Bezoek ontvangt hij niet aan de voordeur, omdat die er simpelweg niet is. Het is via een houten tuinomheining dat je de wereld van beeldend kunstenaar Stief DeSmet betreedt. Waar varkens zich ooit in een donkerbruine modderplas wentelden, ontplooit zich nu een binnenhof vol bloemen en bronzen sculpturen. Rondom staan verschillende gebouwen, maar niet van de oude vierkantshoeve die je misschien zou verwachten. De lichte kakofonie van bouwstijlen doet eerder denken aan een oer-Vlaams microdorp.
...

Bezoek ontvangt hij niet aan de voordeur, omdat die er simpelweg niet is. Het is via een houten tuinomheining dat je de wereld van beeldend kunstenaar Stief DeSmet betreedt. Waar varkens zich ooit in een donkerbruine modderplas wentelden, ontplooit zich nu een binnenhof vol bloemen en bronzen sculpturen. Rondom staan verschillende gebouwen, maar niet van de oude vierkantshoeve die je misschien zou verwachten. De lichte kakofonie van bouwstijlen doet eerder denken aan een oer-Vlaams microdorp. Wit en grijs gekaleide buitenmuren staan zij aan zij met oranjebruine bakstenen bijgebouwen. Opeenvolgende hokken in muisgrijze cementblokken kleven aan het nieuwe atelier dat hij door architectenduo Graux & Baeyens liet ontwerpen. Stief steekt het niet onder stoelen of banken: hij heeft een zwak voor koterijen. 'Of ze altijd esthetisch verantwoord zijn, doet eigenlijk niet ter zake', legt hij uit. 'Ik apprecieer ze omdat ze individuele keuzes en behoeftes van de bewoners uiten. Dat we de vrijheid hebben om zo te kunnen bijbouwen vind ik buitengewoon. Koterijen maken van ons landschap net iets unieks.' Dat onze côté er een 'complexe' bouwstijl op nahoudt, weten ze intussen tot in Venetië. Want het atelier van Stief maakt deel uit van de vijftig referentieprojecten die curator Dirk Somers uitkoos om Vlaanderen te vertegenwoordigen op de huidige Biënnale Architectuur. Als je op wandel gaat in Oostende en er helemaal tot aan het uiteinde van de Westelijke Strekdam loopt, kom je oog in oog te staan met het standbeeld van een wulk. Te groot om er de zee in te horen ruisen aan je oor, maar groot genoeg om er zelf in te kruipen en enkel nog met je eigen ademhaling geconfronteerd te worden. Het was net de omvang van Monument for a Wullok die Stief deed verlangen naar een nieuw, groot atelier. Een neutrale ruimte waar hij kon onderzoeken, beeldhouwen, schilderen, zijn werk presenteren vooraleer het de deur uitgaat, maar waar hij ook ervaringen wilde delen. Regelmatig schuift hij zijn creaties opzij voor een poëzieavond of een kamerconcert en petit comité. Samen met Graux & Baeyens kwam hij uit op een vierkant, een kwartslag gedraaid op de grens van het perceel. De inplanting maakte het mogelijk om twee bijgebouwen - zijn bibliotheek en archief - koterijgewijs en met archaïsch materiaal toe te voegen. In het vierkant werd niks gedetermineerd met uitzondering van de vensters, een brede betonnen plint rondom en de overdreven hoge deuren. De combinatie van indrukwekkende akoestiek en het zonlicht dat de ruimte doorklieft, zorgen voor een wat sacrale sfeer. 'Ik voel me hier soms als in Kuifje en de zonnetempel', lacht hij. 'Oorspronkelijk wilde ik - cliché, ik weet het - een heel groot venster in deze ruimte. De romantiek van het zicht op de tuin en zo. Maar de architecten wilden niet dat ik me zou laten afleiden. Ze stelden een te laag venster voor in de plaats. Als ik rechtstaand schilder of sculpteer, kijk ik uit op beton. Ik moet bewust neerzitten, met een kop koffie in de hand, om beloond te worden met het landschap.' De boomgaard die zich achter zijn creatietempel uitstrekt, beschouwt hij evengoed als atelierruimte. 'Mijn beste ideeën steken de kop op wanneer ik door de tuin slenter, naar kraaien in de notelaar kijk of naar hazen in de verte. Veel van het bronmateriaal voor mijn sculpturen komt ook rechtstreeks uit de tuin.' Een deel van zijn werk wordt gekenmerkt door takjes die hij sprokkelde, in brons liet afgieten en afwerkte met bladgoud. Een van zijn delicate nestsculpturen belandde zelfs tot bij troonopvolgster prinses Elisabeth, die ermee werd verrast voor haar achttiende verjaardag. 'Toen ik de boerderij tien jaar geleden heel impulsief kocht, was het een ongeïnspireerde plek. Donker, geen verwarming, overal groene vitreaux. Verre van gezellig. Maar dat was van ondergeschikt belang, ook al wachtte mijn vrouw twee jaar om bij me in te trekken. Het was de te ontginnen ruimte die telde, de tuin, de lucht.' Intussen waaide ook in het woonhuis een nieuwe wind. Tussen kunstwerken van bevriende kunstenaars prijken knutselwerken van de kinderen. Deense ontwerpen en fiftiesdesign kregen een plaats naast een zelfgemaakte tafel en overvolle boekenkast. Ze zijn niet zijn het enige timmerwerk. Diep in de tuin, zo ver mogelijk verwijderd van de steenweg waar hij aan woont, staat een houten hut. De wandeling tussen de schapen ernaartoe wekt al een bepaalde zielsrust op. Stief bouwde het voor een tentoonstelling, waarna het een plek kreeg op zijn erf. Het ziet eruit zoals een kind een huis zou tekenen, maar is geïnspireerd door Walden, het boek van de 19de-eeuwse Amerikaanse schrijver Henry David Thoreau. 'Om beter over de wereld te kunnen reflecteren, trok hij zich terug diep in het bos waar hij deze hut bouwde en twee jaar lang bijna volledig zelfvoorzienend woonde. Toen was dat een statement, want alleen zwakzinnigen en heksen deden zoiets.' De hut is vandaag geen installatie meer. Het is de plek waar hij verstilling zoekt met een kaars en boek, waar hij zich terugtrekt met een fles whiskey en fijn gezelschap en af en toe de nacht doorbrengt, ver weg van alles. 'Ik ben een hopeloze romanticus. Met wat verbeeldingskracht ontsnap je langs hier naar de andere kant van de wereld.'