Ik zie me nog de homecinema van één van de huizen binnenwandelen en naar de zetels kijken, volledig besmeurd met God weet wat. Daar wist ik meteen: hier zijn zaken gebeurd die het daglicht niet mochten zien.' Heerlijk, de prikkel van sensatie, van het suggestieve. Werkt altijd. Dat hebben Thijs Demeulemeester en Athos Burez prima begrepen. De eerste is journalist voor Knack Weekend, De Tijd en Sabato, de tweede drukt met zijn portretten, stillevens en videoclips stevig zijn stempel op de Belgische muziekscene en mode. Nu komen ze samen op de proppen met Erotique Chic: een originele reeks erotische interieurs uit de jaren zeventig in eigen land. 'Geen porno, wel een architecturale peepshow', zegt Thijs.
...

Ik zie me nog de homecinema van één van de huizen binnenwandelen en naar de zetels kijken, volledig besmeurd met God weet wat. Daar wist ik meteen: hier zijn zaken gebeurd die het daglicht niet mochten zien.' Heerlijk, de prikkel van sensatie, van het suggestieve. Werkt altijd. Dat hebben Thijs Demeulemeester en Athos Burez prima begrepen. De eerste is journalist voor Knack Weekend, De Tijd en Sabato, de tweede drukt met zijn portretten, stillevens en videoclips stevig zijn stempel op de Belgische muziekscene en mode. Nu komen ze samen op de proppen met Erotique Chic: een originele reeks erotische interieurs uit de jaren zeventig in eigen land. 'Geen porno, wel een architecturale peepshow', zegt Thijs. Mensen met een immens fortuin die er een extravagant leven op nahielden, dat waren de originele bewoners van de geportretteerde huizen. Zij zijn natuurlijk allang gaan vliegen, maar doordat hun woningen zo goed geconserveerd zijn, is de nostalgie naar hun nachtleven dat ook. 'Onze opzet was nooit om te achterhalen wat er zich precies heeft afgespeeld in die woningen', vertelt Thijs. 'Dat is niet alleen onmogelijk, maar ook overbodig. De interieurs zijn zo rijk aan suggesties dat we die voor zich wilden laten spreken. Dus in plaats van lezers met de paplepel in te geven van welk jaar die ene stoel is of van welke ontwerper de andere, zetten we een sfeer neer die je laat proeven hoe het geweest zou kunnen zijn.' Vandaar: geen klassieke oneliners van Le Corbusier of Eames in dit boek, wel filmquotes van James Bond en Emmanuelle, die doen dromen over de interieurs van toen. Als een kruising tussen een interieurboek en een filmscenario balanceert Erotique Chic tussen feit en fictie. Heel bewust. 'Ik vind klassieke interieurfotografen in zekere zin vulgair', bekent Thijs. 'Ze nemen plaats in alle hoeken van de kamers en proberen zoveel mogelijk te tonen in één beeld, zonder nog iets te suggereren. Ik wou met deze woningen absoluut iets aan de verbeelding overlaten. Daarom ben ik naar Athos gestapt. Hij ensceneert. Hij denkt in verhalen en behandelt een huis als een personage. En dat is iets heel intiems.' Na de Tweede Wereldoorlog kende de architectuur haar eigen seksuele revolutie: ze bevrijdde zich van het moderne functionalisme, dat huizen als bewoonbare machines aanzag. In de plaats kwamen nieuwe (utopische) woonconcepten in poëtische vormentalen. Sommige architecten bedachten zelfs huizen als ufo's (John Lautner), grotten (Jacques Couëlle), zeepbellen (Antti Lovag) of bijenraten (Paul Caulier). De laatste twee haalden het boek. Dat die woningen in hun authentieke staat nog overeind staan, noemt Thijs een mirakel. 'Het is echt niet evident om zulke panden te onderhouden. Zo was er een Knoks huis dat we zeker in de reeks wilden opnemen, tot bleek dat het net voor de shoot verkocht was en de nieuwe eigenaar er heel andere plannen mee had. Dan bloedt mijn hart, weer een icoon vernield. Het merendeel van de nieuwe eigenaars van zulke sixties- en seventiespanden haalt er doorgaans meteen het tapijt uit, vult de zitput op, gooit gyproc tegen de muren en maakt er binnenin een strakke doos van. Begrijpelijk, je moet én het geld én de smaak én de zin hebben om zo'n huis te conserveren. Daarom zijn de bewoners die wij bezocht hebben net uniek, zij zijn écht verliefd op hun huis. Ze respecteren het, investeren er een massa geld in en geven zich over aan de architectuur. Ik kan alleen maar hopen dat er altijd mensen zullen zijn die hun liefde en geld hierin blijven stoppen.' Of Thijs - die toch tot het ras van de diehardarchitectuurminnaars behoort - zich zelf ooit die investering ziet doen als de middelen voorhanden waren? 'Nee, ik vrees van niet. Erg om te zeggen, maar zulke huizen zijn bodemloze putten. Architectuur verandert er in archeologie.' Erotisch getinte interieurs, ze zetten je aan het denken. Zouden ze significant meer seks uitlokken? Wonen we vandaag niet allemaal te preuts? En zouden er nog architecten bestaan die spontaan een fuifkamer in een woonhuis durven voor te stellen? Want dat is wat bijna alle huizen in het boek hebben, een echte partykamer. 'Meestal is die ook nog centraal gelegen, vlak bij de living', vertelt Athos. 'Zo cool. Dat noem ik nog eens entertainment, in plaats van tv kijken. Vandaag gebruikt de nieuwe generatie bewoners de ruimte meestal als een semiberging, semigarage, maar in de jaren zeventig hadden ze duidelijk meer oog voor het nachtleven.' Of we daar een voorbeeld aan moeten nemen en minstens één kamer in huis erotisch aankleden? Athos: 'Sowieso. Elke kamer in huis zou erotisch getint moeten zijn. Zelfs de keuken. Vol kaarsen! Een grote lamp in de living die alles uitlicht, dat is écht fout. Je kunt vloerlampen of wandlampen beter delen laten belichten.' 'Dat, en kleur', vult Thijs aan. 'Dat dictaat van witte muren vind ik echt een gemakkelijkheidsoplossing. Maar we maken progressie, want ik merk wel al dat bepaalde tactiele sfeerelementen terugkomen. Het nieuwe restaurant van Kobe Desramaults grijpt terug naar vast tapijt en vilten zetels. Gedaan met alle beigetinten en de kilte van Scandinavische interieurs. Een interieur mag weer gezellige decadentie uitstralen, eindelijk.'