In het leven moet je durven te springen. Toen mijn vader in 1984 overleed, kon ik niet anders. Als 28-jarige gingen de zaken plots sneller dan verwacht en moest ik tegelijk rouwen én aan de kar trekken, maar voor zulke bedenkingen was er geen tijd: ik moest er gewoon voor gaan. Jonge mensen hebben het daar vandaag moeilijk mee. Sollicitanten vertellen soms in de allerlaatste fase dat ze er nog eens over willen nadenken. Maar op zeker moment moet je beslissen en doen, anders trappel je ter plaatse.
...

In het leven moet je durven te springen. Toen mijn vader in 1984 overleed, kon ik niet anders. Als 28-jarige gingen de zaken plots sneller dan verwacht en moest ik tegelijk rouwen én aan de kar trekken, maar voor zulke bedenkingen was er geen tijd: ik moest er gewoon voor gaan. Jonge mensen hebben het daar vandaag moeilijk mee. Sollicitanten vertellen soms in de allerlaatste fase dat ze er nog eens over willen nadenken. Maar op zeker moment moet je beslissen en doen, anders trappel je ter plaatse. Ik ben geen dromer, maar een realist die dingen wil bereiken. Een doel vastleggen en dan uitzoeken hoe je daar geraakt: daar kan ik helemaal in opgaan. Zo is ook het idee voor een conceptkeuken van John Pawson ontstaan in 1996. Omdat we als bedrijf niet van de Belgische conjunctuur konden blijven afhangen, maar internationaal moesten gaan. Wij hadden niet de budgetten om dat in ons eentje te doen en Pawson was wereldbekend - hij moest het alleen willen doen. (lacht) Het klikte omdat we ontwerpmatig dezelfde taal spraken en omdat de waardering wederzijds was, en dat bepaalde later ook de keuze voor andere architecten en ontwerpers. Een puur zakelijke samenwerking, geen gedeelde visie: dat is gedoemd om te mislukken. De vakkennis heb ik van mijn vader. Ik heb economie en marketing gestudeerd, maar het belangrijkste was dat ik vier jaar aan zijn zijde werkte. Dat is waar ik het metier leerde en hij me ook zijn mensenkennis en ondernemerschap meegaf. Elke dag gebruik ik wel een uitspraak van hem. Een product moet zichzelf verkopen, altijd met de twee voeten op de grond blijven, nooit denken dat je er bent: dat komt allemaal van hem. Uiteindelijk gaat het erom dat je dingen goed én graag doet. Ontbreekt de passie of de kunde, dan heb je vroeg of laat een probleem. Ook naar de kinderen toe is dat altijd mijn overtuiging geweest, temeer omdat succes een bepaald verwachtingspatroon creëert en we er élke dag moeten staan. De kinderen waren dus vrij om hun eigen weg uit te stippelen, en dat hebben ze ook gedaan: Eline werkte bij Marcio Kogan in São Paulo en John Pawson in Londen, en opende nadien haar eigen architectenbureau, Thomas wilde hier aan de weg timmeren. Gewone gesprekken met medewerkers leren me vaak meer dan urenlange vergaderingen. Op dat moment wil ik met niets anders bezig zijn dan dat gesprek, want niets is zo vervelend als iemand die je maar half zijn aandacht schenkt. Mensen die verder van me af staan, dichten me soms een nors karakter toe, maar daar zit ik eigenlijk niet mee. Oordelen zonder te kennen is van alle tijden, wat telt is dat je een gerust geweten hebt en iedereen recht in de ogen kunt kijken. Genot zit voor mij niet in dure of buitengewone dingen. Dat soort genot is niet duurzaam, terwijl je wel regelmatig kleine dingen kunt meepikken. De natuur opsnuiven, eropuit trekken in eigen land, een eenvoudig, maar gezond ontbijt, zo moeilijk is dat allemaal niet. Ook fietsen en wandelen zijn voor mij van levensbelang: zonder sport zou ik zowel mentaal als fysiek een ander mens zijn. De continuïteit van Obumex is voor mij belangrijker dan mijn eigen rol. Mijn zoon en het managementteam staan ondertussen borg voor de dagelijkse leiding en zo hoort het ook. Als bedrijfsleider heb ik de dingen altijd op de lange termijn moeten bekijken, en Thomas draait lang genoeg mee om het klappen van de zweep te kennen. Ik blijf hoe dan ook actief, maar zal de komende jaren wel nieuwe prioriteiten hebben. Een daarvan is het voorstellen van nieuwe concepten, een andere de opleiding van onze medewerkers en het doorgeven van ons DNA. Waar staan we voor bijvoorbeeld, en hoe vertalen we onze filosofie naar de ontwerptafel en de omgang met klanten? Volledig stoppen zou ik niet kunnen. Mijn vader was 54 toen hij overleed, ik weet dus hoe onvoorspelbaar het leven kan zijn. Ook de kleinkinderen hebben er mee voor gezorgd dat ik meer tijd wil maken voor andere dingen. Tegelijk voel ik me nog vitaal en is werken ook een bron van energie en voldoening. Strategisch nadenken over de toekomst van Obumex, boeiende mensen ontmoeten, het vertrouwen van klanten krijgen en hun adviseren: voor mij is dat geen opgave.