Mijn fascinatie voor architectuur stamt uit mijn kinderjaren. Met een kunstenaar als vader kreeg ik de kans om ongewone panden te zien, waaronder dit huis. Vandaag is het eigendom van interieurarchitect Philip Simoen, maar oorspronkelijk werd het voor een kunstverzamelaar gebouwd, midden in het bungalowtijdperk. Toen brede ramen de grenzen tussen interieur en exterieur lieten vervagen, licht en horizontale lijnen de hoofdrol speelden en de dakloze architectuur een soort bevrijding leek voor de bewoners van klassieke rijwoningen. Het was dan ook prettig om dit pand, zoveel jaren later, te herontdekken. En te merken dat het gekoesterd wordt door de huidige bewoner.
...

Mijn fascinatie voor architectuur stamt uit mijn kinderjaren. Met een kunstenaar als vader kreeg ik de kans om ongewone panden te zien, waaronder dit huis. Vandaag is het eigendom van interieurarchitect Philip Simoen, maar oorspronkelijk werd het voor een kunstverzamelaar gebouwd, midden in het bungalowtijdperk. Toen brede ramen de grenzen tussen interieur en exterieur lieten vervagen, licht en horizontale lijnen de hoofdrol speelden en de dakloze architectuur een soort bevrijding leek voor de bewoners van klassieke rijwoningen. Het was dan ook prettig om dit pand, zoveel jaren later, te herontdekken. En te merken dat het gekoesterd wordt door de huidige bewoner. In de jaren zestig werd de verkavelingsarchitectuur beheerst door twee grote stromingen. Het gros van de bouwers bleef trouw aan de traditionele fermette, een enkeling ging voor het strakke modernisme. Dat raakte toen bij ons in trek onder Scandinavische invloed. Veel Zweden en Denen trokken tijdens de zomermaanden naar het platteland of het bos om er in eenvoudige bungalows hun vakantie door te brengen. Hun stijl was beïnvloed door de Amerikaanse Case Study Houses: een plat dak, veel licht en natuur in huis. Het werd een hype. Overal werden dergelijke 'zomerhuizen' gebouwd, wat dit huis ook aanvankelijk was. In de Zwinstreek haakten nogal wat creatieve architecten in op die trend. Zo ook Arthur Degeyter, die het pand in 1962 ontwierp en in 1973 liet aanvullen met de studio in de tuin, die vandaag dienstdoet als atelier van Simoen.'Het is verbazend hoe modern deze woning blijft, ook al is ze ruim een halve eeuw oud. De architectuur van Degeyter was haar tijd vooruit. Dat merk je niet alleen aan de proporties, het lichtspel of de perspectieven, ook de dialoog met de natuur bewijst dat. Ik raak er nooit op uitgekeken. Hier loop ik mijn grote iconen tegen het lijf. Zoals Mies van der Rohe en Oscar Niemeyer, die op een soortgelijke wijze ontwierpen en met de omgeving omsprongen', legt hij uit. Aan de basis van het huis heeft Simoen amper geraakt. Zelfs het interieur bleef grotendeels bewaard. Er kwam enkel een carport bij, ontworpen in dezelfde horizontale stijl. De bungalow ligt vandaag in een imposante tuin, die in kamers werd opgedeeld. Hierdoor worden dieptezichten gecre- eerd, bovendien zit de studio wat verscholen. Nochtans zou je die ruimte, eveneens voorzien van een haard, ook kunnen bewonen. De ietwat ruwe, brutalistische bakstenen muren en vloeren van de studio ogen hedendaags. De plafonds zijn er ook hoger dan in de woning, waar die de geborgen sfeer van de grote woonkamer versterken. De woning opent zich vervolgens naar de keuken en het half overdekte terras. Simoen koos voor een nieuwe vloer van ruwe Doornikse breuksteen, zoals de architect zelf ooit voorzag, maar nooit aanbracht. 'Net dat delicate contrast tussen strak, gaaf en ruw geeft de woning haar artistieke uitstraling.' Philip Simoen woonde tijdens zijn studies aan de École Camondo in Parijs. 'Ik kon toen uren kuieren in de rue Jacob, waar je al die exquise zaken had, waaronder de galerie van Madeleine Castaing. De stijl van de Parijse chic bohémien blijft me fascineren en inspireren, en heeft me zeker beïnvloed.' Wat zich duidelijk weerspiegelt in de woonkamer, waar je Simoens gevoel voor elegantie in het combineren van kunst en design meteen opmerkt.