Mariam Sy studeerde aan het Institut Victor Horta en staat vandaag aan het hoofd van een architectenbureau met een tiental medewerkers in Bamako (Mali), dat zowel residentiële woningen als collectieve projecten bouwt.

'Ik ben toevallig in België terechtgekomen. Mijn zus woonde hier en zij overtuigde me om bij haar te komen studeren. Ik kwam aan in september 1999, aan de start van het academiejaar. Het was koud, ik vond het verschrikkelijk... (lacht) Na mijn studie keerde ik terug naar Afrika om er stage te lopen, maar vervolgens trok ik naar Grenoble in Frankrijk voor een opleiding. Daarna kreeg ik de kans om twee jaar lang aan patrimoniumprojecten te werken in het noorden van Mali. In 2008 heb ik mijn eigen bureau opgericht in Bamako, de hoofdstad van Mali. Dat is een verhaal van ups en downs: ik heb me moeten aanpassen aan de manier van bouwen in een Afrikaanse context. Op mijn eerste werven werkte ik samen met oude metsers, die al decennialang volgens dezelfde technieken werkten. Ik zag in dat er geen eenduidige internationale oplossingen zijn voor bouwkundige problemen en dat je lokale oplossingen moet vinden. Al doende heb ik een totaal andere kijk op architectuur gekregen, die de rest van mijn carrière heeft beïnvloed. Er is een wereld van verschil tussen wat ik op school leerde en wat ik op het terrein ervaar. Ik heb me aangepast, zoals de generatie voor mij dat ook heeft gedaan.
...

'Ik ben toevallig in België terechtgekomen. Mijn zus woonde hier en zij overtuigde me om bij haar te komen studeren. Ik kwam aan in september 1999, aan de start van het academiejaar. Het was koud, ik vond het verschrikkelijk... (lacht) Na mijn studie keerde ik terug naar Afrika om er stage te lopen, maar vervolgens trok ik naar Grenoble in Frankrijk voor een opleiding. Daarna kreeg ik de kans om twee jaar lang aan patrimoniumprojecten te werken in het noorden van Mali. In 2008 heb ik mijn eigen bureau opgericht in Bamako, de hoofdstad van Mali. Dat is een verhaal van ups en downs: ik heb me moeten aanpassen aan de manier van bouwen in een Afrikaanse context. Op mijn eerste werven werkte ik samen met oude metsers, die al decennialang volgens dezelfde technieken werkten. Ik zag in dat er geen eenduidige internationale oplossingen zijn voor bouwkundige problemen en dat je lokale oplossingen moet vinden. Al doende heb ik een totaal andere kijk op architectuur gekregen, die de rest van mijn carrière heeft beïnvloed. Er is een wereld van verschil tussen wat ik op school leerde en wat ik op het terrein ervaar. Ik heb me aangepast, zoals de generatie voor mij dat ook heeft gedaan. Is het moeilijker voor een vrouwelijke architect in Mali? 'In België heb ik nooit een verschil ervaren tussen mannen en vrouwen; ik had zelfs de indruk dat we op school met meer meisjes waren. Dat was in Mali wel even anders. Ik besefte vrij snel dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in het beroep. Toen ik begon in 2006, was ik de derde of de vierde vrouw op een honderdtal actieve architecten. Vandaag zijn we met meer dan tweehonderd architecten waaronder een vijftigtal vrouwen. De codes, de gesprekken en de vergaderingen zijn nog zeer mannelijk. Om als vrouw respect te krijgen moet je meer doen dan de mannen en een sterk karakter hebben. Je moet tonen dat je in de eerste plaats architect bent.' Als je terugblikt, zijn je Europese ervaring en diploma dan nuttig geweest? 'Door te studeren in het buitenland heb ik veel geleerd over andere culturen. Aan de universiteit leer je leren, je krijgt sleutels om dingen beter te begrijpen. Ik leerde er met een open blik naar de wereld, ook naar mijn eigen land, te kijken. Ik spendeerde veel tijd in de bibliotheek en daar groeide mijn interesse in de traditionele Malinese architectuur. Toen ik nog op de middelbare school in Mali zat, droomde ik van de grote internationale architectuur van de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland... Het is uiteindelijk mijn architectuuropleiding in Brussel die me mijn roots heeft laten ontdekken. Ik heb er ingezien dat mijn land wat architectuur betreft ook heel wat interessants te bieden heeft. Die boodschap heb ik meegenomen toen ik na mijn opleiding terugkeerde naar Mali. Zo probeer ik geregeld ontwerpen te tekenen die in aarde uitgevoerd kunnen worden. Ik steun de organisatie Fact Sahel, die ijvert om van bouwtechnieken in aarde de norm te maken in onze streken, ook voor moderne en stedelijke projecten. De architectuur die momenteel gepromoot wordt in Mali is gebaseerd op internationale gebruiken, terwijl elk land zijn eigen klimaat, zijn eigen materialen en zijn eigen manier van leven heeft. Ik heb me de eerste jaren helemaal ondergedompeld in de lokale gebruiken, zozeer zelfs dat ik de eerste jaren dacht dat ik dingen die ik in België geleerd had aan het afleren was. Maar studiegenoten van vroeger zijn vaak onder de indruk van de scope van mijn werk. Zij zijn het niet gewend om zoals ik een project van begin tot einde te managen.' Hoe duurzaam wordt er al gebouwd in Mali? 'Voor veel mensen hier is ecologie iets van het Westen. Sommigen geloven niet eens in de opwarming van de aarde. Ik probeer hun de voordelen van bouwen in aarde uit te leggen. 'Als je je ouders in het dorp gaat bezoeken,' vraag ik hun dan, 'merk je dan niet dat traditionele woningen minder warm zijn, en dat zonder airco?' Dan geloven ze mij wel. Ik heb zelf mijn eigen huis ontworpen met grote schuiframen en een modern design... maar wel uitgevoerd in aarde. Mensen waren eerst verbaasd, maar eenmaal binnen voelen ze de voordelen van bouwen in aarde.'a-architerre.com en factsahelplus.com 'Ik ben directeur van een jonge faculteit, in volle pandemie in een land dat politiek en economisch door een zware crisis gaat. Dat is ingewikkeld: architectuur online onderrichten is zo al intensief, zonder crisis. De Libanese pond is nog maar een tiende waard ten opzichte van twaalf maanden geleden en we hebben geen toegang tot onze bankrekeningen. De universiteit zit in een moeilijke financiële situatie en de lesgevers verloren negentig procent van hun salaris. Lesgeven is vandaag een sociaal engagement geworden waarvan je nauwelijks kunt rondkomen, want in de winkels zijn de meeste producten geïmporteerd en de prijzen zijn er niet veranderd. De maatschappij en het leven in Libanon ondergingen een fundamentele gedaanteverwisseling: de middenklasse is aan het verdwijnen en het lijkt erop dat een hele laag van de actieve bevolking verplicht zal worden te emigreren. Ook ons architectenbureau deelt in de klappen: alle werven zijn stopgezet, op enkele internationale projecten na. Niets functioneert nog in Libanon.' Je keerde terug naar België, het land waar je gestudeerd hebt, om er inspiratie op te doen voor het programma van je faculteit. Waarom België? 'In België is het onderwijs meer multicultureel en multidisciplinair, en er is een groter evenwicht tussen kunsten en technieken. Die aanpak sluit meer aan bij onze lokale behoeften en onze werkwijze. We hebben de cursussen natuurlijk aangepast in functie van lokale thema's. In Brussel studeren was niet mijn eerste keuze. Oorspronkelijk was ik ingeschreven aan de Amerikaanse universiteit van Beiroet, maar de oorlog was nog recent en de sfeer gespannen: ik had de behoefte om mijn horizon te verruimen. Ik heb de scholen van Parijs en Brussel bezocht en raakte gecharmeerd door de aanpak op mensenmaat van Sint-Lucas. Ik had toen niet de maturiteit om me af te vragen of wat ik zou leren me ook zou voorbereiden op wat ik later zou doen. Ik had net een burgeroorlog meegemaakt, kende enkel de gesloten wereld van het jezuïetencollege waar ik school had gelopen en die van mijn woonwijk. Tijdens de eerste twee jaar in Brussel ging er een wereld voor me open. Het plan was om na mijn studie in Brussel terug te keren naar Beiroet, maar ik ging eerst naar Parijs, waar ik enkele jaren gewerkt heb voor Oger International, dat voornamelijk projecten verzorgt in de Golfstaten en Saoedi-Arabië. We bouwden luxeresidenties voor de Saoedische prinselijke families, erg dure en vaak kitscherige villa's. In 2009 vroeg Oger me om een agentschap op te richten in Beiroet. In 2011 begon ik voor het bureau van mijn vader te werken. Samen met hem en mijn zus heb ik er een nieuwe dynamiek aan gegeven, onder de naam 4B Architects. We realiseerden projecten in Libanon, maar ook internationaal, in de Golfstaten en Centraal-Azië. Op dat moment was het leven mooi in Beiroet, alles leek mogelijk, overal ontstonden nieuwe ideeën en initiatieven. Jammer genoeg begon de situatie te veranderen in 2015. Voor de crisis bestond ons team uit een dertigtal medewerkers, vandaag zijn we met zes à zeven om deze moeilijke periode door te komen. Als architect probeer ik activistisch te zijn, al sinds ik hier ben. Ik steun een aantal organisaties: we proberen de teloorgang van de traditionele bouwstijl tegen te houden en ijveren voor het behalen van milieudoelstellingen. Sinds twee jaar ben ik ook op politiek vlak actief. Het is nodig dat er hier zaken veranderen en er een nieuwe politieke klasse aan de macht komt met een echte visie op ons land.' Komt de ervaring die je in Europa opdeed van pas? 'In Libanon bouwen we totaal anders dan in België. Het is een uitgestrekt land met een geografie van steden en bergen. De voorschriften maken het mogelijk om hoog te bouwen met verschillende geledingen. De relatie met de klanten is complex: ze houden ervan om met hun rijkdom uit te pakken en hebben graag opzichtige huizen, zeker geen neutrale gebouwen die de plaats, omgeving en gemeenschap respecteren. Architectuur wordt er beschouwd als een middel om iets moois neer te poten met zoveel mogelijk verkoopbare vierkante meters. Duurzaamheid is er ook een moeilijke strijd. Wat ik in België geleerd heb is een bepaalde manier van denken, een bepaalde aanpak. Ik streef naar een eerlijke, eenvoudige en tijdloze architectuur die inspeelt op de behoeften van de klant en die ook in de omgeving past. Maar in Libanon geldt een ingewikkeld bouwreglement dat bovendien slecht is opgesteld: het zijn regels zonder een visie op de ruimtelijke ordening. Dat leidt tot een chaotische architectuur, zelfs in de bergen.' Was er sprake van diversiteit tijdens je studie aan Sint-Lucas? 'Aan het einde van de jaren 90 begonnen er dingen te veranderen. Er waren nog geen proffen met een migratieachtergrond en internationale uitwisselingen stonden nog in de kinderschoenen. Maar er was een schitterende bibliotheek met internationale werken en boeken over de meest uiteenlopende onderwerpen, we kregen cursussen over de geschiedenis van de architectuur waarin de internationale architectuur aan bod kwam, en er waren vooral bekwame en bevlogen lesgevers. Of het nu in Libanon of elders in de Arabische wereld is, ik kan nog steeds terugvallen op de bagage die ik meekreeg en die aanpassen aan de lokale context.' 4barchitects.com 'Turkije was in volle economische bloei toen ik er kwam wonen. Istanboel was, net als de rest van het land, één grote bouwwerf en ik dacht dat er mooie opportuniteiten voor me zouden zijn. Maar ik raakte snel teleurgesteld door de autoritaire politiek en de nefaste gevolgen van het neoliberalisme. De vangnetten van de sociale staat bestaan er niet zoals in België of andere Europese landen. Op ethisch noch op intellectueel vlak vond ik er mijn plaats met mijn visie op architectuur. Ik was in België gewoon geraakt aan een architectuur die rekening houdt met culturele en sociale aspecten. In Turkije moest ik plots wolkenkrabbers tekenen die neergepoot zouden worden langs drukke verkeersaders. Daar hield het voor mij op. Ik trok mijn conclusies en ben gestopt met architectuur. In 2013 ben ik beginnen lesgeven aan de universiteit van Bilgi. Twee jaar later heb ik, samen met een twintigtal stedelijke activisten, het Center for Spatial Justice opgericht, dat de stedelijke en rurale transformaties die zich in Turkije voltrekken in kaart wil brengen. We helpen dorpen bijvoorbeeld in hun strijd tegen de bouw van waterkrachtcentrales, waardoor hele wijken met uitzetting bedreigd worden. Onze methodiek is gebaseerd op wandelingen doorheen de stad: vanuit het perspectief van de voetganger stellen we vast welke veranderingen er gaande zijn. Istanboel is gegroeid van 1 miljoen inwoners in 1950 naar 18 miljoen vandaag. In een oogwenk worden er nieuwe woonblokken bijgebouwd. De snelheid waarmee er gebouwd wordt is ongezien, in Brussel duurt het twee jaar vooraleer een bouwvergunning afgeleverd wordt.' Het is al een hele tijd geleden dat je in België studeerde en werkte. Heb je nog iets aan die ervaring? 'Als student aan de ULB word je aangemoedigd om je eigen weg te zoeken en geen 'meester' te volgen. Die benadering vind ik een van de grote troeven van mijn opleiding. Later deed ik bij Olivier Bastin ervaring op met projecten die steunen op sociaal engagement en participatie, iets wat ik vervolgens in Turkije heb geïntroduceerd. Met het Center for Spatial Justice hebben we meegewerkt aan de ontwikkeling van 28 sociale woningen voor de slachtoffers van de aardbeving van 1999. Gedurende vijftien jaar hebben we gestreden voor een terrein van de staat tegen een laag tarief. Zelfs in een autoritair land als Turkije is er dus soms onderhandelingsruimte. Dat geeft een beetje hoop... Anders was ik hier niet gebleven. De rol van de architect is in Turkije erg ondergewaardeerd. In veel aanbestedingen, zelfs voor publieke projecten, wordt eerst een aannemer gekozen die vervolgens de architect aanstelt, die dan het project moet uittekenen in functie van de wensen van die aannemer. De architecten staan helemaal onder aan de ladder in de bouwsector. Anderzijds zijn er veel universiteiten en afgestudeerden, de concurrentie is moordend. Daar probeer ik mijn studenten op voor te bereiden. Ik vertel hun dat er genoeg beton is op deze planeet en dat ze de kennis die ze opdoen moeten gebruiken om na te denken en de wereld te veranderen. Ik zeg hun: 'Maak ecologische mode, schrijf boeken, word cineast of kunstenaar... Maar bereid je erop voor dat tachtig procent van jullie geen architectuur zal doen.'' Zelf legde je je ook toe op kunst. Werk je nog als architect? 'Tijdens mijn studies maakte ik in mijn vrije tijd kunstwerken en recent pikte ik de draad weer op. Ik nam contact op met galeriehouders en organiseerde mijn eerste expositie. Mijn kunstwerken zijn geïnspireerd op de spanning tussen het stedelijke en het rurale, tussen de stad en de natuur, en weerspiegelen de impressies die je opdoet wanneer je Istanboel doorkruist. Ik ben begonnen met Chinese inkt op papier, maar ben ondertussen geëvolueerd naar sculpturen in beton en hout en andere installaties. Ik probeer nog te werken als een architect, maar op een andere schaal. Groeit het ecologisch bewustzijn in Turkije? 'Helemaal niet. De autoriteiten hebben weliswaar een aantal Europese wetten ondertekend om de onderhandelingen met de Europese Unie verder te zetten, maar ze worden zelden toegepast. Wel is er sinds 2019 een nieuwe burgemeester aan de macht in Istanboel die een interessante visie heeft op een aantal ecologische vraagstukken, maar het blijven druppels op een hete plaat.' arielsanat.com/en