Elise Van Craen (44)

kreeg drie vazen van Enzo Mari van haar ouders, maar was niet meteen verkocht.
...

kreeg drie vazen van Enzo Mari van haar ouders, maar was niet meteen verkocht. Toen de ouders van Elise stierven, kon ze aanvankelijk geen afscheid nemen van de meubelstukken die jarenlang in hun huis hadden gestaan. 'In het begin zie je in alles een souvenir en lijkt het onmogelijk om ook maar iets weg te doen. Alleen lukte het me niet om de meubelen van mijn ouders ook bij mij thuis een mooie plek te geven. Alleen vier Bambu-vazen die Enzo Mari in 1969 ontwierp voor het merk Danese bleven over.' Elises ouders waren designimporteurs en de eersten die het merk in de Benelux importeerden. 'Het waren geen collecties voor een breed publiek, maar ik heb als kind wel tussen de meubelstukken van Danese geleefd. We gebruikten dat merk dagelijks: van de vuilnisbak tot de fruitmand.' Al was het geen liefde op het eerste gezicht met de vazen. 'Tot mijn man zei: 'Die vazen doen me echt denken aan je papa.' Ze hebben inderdaad altijd in zijn bureau gestaan, en toen we ze gingen ophalen, roken ze nog naar de sigaren die hij jarenlang had gerookt. De vazen staan nu op onze eettafel en telkens wanneer de kinderen er voorbijlopen zeggen we toch dat ze voorzichtig moeten zijn. (lacht) En als de poetsvrouw langskomt, bergen we ze zelfs op. Ik zou het verschrikkelijk vinden als een van die vazen zou breken.' De meubelstukken die ze geen plek kon geven in haar huis, werden verkocht. Ook een van de vier vazen wisselde van hand. 'Daar heb ik nog steeds spijt van. Maar met het geld dat die verkoop opleverde, hebben we nieuwe meubelen gekocht. Ik wou ook niet in een museum leven.' En dat is ook precies wat Elise wil dat haar kinderen later op hun beurt doen. 'Ik wil niets specifieks doorgeven. Het feit dat je niet onverschillig bent voor mooie dingen, dat is het belangrijkste wat ik mijn kinderen wil aanleren. Die vazen symboliseren dat.' houdt de herinnering aan haar grootouders levend met de twee bureaustoelen van Eero Saarinen die ze van hen erfde. Sophie heeft veel mooie herinneringen aan haar grootouders, maar de twee stoelen van Eero Saarinen zijn maar enkele van de weinige tastbare objecten die er van hen overblijven. 'Alles wat ze in huis haalden was stijlvol en van de beste kwaliteit, tot de kurkentrekker toe. Het waren mensen met smaak. Ze woonden in een modernistische villa in Deurle, hadden een mooie collectie van moderne kunst en een oog voor design. Ze hebben al vrij vroeg de stuks gekocht die nu als vintage design beschouwd worden. Waaronder dus die twee bureaustoelen van Eero Saarinen uit 1948.' Dat bouwjaar maakt ze volgens Sophie ook extra speciaal, omdat ze maar beperkt in omloop zijn gebracht. Echt bezig met de stoelen in goede staat te houden is ze niet. "Toen we de bureaustoelen kregen, hebben we ze bij Laurence Thiery laten renoveren. Zij heeft ze met de grootste zorg hersteld. Maar design dient ook om mee te leven, hè. Ik vind het net leuk als mensen bij me thuis komen en dan eens op die stoelen gaan zitten of er hun jas op gooien. Je zult me nooit horen roepen: 'Ja maar, dat zijn mijn Eero Sáárinens!' (lacht) Al geeft Sophie ook toe dat de stoelen nu niet echt gebruikt worden sinds ze een plek in de hal hebben gekregen. "Ik wou ze niet bij mijn man op het bureau zetten, want dan zou ik ze bijna nooit meer zien. Terwijl er nu nog geregeld herinneringen aan mijn grootouders naar boven komen wanneer ik langs de stoelen loop.' Verkopen is dus geen optie, daarvoor is ze te veel verknocht aan de stoelen. 'Ik zou echt al moeten sterven van de honger voor ik ze zou verkopen. Het is niet gewoon een stoel, het is iets dat mijn grootouders zeventig jaar geleden samen hebben gekocht. Dat doe je niet zomaar weg.' erfde de Egg Chair van zijn ouders. Vorig jaar moest Johan afscheid nemen van zijn vader, zijn moeder vecht tegen alzheimer en verblijft daardoor in een zorginstelling. Wat wel bleef: de Egg Chair uit 1966 die jarenlang in zijn ouderlijk huis stond en die Johan inmiddels een nieuwe plek in zijn eigen woning heeft gegeven. 'Ik koppel de stoel niet meteen aan mijn ouders, maar als ik in mijn herinneringen graaf, was die zetel er wel altijd. In het appartement waar we eerst woonden en ook in het huis waar we nadien introkken: die stoel duikt steeds weer op.' Toen Johan de stoel mee naar huis nam, was de schuimrubber die om het houten frame gespannen zat, afgebrokkeld. Daardoor werd hij de eerste jaren zelfs verbannen naar de zolder, waar het stuk letterlijk stof vergaarde. 'Ik vond het altijd een prachtige stoel, maar ik wilde er ook niet meteen veel geld tegenaan gooien om hem te laten opknappen. Ik heb dus drie jaar gespaard om de renovatie te betalen. Die kostte drieduizend euro, want je moet de stoel opsturen naar Fritz Hansen in Denemarken. Vorig jaar in oktober heb ik de stoel opnieuw laten overtrekken in felrode stof, en hij wordt vaker gebruikt dan ooit. Ook mijn kinderen vinden 'm fantastisch. Het is echt een meubelstuk dat verschillende generaties met elkaar verbindt.' Dat de stoel daardoor uiteindelijk ook weer zal verslijten, lijkt Johan niet veel te kunnen schelen. 'Het is een stoel die de tand des tijds heeft doorstaan en die echt al wel mismeesterd is,' lacht hij, 'hij kan dus wel tegen een stootje.' Uiteindelijk is het de bedoeling dat de stoel ook bij zijn kinderen terechtkomt. 'Ik heb onlangs een tweede stoel van mijn ouders overgenomen waar nog wat werk aan was, een Lounge Chair van Bertoia. Die stoel ben ik nu aan het restaureren, zodat ik mijn twee kinderen later allebei een stoel kan geven.'