Lina Bo Bardi trok in 1946 samen met haar man Pietro Maria Bardi vanuit Italië naar Rio de Janeiro. Ze wilden hun kunst- en objectencollectie in Zuid-Amerika aan de man brengen en waren oorspronkelijk van plan om niet lang te blijven, maar zijn nooit meer uit Brazilië vertrokken. De ontmoeting met mediamagnaat Assis Chateaubriand, die hun voorstelde om samen het MASP (Museu de Arte de São Paulo) op te richten, vormde de trigger. Naast het huidige MASP bouwde Lina Bo Bardi in São Paulo haar eigen Casa de Vidro (het Glazen Huis) en het bijzondere SESC Pompéia, een cultuurcentrum op een oude fabriekssite.
...

Lina Bo Bardi trok in 1946 samen met haar man Pietro Maria Bardi vanuit Italië naar Rio de Janeiro. Ze wilden hun kunst- en objectencollectie in Zuid-Amerika aan de man brengen en waren oorspronkelijk van plan om niet lang te blijven, maar zijn nooit meer uit Brazilië vertrokken. De ontmoeting met mediamagnaat Assis Chateaubriand, die hun voorstelde om samen het MASP (Museu de Arte de São Paulo) op te richten, vormde de trigger. Naast het huidige MASP bouwde Lina Bo Bardi in São Paulo haar eigen Casa de Vidro (het Glazen Huis) en het bijzondere SESC Pompéia, een cultuurcentrum op een oude fabriekssite. De Braziliaanse onderzoeker, verzamelaar, curator en galeriehouder Sergio Gandhi Campos is grote fan van haar werk. 'Naast mijn passie voor Braziliaanse gitaren, auto's en speelgoed uit de jaren 1920 tot '60, ben ik sinds 1990 verknocht aan het op dat moment niet zo populaire Braziliaanse modernisme. Rode draad tussen al die objecten is de achterliggende historische context: de sterke Braziliaanse economie die een massa Europese immigranten aantrok.' Niet alleen liet hij zijn eigen huis op het platteland bij São Paulo volgens de modernistische principes bouwen, door zijn onderzoek naar het modernisme raakte hij ook geïntrigeerd door Lina Bo Bardi. 'In eerste instantie ontdekte ik haar Tijela, of Bowl Chair, die al zes jaar door Arper wordt heruitgebracht. Daarna volgde haar vouwbare en stapelbare stoel voor het auditorium van het MASP, in de Rua Sete do Abril in het centrum van São Paulo. Daarvoor combineerde ze het extreem resistente Braziliaanse hout jacaranda met leder. Het was in 1947 de eerste Braziliaanse modernistische stoel die in São Paulo zelf werd geproduceerd.' Vooral tussen 1948 en '50 ontwierp Lina Bo Bardi veel meubelen. 'Met Estúdio Palma richtte ze het eerste bedrijf voor interieurdesign op in de stad. In dat bedrijf werkte ze samen met de Italiaanse architect en migrant Giancarlo Palanti. Een korte samenwerking; het publiek was nog niet klaar voor hun innovatieve meubilair. Tegelijk kampten ze met imitators door een gebrek aan wetgeving', vertelt Gandhi Campos. 'Doordat de productie altijd beperkt is gebleven en er soms zelfs alleen een prototype bestaat, zijn de meubelen vrij zeldzaam.' Toch wist Sergio Gandhi Campos recentelijk een twaalftal stukken terug te vinden, via de familie Bittencourt. 'In 1951 bouwde João Vilanova Artigas, de meest avant-gardistische architect van dat moment, het huis voor de arts Taques Bittencourt. Alle meubelen kwamen van Estúdio Palma. Sommige exemplaren had ik nooit eerder gezien. Gelukkig heeft de familie het meubilair al die tijd bewaard, en hebben ze nog familiefoto's waarop te zien is hoe het meubilair in de woning functioneerde. We gaan de meubelen nu restaureren volgens hun oorspronkelijke kleurenpalet. Aangezien er bijna niets geschreven is over het meubilair van Lina Bo Bardi (op wat ze zelf in haar magazine Habitat neerpende na), is het vooral het contact met het meubilair zelf waarvan ik veel opsteek. Daarbij denk ik telkens: wat zou Lina willen dat ik doe? Dat ik begrijp wat industrieel design in een derdewereldland als Brazilië met zijn rijke inheemse cultuur zou betekenen, mocht de burgerlijke revolutie er ooit plaatsvinden.' 'Wat Lina Bo Bardi zo fascinerend maakt, is de manier waarop ze haar Italiaanse rationalistische opleiding als architect combineert met de populaire Braziliaanse cultuur. Zo verwijst ze met haar Tijela naar het veelvuldige gebruik van kommetjes dat ze bij de Indianen zag, en liet ze zich door hun hangmatten op de boten in het noorden van het land inspireren voor haar driepotige stoelen. Lina maakte zich de Braziliaanse cultuur eigen, om zo in combinatie met haar Europese achtergrond tot een hoger niveau te komen. Vooral in haar meubilair komt dat sterk tot uiting. Ze gebruikte multiplex op grote schaal, maar combineerde dat met Braziliaanse houtsoorten. Die liefde voor ambachten had ze ervaren bij Gio Ponti, bij wie ze een tijdje werkte', zegt Gandhi Campos. 'Lina was niet alleen de eerste die met de Braziliaanse kleuren en gedachten ontwierp, maar ze deed dat ook vanuit een zeer humane insteek. Met haar creativiteit en originaliteit inspireert ze tot op vandaag generaties designers en architecten. Ook in haar tijd werd ze al bewonderd door veel kunstenaars en ontwerpers, zoals de intussen veel beroemdere Sergio Rodrigues. Die laatste vertrouwde me toe dat hij voor zijn Mole Chair, en de relaxte manier waarop je erin kunt zitten, de mosterd bij Lina haalde. Al die verhalen heb ik gebundeld in het boek Lina Designer: the Furniture of the Pioneer Times, waarvan het eerste deel in november uitkomt.'