De Britten verfraaiden destijds hun kasteeltuinen met extravagante theepaviljoenen in de vorm van pagodes of ruïnes. Deze vaak nogal bizarre en nutteloze bouwwerken noemden ze follies. De decorateur-ensemblier Jean-Philippe Demeyer is er tuk op, net als bloembinder Johan Gryp, die zijn woning door Demeyer in deze ietwat buitenissige sfeer liet inrichten. Helemaal vanachter in het groen, verstopt tussen de vele hagen en heggen, ligt het huis, op het domein Costersveld, in Loppem nabij Brugge.
...

De Britten verfraaiden destijds hun kasteeltuinen met extravagante theepaviljoenen in de vorm van pagodes of ruïnes. Deze vaak nogal bizarre en nutteloze bouwwerken noemden ze follies. De decorateur-ensemblier Jean-Philippe Demeyer is er tuk op, net als bloembinder Johan Gryp, die zijn woning door Demeyer in deze ietwat buitenissige sfeer liet inrichten. Helemaal vanachter in het groen, verstopt tussen de vele hagen en heggen, ligt het huis, op het domein Costersveld, in Loppem nabij Brugge. Johan liep al jaren rond met het idee van een oranjerie als woonhuis. Architect Anje Dhondt werkte de opdracht praktisch uit. Op het eerste gezicht oogt het ontwerp landelijk, met vloeren van ruwe baksteen, waardoor het ook een beetje op een bloemenatelier lijkt. Maar het eclectische interieur van Jean-Philippe Demeyer maakte er een echte folly van. 'Dit pand is een woon- én werkruimte. Het mocht dus niet te netjes worden. Maar we wilden zeker ook geen villa van dertien in een dozijn. Daarom kozen we voor de ruwe afwerking van vloeren en muren', legt Johan Gryp uit. De spectaculairste ruimte is de grote woonkamer. Door de vele vensters die uitgeven op de tuin komt het beeld van een oranjerie hier het sterkst naar voren. Jean-Philippe trok de theatrale kaart. Hij liet de wanden en plafonds vol bloemen schilderen door de Antwerps-Argentijnse artiest Pablo Piatti. Waarom in godsnaam? 'Tegenwoordig hechten we veel te weinig belang aan de plafonds in onze woningen, terwijl die vroeger steeds rijk versierd waren met stucwerk en schilderijen', legt Jean-Philippe Demeyer uit. 'Als ik ergens binnenkom, let ik meer op het plafond dan op de vloer. Ik verfoei de alomtegenwoordige witte plafonds. Het lijkt alsof ze op je gaan vallen. Dit is een laag plafond, maar door de beschildering lijkt het een stuk hoger, omdat je niet meer op het plafond zelf let. Je ziet alleen de bloemen zweven in de lucht. De keuze voor bloemen lag natuurlijk voor de hand bij Johan.' Ook de imposante schoorsteenmantel uit een Italiaans landhuis past in deze opulente omgeving. Zowel de bewoner als de decorateur houden van opwekkende kleuren. 'Te veel mensen zijn bang voor levendige tinten en barokke motieven. Ik ben er net gek op', getuigt Jean-Philippe. 'Het is niet altijd een kwestie van mooi of lelijk. Een interieur moet in de eerste plaats goed zijn en van durf getuigen. Daarom hou ik van zetels met mooie stoffen. En op de centrale plek van een woonkamer leg ik steevast een mooi tapijt. Hier kozen we voor een vloerkleed in groene tartan, net een Schotse kilt.' De keuken en de eetkamer ogen rustiger en landelijker, ook omdat ze werden afgewerkt met stevige, ruwe houten planken. Maar boven in de slaapkamer komt er weer een ander decor tevoorschijn met Marokkaanse en Ottomaanse accenten. Johan koos voor Romeinse mozaïektegels van Dominique Desimpel en voor wanden bekleed met leempleister. Zowel Johan als Jean-Philippe vinden het heerlijk om verschillende stijlen en sferen op te roepen in één woning. Het is een beetje als reizen in je eigen huis. Het groen van de planten is alom aanwezig. Kijk maar naar de cactussen op de tafel van de huisbibliotheek en de sculpturale hertshoornvarens in de bloemenrijke zitkamer. 'Ik noem ze mijn groene beeldhouwwerken', lacht Johan. www.costersveld.be