Als je al eens jobcoaching hebt gehad of begeleiding bij de zoektocht naar een nieuwe baan, dan kreeg je ongetwijfeld de vraag: 'Waar krijg je energie van in je werk?' Als journalist is dat voor mij zeker niet het interviewen van grote namen of wereldsterren. Dat komt door een klein trauma.
...

Als je al eens jobcoaching hebt gehad of begeleiding bij de zoektocht naar een nieuwe baan, dan kreeg je ongetwijfeld de vraag: 'Waar krijg je energie van in je werk?' Als journalist is dat voor mij zeker niet het interviewen van grote namen of wereldsterren. Dat komt door een klein trauma. Mijn allereerste interview als piepjonge journalist was er een met Julien Macdonald. Weinigen zullen het zich nog herinneren, maar de man was in het begin van deze eeuw ontwerper voor modehuis Givenchy. Goed voorbereid maar zenuwachtig trok ik naar het hoofdkantoor in Parijs. Nog helemaal onder de indruk van het statige decor en de chic die er zelfs in de lucht leek te hangen, nam ik plaats op de spierwitte bank naast de Welshe ontwerper. Mijn povere ervaring als interviewer speelde me wellicht parten en mijn vragen bleken veel langer dan zijn antwoorden. Zijn enthousiasme was ook vele malen kleiner dan het mijne. Wat ik ook probeerde, Julien Macdonald wimpelde alles verveeld af. Zijn antwoorden waren zoals zijn ontwerpen: wollig. Gelukkig is het nooit meer zo fout gelopen als toen. Maar sindsdien heb ik zoveel stress dat ik aan het interviewen van grote vissen weinig plezier beleef. Waar het Julien Macdonald destijds totaal aan ontbrak in zijn antwoorden, was passie. Misschien had hij er geen zin in, had hij te veel kapsones of was het interview het zoveelste in de rij. Maar wat hij miste, is net waar ik in mijn job ontzettend blij van word: geestdrift. Na een bezoek aan een atelier waar met veel liefde en ambacht een schoen, tas of meubel wordt gemaakt, loop ik een week op wolkjes. Een gesprek met iemand die vol liefde vertelt over een opdracht, een hobby of een bijzondere ervaring, maakt me soms emotioneel. Een interview waar ik helemaal ondersteboven van buitenkwam, was dat met de helaas veel te vroeg overleden Mona di Orio. Het was in 2005, net na de lancering van haar eigen parfumlabel. Gefascineerd door geuren, had ze op zestienjarige leeftijd een eigen brouwsel opgestuurd naar een van de laatst levende grote 'neuzen' uit Grasse, Edmond Roudnitska. In de begeleidende brief vroeg ze of ze hem kon ontmoeten. Hij nodigde haar prompt uit en ze zou er uiteindelijk tien jaar blijven, tot aan zijn dood. Hoe zij over geuren sprak, veranderde mijn kijk op parfums voorgoed. Het gebeurt helaas niet wekelijks, maar het zijn zulke ontmoetingen die mij energie geven. Die me over teleurstellende reportages heen helpen en me langs strakke deadlines loodsen. Het overkwam me onlangs nog een keer toen ik mocht zetelen in de jury van de BKRK Awards. Een prijs die jaarlijks uitgereikt wordt door VAKlab en Bokrijk, dit keer met als thema textiel. Uit 57 inzendingen selecteerden we 10 projecten die de bedenkers persoonlijk kwamen voorstellen. Het werd een verrassend boeiende dag waarop kandidaten met de meest uiteenlopende achtergrond hun producten kwamen presenteren. Vakmanschap, duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen bleken opvallend vaak de ingrediënten voor een sterk project. Hoewel de drie dossiers die uiteindelijk de finale haalden heel verschillend zijn, was het toch vooral de hartstocht waarmee ze over hun project spraken die het 'm deed. Ik werd er zo blij van dat we besloten niet alleen de winnaar, maar alle drie de finalisten een plaatsje te geven in Knack Weekend van deze week.