Wanneer bij de doop van hun nieuwe hoofdkwartier in Anderlecht de fles schuimwijn niet kapot spat tegen de gevel, haalt Maarten Gielen een aansteker boven, brandt het touwtje door, schudt de fles en spuit de bubbels op de gevel. "Zo, wie wil er een glas?" Even nuchter en praktisch als op dit feestelijke moment, voert hij samen met Lionel Devlieger sinds 2005 het ontwerpcollectief Rotor aan. Terwijl er wordt geklonken, herhaalt hij hun hoofdbekommernis. "Zeshonderdduizend ton bouwmaterialen wordt jaarlijks als afval uit Brussel afgevoerd. Achthonderdduizend ton bouwmaterialen wordt ingevoerd. Zou het niet beter zijn om die bouwmaterialen in Brussel te hergebruiken?" En meteen voegt hij er - alweer nuchter - aan toe: "Onze bijdrage is bescheiden: wij halen voorlopig 0,1%. Maar we zorgen voor toegevoegde waarde: we werken met lokale leveranciers, aannemers, transporteurs... Hergebruik werkbaar maken is het verhaal van de kip en het ei. Architecten en ontwerpers die met tweedehandsmaterialen willen werken kunnen dat alleen maar als er een dienstverlening is. Die dienstverlening, wij dan, kan alleen maar overleven als er ook klanten zijn." Vroeger overleefde R...

Wanneer bij de doop van hun nieuwe hoofdkwartier in Anderlecht de fles schuimwijn niet kapot spat tegen de gevel, haalt Maarten Gielen een aansteker boven, brandt het touwtje door, schudt de fles en spuit de bubbels op de gevel. "Zo, wie wil er een glas?" Even nuchter en praktisch als op dit feestelijke moment, voert hij samen met Lionel Devlieger sinds 2005 het ontwerpcollectief Rotor aan. Terwijl er wordt geklonken, herhaalt hij hun hoofdbekommernis. "Zeshonderdduizend ton bouwmaterialen wordt jaarlijks als afval uit Brussel afgevoerd. Achthonderdduizend ton bouwmaterialen wordt ingevoerd. Zou het niet beter zijn om die bouwmaterialen in Brussel te hergebruiken?" En meteen voegt hij er - alweer nuchter - aan toe: "Onze bijdrage is bescheiden: wij halen voorlopig 0,1%. Maar we zorgen voor toegevoegde waarde: we werken met lokale leveranciers, aannemers, transporteurs... Hergebruik werkbaar maken is het verhaal van de kip en het ei. Architecten en ontwerpers die met tweedehandsmaterialen willen werken kunnen dat alleen maar als er een dienstverlening is. Die dienstverlening, wij dan, kan alleen maar overleven als er ook klanten zijn." Vroeger overleefde Rotor op onderzoekswerk rond hergebruik van industriële bouwmaterialen, daarna bouwden ze artistieke presentaties van gebruikte materialen en nog later werden ze een echt demontagebedrijf. Nu breken ze voornamelijk kantoren af, inventariseren slim, stockeren en verkopen door aan ontwerpers en architecten. Of ze bouwen er zelf interieurs mee."Wij werken niet met afval", verduidelijkt Maarten Gielen bij een rondleiding door hun nieuwe plek. "Wij zijn het afval voor: wij hergebruiken de componenten zoals ze zijn. We gaan ze niet versmelten of vermalen. Wat goed is, moet je als dusdanig kunnen gebruiken : een tegel, een wand, een plafond... We maken hoogstens schoon en herverpakken. Kijk, twee à drie keer per week krijgen wij de sleutel van een gebouw. Alles wat wij er niet uithalen gaat naar de sloop en de afvalberg. Maar we zijn realistisch. Wij weten dat een architect en aannemer een serieuze verantwoordelijkheid nemen en dus betrouwbare materialen willen." Hun team van zo'n twintig ontwerpers, architecten, arbeiders en ingenieurs is opgesplitst in twee bedrijven: Rotor zelf, dat het onderzoekswerk levert en Rotor DC. "Wij zijn drie in één", vertelt Lionel Devlieger: "Architect, die de waarde en de bruikbaarheid van de materialen inschat op een af te breken werf. Tezelfdertijd aannemer, die weet hoe de demontage praktisch kan verlopen zonder dat er bijvoorbeeld schroeven kwijtraken. En ten slotte ook verhuizer." In Anderlecht zit iedereen samen op één plek. "Handig, onze ontwerpers kunnen letterlijk komen shoppen in de showroom en het depot", lacht Lionel. De klanten zijn divers: schattenjagers die helemaal wild worden van bijvoorbeeld een jarenvijftigtegel van Lucien Engels. "Veel handelaars zijn actief in rustieke materialen zoals parket, marmer of schouwen, of meer industriële materialen zoals baksteen en stoer metalen fabrieksmeubilair. Maar wij houden het veeleer modernistisch", vindt Maarten Gielen. Een tweede groep klanten bestaat uit architecten en ontwerpers die unieke, goedkope of ecologische interieuroplossingen zoeken, zoals binnenwanden, brandwerende deuren, wastafels, plafonds of tegels. "Daar telt prijs én ecologie mee." Een opvallend nevenprojectje is Ditto: gereinigde klinken, scharnieren, schroeven en moeren, die in twee gewone doe-het-zelfzaken netjes verpakt naast de nieuwe onderdelen te koop liggen. De week na de opening starten Lionel Devlieger en Maarten Gielen met doceren aan de Technische Universiteit van Delft. "Hoe tof is het om aan architecten, opbouwers per definitie, eens les te geven over afbraak!" rotordb.org en rotordc.com