Een nieuwe tentoonstelling in de streek van Dijon belicht de rol die Le Corbusier speelde in de evolutie van musea doorheen de twintigste eeuw.

In het Musée des Beaux-Arts et d'Archéologie in het Franse Besançon opende het voorbije weekend een originele retrospectieve rond het werk van de Zwitsers-Franse architect en veelzijdig kunstenaar Le Corbusier.

Le Corbusier expose, zoals de tentoonstelling eenvoudigweg gedoopt werd, belicht de museale projecten van de architect. Zo tekende Le Corbusier in de jaren vijftig onder meer een museum voor Westerse kunst in Tokyo en, telkens in India, musea in Chandigarh en Ahmedabad. In de museale ruimtes die Le Corbusier voor ogen had, vormden de architecturale omgeving en de geëxposeerde kunstwerken een geheel. In plaats van een opslagruimte werd het museum zelf kunst - een opvatting die doorheen de twintigste eeuw steeds meer terrein zou winnen.

Drukke agenda

Hoe Le Corbusier tot zijn uiteindelijke museumontwerpen kwam, toont de expo u door middel van een zesdelig parcours. Het belicht onder meer de woningen die hij realiseerde voor kunstenaars en verzamelaars, maar ook de door hem georganiseerde expo's. Die lieten Le Corbusier toe om zijn vernieuwende ideeën omtrent musea aan de praktijk te toetsen.

Het scheelde trouwens geen haar of Le Corbusier had ook het museum in Besançon zelf getekend. Een drukke agenda besliste er anders over: het was uiteindelijk zijn leerling Louis Miquel die, weliswaar volgens de ideeën van zijn meester, de opdracht aanvaardde.

(JJ)

Le Corbusier expose loopt tot 10 oktober in het Musée des Beaux-Arts et d'Archéologie in Besançon.

Een nieuwe tentoonstelling in de streek van Dijon belicht de rol die Le Corbusier speelde in de evolutie van musea doorheen de twintigste eeuw. In het Musée des Beaux-Arts et d'Archéologie in het Franse Besançon opende het voorbije weekend een originele retrospectieve rond het werk van de Zwitsers-Franse architect en veelzijdig kunstenaar Le Corbusier. Le Corbusier expose, zoals de tentoonstelling eenvoudigweg gedoopt werd, belicht de museale projecten van de architect. Zo tekende Le Corbusier in de jaren vijftig onder meer een museum voor Westerse kunst in Tokyo en, telkens in India, musea in Chandigarh en Ahmedabad. In de museale ruimtes die Le Corbusier voor ogen had, vormden de architecturale omgeving en de geëxposeerde kunstwerken een geheel. In plaats van een opslagruimte werd het museum zelf kunst - een opvatting die doorheen de twintigste eeuw steeds meer terrein zou winnen. Drukke agenda Hoe Le Corbusier tot zijn uiteindelijke museumontwerpen kwam, toont de expo u door middel van een zesdelig parcours. Het belicht onder meer de woningen die hij realiseerde voor kunstenaars en verzamelaars, maar ook de door hem georganiseerde expo's. Die lieten Le Corbusier toe om zijn vernieuwende ideeën omtrent musea aan de praktijk te toetsen. Het scheelde trouwens geen haar of Le Corbusier had ook het museum in Besançon zelf getekend. Een drukke agenda besliste er anders over: het was uiteindelijk zijn leerling Louis Miquel die, weliswaar volgens de ideeën van zijn meester, de opdracht aanvaardde. (JJ)Le Corbusier expose loopt tot 10 oktober in het Musée des Beaux-Arts et d'Archéologie in Besançon.