Bokrijk ziet creatief talent graag komen. Makers kunnen hun vakmanschap en skills als ondernemers sinds vorig jaar aanscherpen in een expertisecentrum in het kasteel van Bokrijk, en ook de vijfde BKRK Award - dit jaar aan textiel gewijd - zet meer dan ooit in op het kruispunt tussen creativiteit en ondernemerschap.
...

Bokrijk ziet creatief talent graag komen. Makers kunnen hun vakmanschap en skills als ondernemers sinds vorig jaar aanscherpen in een expertisecentrum in het kasteel van Bokrijk, en ook de vijfde BKRK Award - dit jaar aan textiel gewijd - zet meer dan ooit in op het kruispunt tussen creativiteit en ondernemerschap. 'We zijn op zoek gegaan naar mensen die niet alleen sterke ideeën en ontwerpen kunnen voorleggen,' verduidelijkt juryvoorzitter Tim Van Steenbergen, 'maar dat ook vertalen naar een productieproces, en die een aantrekkelijk product en een duidelijke visie hebben over de manier waarop ze als ondernemer te werk willen gaan.' De modeontwerper cureerde vorig jaar al een textielexpo in het openluchtmuseum en boog zich samen met Knack Weekend-hoofdredacteur Ruth Goossens, Verilin-zaakvoerder Ilse Dedeken en Flanders DC-directeur Pascal Cools over bijna zestig inzendingen. Niet toevallig was het een Gents duo dat in het Antwerpse Fosbury & Sons vorige week de hoofdprijs in ontvangst nam: grafisch ontwerper Victor Verhelst (21) en textielontwerper Thomas Renwart (24) werden boezemvrienden aan LUCA School of Arts en kozen met hun studio Les Monseigneurs voor een samenwerkingsverband. 'We hebben heel uiteenlopende interesses en voeden elkaar daar enorm mee', zegt Verhelst. 'Ik ben gefascineerd door hiphop, de skatecultuur, games en film, Thomas door de botanische wereld en kunstgeschiedenis. Op persoonlijk en creatief vlak is dat zo'n verrijking dat het voor de hand lag om onze ego's aan de kant te schuiven en ook op professioneel vlak met elkaar in zee te gaan. Niet uit comfort of pragmatisme, maar omdat we samen tot iets komen dat groter is dan de som van de delen. Niemand doet het trouwens alleen: zelfs de meest individualistische en egocentrische kunstenaars en ontwerpers hebben de hulp van anderen nodig.' De wandtapijten en multifunctionele textielobjecten van de 'vriendenversie van Gilbert & George' zijn kunstzinnige pièces uniques waarvoor de term brute romantiek uitgevonden lijkt: jacquardweefsels boordevol kleur, grafische natuurelementen en fantasie, bedacht en vervaardigd met de DIY-mentaliteit uit de skatewereld. 'In de jaren negentig boomden magazines als Big Brother,' vertelt Verhelst, 'publicaties van skatefanaten die geen middelen hadden, maar met veel inventiviteit en knip-en-plakwerk toch straffe en bezielde dingen deden.' Een vergelijkbare energie kenmerkt de aanpak van Les Monseigneurs, van de manier waarop ze bloemen en planten drogen en eigenhandig de bindingen voor de wandtapijten tekenen tot hun gebruik van met afdanking bedreigde weefgetouwen in eigen land. 'Uiteraard is er een zekere bekommernis om de teloorgang van het weven in België en het behoud van die ambachtelijke kennis hier. Maar het draait voor een groot deel ook om zelfontwikkeling, het doorgronden van het maakproces en het vergroten van je kennis door op onderzoek uit te gaan en samenwerkingen aan te gaan. Retrodingen zijn niet aan ons besteed, we willen vooral terug naar de bezieling.' Les Monseigneurs vervaardigen unieke stukken met restgarens en overstock van bedrijven en textielwerkplaatsen - een logische stap voor makers die grote oplages en serieproductie mijden. 'Maar ook een teken des tijds', zegt Tim Van Steenbergen. 'Duurzaam en ethisch ondernemen leeft niet alleen bij de jongste generatie, maar startende ontwerpers stellen zich heel andere vragen dan toen ik eraan begon. Uit veel inzendingen bleek dat het niet alleen om creativiteit gaat en dat makers ook bezig zijn met hun plek in de wereld van vandaag, met hun ecologische voetafdruk en maatschappelijke rol. Het blijft ook niet bij theorie: het denkwerk rond anders produceren en consumeren gaat meer dan ooit gepaard met realistisch ondernemen, haalbare plannen en toffe, verkoopbare producten.' Een voorbeeld is het circulaire designatelier van finaliste Julie van den Boorn (28), die met haar merk P?ur eigentijdse reistassen, rugzakken en shoppingtassen vervaardigt van afgedankte werk- en veiligheidskleding in sociale werkplaatsen in België en Nederland. Elk product is voorzien van een circulair paspoort dat de herwonnen materialen vermeldt en is ontworpen met het oog op ontmanteling en hergebruik in de toekomst. Zo kan een textielontwerp in polyester nadien bijvoorbeeld nog een derde leven krijgen als fietsframe, dat eveneens een circulair paspoort meekrijgt.' Wie een product terugbrengt naar P?ur ontvangt een percentage van het oorspronkelijke aankoopbedrag, een statiegeldformule die klanten stimuleert om materialen in een circulaire loop te houden en ze lokaal te laten herwinnen. 'Waar het op aankomt, is dat we producten zo lang mogelijk van de vuilnisbelt afhouden', legt van den Boorn uit. 'Ik ben voortdurend op zoek naar nieuwe gebruikstoepassingen voor materialen.' Ze kan zich niet voorstellen níét circulair te ontwerpen en ondernemen, bekent Van den Boorn. 'Mijn ouders hebben een houtbewerkingsbedrijf. Ik ben als het ware opgegroeid met een grondstof waarbij afval niet bestaat - zelfs aan houtsnippers wordt geld verdiend voor pallets en biogrondstof. Maar nu grondstoffen schaarser worden, ben je als ontwerper ook verplicht om circulair te denken. Mooie dingen maken is op zich niet relevant, het gaat erom hoe je omgaat met materie. Producten zijn voor mij geen producten, maar grondstoffen in een bepaalde vorm.' De uitdaging voor de toekomst is vooral een mentale ommekeer, benadrukt Van den Boorn. 'Veel van wat we doen, steunt op bestaande kennis. Neem de techniek om soepel polyester tot staafmateriaal te persen: die bestaat gewoon. Het probleem is dat het vaak goedkoper is om nieuwe producten te maken dan bestaande te ontmantelen en te herwerken, en dat circulair onterecht doet denken aan allerlei beperkingen. In werkelijkheid moet je gewoon omdenken. Omdat we afhankelijk zijn van de toestroom aan kleding, kunnen onze ateliers een tas niet telkens in precies dezelfde materialen maken, maar ik ontwerp wel vaste modellen. Op dat niveau kun je dus wel in serie werken.' Een designschool die alvast de omslag naar een nieuwe ontwerpersrol maakt, is de Nederlandse Design Academy. Van den Boorn studeerde er in 2016 af aan de afdeling Man & Mobility, en met oud-leerling Salvatore Caltabellotta (26) levert het instituut nog een finalist van de BKRK Award af. De oud-student van het departement Man & Well-being overtuigde de jury met Woven Memories, een onderzoek naar de therapeutische impact van het textielambacht, dat uitmondde in een reeks weefmeubelen. 'Ik ben vertrokken van de ontdekking dat Turkse tapijtweefsters in Istanboel tot de gelukkigste mensen ter wereld behoren. Vervolgens ben ik de psychologische kant van ambachtelijke textieltechnieken gaan onderzoeken. De repetitieve handelingen blijken positieve effecten te hebben op onze gemoedstoestand, in die mate dat je dat ook in de praktijk kunt gaan brengen in een therapeutische context of zelfs thuis.' Voorwaarde was vooral dat de ontwerpen laagdrempelig en gebruiksvriendelijk zouden zijn, legt de nu in Maastricht gevestigde ontwerper uit: 'Ik inspireerde me op eenvoudige meubelen zoals een platte bank en een stoel, en baseerde me voor de handeling op een verticaal weefraam waarop het garen gespannen is. Een steek ervoor, een steek erachter: iedereen kan er intuïtief mee aan de slag.' De veelzijdigheid van de ontwerpen illustreert Caltabellotta's visie op de veranderende rol van ontwerpers. 'Er zitten veel lagen in. Zo kun je de stukken als therapeutische tools bekijken, maar ook als design- en kunstobjecten. Als ontwerper vind ik het onderzoek erachter trouwens net zo belangrijk als de ontwerpen zelf. Nadenken over onthaasting, pistes voorstellen om te ontsnappen aan de jachtigheid en digitalisering, de waarde van ambachtelijke technieken en traditie in de verf zetten - het kan niet enkel om het maken van producten draaien.'