keer links liggen, we beginnen onze tocht in de zogenoemde negentiende-eeuwse gordel. 'Hier liggen niet zo veel mogelijkheden meer voor verdere woonontwikkeling', legt Vanden Abeele uit. 'In deze gordel moeten we inzetten op het creëren van meer woonkwaliteit via extra groen en ruimte voor ontmoeting. In de gebieden net daarbuiten, zoals Gentbrugge, Sint-Amandsberg, Mariakerke en Wondelgem - de zogenoemde 20e-eeuwse gordel - zie ik wel veel opportuniteiten om ruimte te verdichten en om voor meer dynamiek te zorgen. Maar cruciaal is vooral dat we die twee soorten wijken en gordels verbinden tot een 21e-eeuwse gordel.' We ontmoeten de stadsbouwmeester op De Broederij, een nieuwe ontmoetingsplek gelegen op de oude Standaertsite in het dichtbebouwde Ledeberg. 'Dit project sluit naadloos aan bij mijn visie op 'samen stad maken', een plek gemaakt door en voor de stad', zegt Vanden Abeele. De Broederij is een open ruimte met veel groen, waterpartijen, moestuintjes, zitbanken, speelplekken, een buurtpleintje onder een moderne grote luifel, een fietsherstelwerkplaats, een buurtcafé en een grote zaal waar allerlei activiteiten (kampen, danslessen, buurtfeesten, workshops, ...) plaatsvinden. De site is ontwikkeld op de plaats waar vroeger de bekende doe-het-zelfzaak Standaert was gevestigd. In 2012 ging die failliet. Vanden Abeele: 'De buurt was vragende partij om iets met deze plaats te doen. Ledeberg is een van de meest dichtbevolkte wijken van Gent met bijzonder weinig open en publieke ruimte. De stad heeft de site gekocht en het project gefinancierd. Het beheer is in handen van een vzw die is samengesteld uit vijf lokale sociale organisaties die er samen met de wijk een ontmoetingsplaats van gemaakt hebben. Het is een mooi voorbeeld van de Gentse commons, een gedeeld project dat ontstaat van onderuit, van burgers die de handen in elkaar slaan om samen iets te realiseren waar de gemeenschap van kan genieten.' Ook op architecturaal vlak is deze groene ontmoetingsplek een parel. Drie bureaus met Gentse roots (AE Architecten, Carton 123 Architecten, Murmuur Architecten) maakten een mix van de oude structuren met nieuwe elementen. De luifel bijvoorbeeld is gerecupereerd uit materialen van de oude dakstructuur. Van de Standaertsite fietsen we langs de nauwe straten van Ledeberg verder richting de 20ste eeuwse gordel naar de Arsenaalsite, een oude spoorwegwerkplaats in Gentbrugge. 'Tussen de wijken Moscou in Gentbrugge, Flora in Merelbeke en Vogelhoek in Melle ligt een groot gebied met een enorm potentieel voor nieuwe stadsontwikkeling', zegt de stadsbouwmeester. De NMBS verlaat binnenkort deze werkplaats met zijn imposante industriële loodsen. Het terrein van 13 hectare is in de beleidsvisie 'Ruimte voor Gent' aangeduid als toekomstig stedelijk knooppunt, als een plek met een sterk ontwikkelingspotentieel en goeie verknoping in het mobiliteitsnetwerk. Vanden Abeele: 'Hier ligt een prachtige mogelijkheid om een tewerkstellingsplek voor de 21ste eeuw tot stand te brengen. 'Stad maken' is meer dan wonen alleen, we willen ook vernieuwende concepten stimuleren voor stedelijke werkplaatsen. Deze site biedt een unieke kans om innoverende economie, van kleine start-ups tot grotere maakbedrijven, samen te brengen. Om de bereikbaarheid te verhogen zouden we zelfs het station van Gentbrugge tot aan de Arsenaalsite kunnen verleggen.' Onze derde halte ligt aan het dienstencentrum van Gentbrugge. 'Hier wil ik tonen hoe we van een klassiek dienstencentrum willen evolueren naar een stadsgebouw 2.0', legt Vanden Abeele uit. 'Dit gebouw dateert uit de jaren 70 en is ontworpen door de naoorlogse modernistische architect Paul Felix. Om het nieuw leven in te blazen hebben we na een wedstrijd het architectenbureau TRANS geselecteerd dat een visie ontwikkelde om verschillende stadsfuncties op een slimme manier te verbinden op één locatie. Ik ben van oordeel dat de stad moet nadenken over hoe we vastgoed zelf in eigendom willen hebben en houden. Moeten we voor elk functie een apart gebouw voorzien? Neen, in de toekomst moeten we naar slimme, duurzame stadsgebouwen evolueren waarin we heel uiteenlopende diensten kunnen onderbrengen. Binnenkort komen hier naast de stadsloketten en het politiecommissariaat ook een lagere school, muziekacademie, kleine concertzaal, bibliotheek, café en coworking plek. Het nieuwe ontwerp is zo opgevat dat het al die verschillende functies integreert en verbindt. We willen de buurtbewoner die hier moet zijn voor één van die functies ook echt uitnodigen en stimuleren om van de andere faciliteiten gebruik te maken.' Het innovatieve concept zal in de toekomst ook naar andere plekken in de stad worden uitgerold. De stadsbouwmeester neemt ons nog mee naar een zalige plek langs de Schelde. 'Hier wil ik het belang aantonen van open groene ruimte voor de stad. De open ruimte loopt vanuit de Gentbrugse Meersen over de Franse Vaart, Keizerspark en Visserij tot aan het Baudelopark en verder in het centrum. Dergelijke verbindingen willen we uitbouwen tot heuse groenklimaatassen. Ze zijn essentieel in het streven om de stad klimaatrobuust te maken.' Want de klimaatopwarming laat zich wel degelijk veel meer voelen in een stad dan in een openruimtegebied. Bij langdurige regen sijpelt het water moeilijk weg in de stad, bij zonnig weer warmt de stad veel sneller op en op windstille dagen blijft de vervuilde lucht langdurig in de straten hangen. Vanden Abeele: 'Het is een hele opgave om de stad klimaatrobuust te maken. Daarom moeten we de grote groenzones en de dichtbebouwde stad op een slimme manier met elkaar in verbinding brengen. De groenklimaatassen, een combinatie van een waterstructuur, breed fietspad en groenruimte, maken het mogelijk om de stad te laten 'ademen'. Langs die assen moeten we proberen zo veel mogelijk groene ruimte aan te leggen. Dat wil niet per se zeggen dat er geen woningen of bedrijven aanwezig mogen zijn in de buurt, maar idealiter zouden die ook een groen karakter moeten hebben.' Een mooi voorbeeld daarvan is 'Roof Food', een stadsmoestuin van 500 m2 op het platte dak van bedrijvencentrum De Punt in Gentbrugge, vlak bij de Schelde. 'We moeten zo veel mogelijk straten, gebouwen, tuinen en daken in de buurt van een groenklimaatas laten meestappen in ons verhaal van de klimaatrobuustheid', zegt de stadsbouwmeester. Een van de belangrijkste uitdagingen voor Gent is de wooncrisis. De stad blijft groeien. De komende tien jaar moet de stad tienduizend nieuwe woonentiteiten creëren voor de verwachte aangroei van nieuwe inwoners. Vanden Abeele: 'Momenteel wordt er al veel bijgebouwd, maar woonruimte voor iedereen voorzien blijft een grote uitdaging. Bovendien willen we ook de woonkwaliteit en betaalbaarheid van de bestaande woningen verbeteren en dat is geen kleine opgave. Eén op de twee Gentenaars huurt een woning en van die huurders moet de helft dat doen met een beperkt inkomen. De helft van de huurwoningen is bovendien in slechte staat. Om al die uitdagingen aan te pakken zullen de klassieke recepten niet volstaan en zijn verschillende oplossingen nodig.' Het gamma alternatieve oplossingen is echter breed. Eén daarvan is collectief wonen, waarvan het project De Schilders in de Schildersstraat in Sint-Amandsberg - onze laatste stopplaats - een mooi voorbeeld is. 'Deze wijk telt verschillende van dit soort woonprojecten en heeft misschien wel de grootste densiteit aan collectief wonen in Vlaanderen', legt de stadsbouwmeester uit. 'Die vorm van samenhuizen, waarbij een aantal zaken zoals de tuin gemeenschappelijk zijn, biedt bewoners meer waar voor hun geld in vergelijking met een klassieke woonvorm. Om de betaalbaarheid te verhogen zetten ze in op een coöperatief model of collectief opdrachtgeverschap: de bewoners kochten het terrein samen aan en hebben zelf de projectontwikkeling op zich genomen. Als stad kunnen we dit soort initiatieven faciliteren door de stedelijke regelgeving rond woonvormen aan te passen met het oog op gemeenschappelijk wonen.'