Een dik half jaar later dan verwacht lopen werknemers en freelancers weer aan en af in het voormalige Shell-hoofdkantoor in Brussel. Vier van de zeven verdiepingen worden er sinds 1 september ingenomen door coworkinginrichter Silversquare, die op de gelijkvloerse verdieping ook een restaurant voorziet vanaf oktober. De Belgische speler startte al in 2008 met een eerste vestiging op de Louizalaan, waardoor ze zich de pioniers van de samenwerkplekken in ons land mogen noemen.
...

Een dik half jaar later dan verwacht lopen werknemers en freelancers weer aan en af in het voormalige Shell-hoofdkantoor in Brussel. Vier van de zeven verdiepingen worden er sinds 1 september ingenomen door coworkinginrichter Silversquare, die op de gelijkvloerse verdieping ook een restaurant voorziet vanaf oktober. De Belgische speler startte al in 2008 met een eerste vestiging op de Louizalaan, waardoor ze zich de pioniers van de samenwerkplekken in ons land mogen noemen. Dat ze vandaag in het monumentale, gestroomlijnde hoekpand pal tussen Bozar en het Centraal Station landen met SQ Central is zo gek nog niet. Architect Alexis Dumont, die de eerste echte zakenwijk in Brussel op zijn naam heeft staan, ontwierp het gebouw in 1930 met toen al het idee van coworking in het achterhoofd. De originele bouwheer, Belgian Shell Company, wilde namelijk zijn naamsbekendheid en prestige als snelgroeiende multinational bevorderen. Dat deed het bedrijf niet alleen door te kiezen voor een vooruitstrevende, gedurfde architectuur, maar ook door een nieuwe huisvestingspolitiek die binnen de internationale Shell Groep werd gevolgd. Naast de eigen diensten schiep de oliemagnaat ook ruimte voor huurkantoren en winkels, waarvan de huur betaalbaar bleef voor kleine ondernemers. Een slimme én innovatieve marketingzet. 'We zien elkaar aan de Shell- building', telde meteen als subliminale reclame, niet alleen in de contacten van de eigen werknemers, maar ook in die van de huurders. Van brand placement of influencermarketing avant la lettre gesproken. Ook Silversquare heeft een strategie: die van de goed uitgekozen collabs. Bij iedere vestiging wordt een andere artdirector aangesteld, een creatief profiel dat instaat voor de inrichting van het gebouw. Na interieurarchitect en kunstenaar Lionel Jadot, dj Lady Jane en Studio Krjst - het modeduo dat zich herschoolde tot textielstudio - is nu Maniera aan de beurt, de Brusselse galerie van Amaryllis Jacobs en Kwinten Lavigne. Meerdere keren per jaar nodigen ze architecten en kunstenaars uit om een gelimiteerde serie meubelen of objecten te creëren. Een sterke, uitgepuurde signatuur is wat ze allemaal gemeen hebben. Het concept bracht het koppel intussen aan de top van de collectible design scene in Europa. 'We hebben de inrichting van SQ Central aangegrepen om met een aantal namen sneller meubelen te ontwikkelen dan we hadden gehoopt', vertelt Amaryllis Jacobs enthousiast terwijl we langs alkoven van karton of polyester, stalen koffietafels, belcellen van golfplaten en grote werkeilanden stappen. Het ene in blanke mdf-platen, het andere is zwart, aan elkaar gesjord met plastic strips. Eén verdieping hoger vallen ze op door het gele bekistingshout. In volle coronatijd slaagden Amaryllis en haar team erin 37 prototypes te ontwikkelen en te produceren voor de samenwerkplek. Ondanks lockdowns en materiaaltekorten. Het verklaart meteen de kleine oogjes van mijn gids. Het merendeel van al die nieuwigheden staat op het conto van Doorzon, het Gentse interieurarchitectuurbureau van Stefanie Everaert en Caroline Lateur, dat ook de scenografie meebepaalde. Samen met de ruimtelijk ontwerpers van FELT, Studio Verter en Maxime Prananto treden ze versneld in de voetsporen van onder meer OFFICE KGDVS, Stéphane Barbier Bouvet, jan de vylder inge vinck, Richard Venlet, Jo Tailleu, Piovenefabi en Christoph Hefti. Zij ontwierpen op hun beurt ook nieuwe objecten of staken voor de gelegenheid bestaande Maniera-creaties in een nieuw jasje. Het geheel is compleet à la Belge, want iedereen woont of werkt in België. Wat opvalt naast de kleuren van de objecten, is iets wat lijkt op een gedeelde voorliefde voor constructiemateriaal. Maar ook silo's en gridstructuren uit de agrarische sector schitteren vandaag tussen de museale muren van de werkplek. De vergaderzalen en afzonderlijke kantoren zijn van serreglas, de tapijten en gordijnen van Hefti zijn uitzonderlijk bedrukt. 'Dat is geen toeval', legt Amaryllis uit. 'Het productiebudget was beperkt. Iedereen moest slim omgaan met materiaal om de uitvoering van hun bijzondere ontwerpen op het niveau dat ze gewend zijn te krijgen.' Het goede nieuws voor de designliefhebber: een kleine selectie van het SQ Central-meubilair zal vanaf januari ook een plek krijgen op het vertrouwde adres van Maniera, net om de hoek. Covid heeft heel wat coworkingplekken in moeilijke papieren doen belanden. Denk maar aan de WeWork-tragedie die net voor de pandemie werd ingezet of de stop op de geplande expansie van Fosbury & Sons. Net voor de zomer werd daar het faillissement van hun Albert-locatie in de Brusselse Noordwijk aangevraagd. Ook Co.Station sluit samenwerkingsplekken om zich op andere diensten te focussen, terwijl vastgoedbeheerder CBRE in De Tijd een terugval meldt in de verhuur van het aantal vierkante meters bestemd voor coworking en businesscenters. Van 100.000 m2 in 2019 naar 15.000 m2 in 2020, een logisch gevolg van de verschillende lockdowns, waarin we niet op kantoor mochten werken. Toch is het einde van het fenomeen dat nog in 2019 zo hard boomde niet in zicht, voorspelt Laurence Doucet, hoofd marketing bij Silversquare. Want in hun agenda '21-'22 staan nog openingen gepland in Brussel, Luik en Antwerpen. 'Het afgelopen jaar heeft ons en de bedrijven waarvoor we werken doen inzien dat telewerken in heel wat sectoren wel degelijk mogelijk is, maar ook dat een kluizenaarsbestaan-vanuit-het-thuiskantoor niet voor iedereen is weggelegd. De derde werkplek is een blijver. Zo zien we onze Day Pass-formule gestaag groeien. Tussen thuis en kantoor willen we elkaar vooral regelmatig blijven ontmoeten.' En dan liefst natuurlijk op een professionele, inspirerende plek zoals het imposante Shell-gebouw, dat nu de naam Central draagt. Die stond destijds mijlenver van de alomtegenwoordige, pompeuze bedrijfspaleizen die vooral hun weelde wilden etaleren. Efficiëntie en comfort, planlogica en techniek waren de stokpaardjes van Dumont. Mocht hij nog leven, dan zou hij vandaag tevreden rondkijken.