Wie? Brusselse galerie - gerund door Amaryllis Jacobs en Kwinten Lavigne - die sinds 2014 aan internationale architecten en kunstenaars vraagt om meubelen te ontwerpen.
...

Primeur in Milaan? Een collectie geïnspireerd op de metrolijn M1 van Milaan, die eind jaren vijftig werd gebouwd als allereerste ondergrondse van Italië. Alle 21 stations komen uit de pen van architect Franco Albini. Zijn modernistische ontwerp straalt optimisme en vooruitgang uit. Logisch. Na de duistere oorlogsjaren leefde het land economisch op en leek alles opnieuw mogelijk. 'Veel bedrijven ontwikkelden materialen speciaal voor het metroproject', weet Amaryllis Jacobs van Maniera. 'Zoals de kleurrijke terrazzoachtige cementplaat Silipol die Albini gebruikte voor de wanden.'Het jonge Milanese architectenbureau Piovenefabi - in 2012 opgericht door Giovanni Piovene en Ambra Fabi - maakt nu een reeks meubelen van die originele metromaterialen, zoals bijzettafels in Silipol, genaamd Metrò Series. Jacobs: 'Er is ook een kast in blauwe metaalplaat die Albini ontwierp voor de wanden. En een lamp geënt op de rode lijn die door de hele metro loopt.' Die rode lijn werd bedacht door Bob Noorda, die instond voor het grafisch ontwerp van de metro. Een megasucces, want later vroegen ook de ondergrondse van New York en São Paulo hem om de signalisatie te tekenen. Amaryllis: 'Piovenefabi droomde er al lang van om iets te doen met de metrolijn, want hij dateert uit hun lievelingsperiode van het Italiaans design. In de meubelen herken je heel duidelijk de modernistische metro-elementen, maar ook hun eigen handschrift van geometrische vormen.'De meubelen van Piovenefabi zijn te zien op Alcova: een expo gecureerd door Jan Boelen (van het Limburgse cultuurhuis Z33) en Joseph Grima (creatief directeur van de Design Academy Eindhoven) in een van Milaans oudste panettonefabrieken. Wie de tentoonstelling in het industriële pand wil bezoeken, moet metrolijn M1 nemen en uitstappen bij halte Rovereto. Dat kan geen toeval zijn.Primeur in Milaan? Ze debuteren in Milaan met een installatie met steenkool als grondtoon. Nel Verbeke, Linde Freya Tangelder, Charlotte Jonckheer, Cédric Etienne, Bram Vanderbeke en Ben Storms. Dat zijn de zes van Brut. Het zijn opkomende namen in de design- en kunstwereld, en ze vertegenwoordigen een nieuwe generatie ontwerpers die samenwerking hoog in het vaandel draagt. Hoewel hun individueel werk sterk van elkaar verschilt, delen ze hetzelfde DNA. 'Ieder van ons werkt met veel aandacht en respect voor materie in al haar vormen; van onbewerkte grondstoffen over materialen uit de bouwindustrie tot edele metalen en textiel. In ons individueel werk grijpen we steeds minimaal in zodat we de gekozen materie in al haar eenvoud, eerlijkheid en schoonheid kunnen tonen. Wanneer je als designer alleen werkt, kan die visie wat op de achtergrond raken. Als je met zes gelijktijdig dezelfde no-nonsense taal gebruikt, lukt het beter. Dan kun je een statement maken en meer mensen bereiken', legt Cédric Etienne uit, de ontwerper achter Studio Corkinho, gespecialiseerd in kurken gebruiksvoorwerpen.'Voor ons Milanese debuut hebben we de vloer van een industriële ruimte - die veel weg heeft van een garage - bedekt met ruwe steenkool. Het zwarte, grillige tapijt wordt onderbroken door plateaus die als draagvlakken dienen voor de ontwerpen die we tentoonstellen. We zochten een ruw materiaal dat ons in Milaan kon verbinden. De kolen zijn een verwijzing naar onze oude steenkoolmijnen, een metafoor voor de Belgische bodem. De hele installatie is een soort tableau vivant, een eiland waar je omheen kunt wandelen en uit elke hoek een nieuwe compositie ontdekt.'Dit najaar zal Brut nieuw werk voorstellen op Interieur Kortrijk. 'Na Milaan gaan we samenwerken rond één grondstof die we collectief uitkiezen, maar die we elk op onze eigen manier interpreteren.'Primeur in Milaan? Pepper & salt, een collectie peper- en zoutmolens van vijf designers, onder wie grote kleppers zoals de Japanse ontwerper Nendo, wiens werk wordt verzameld door prestigieuze musea zoals het MoMA in New York. Valerie_objects toont in Milaan ook de serie cutlery, een kleurrijk bestek van het Belgische duo Muller Van Severen.Dat bestek bestaat al een paar jaar, maar de productie bleek moeilijker dan verwacht. 'Er ligt een laagje kleur op de messen, vorken en lepels - krijg dat maar eens voedselveilig en vaatwasbestendig', zegt Axel. Het ingenieursteam van Serax beet er drie jaar zijn tanden op stuk.Gebruiksvoorwerpen naar een hoger niveau tillen of net dat tikkeltje meer laten blinken, zit intussen in het DNA van valerie_objects. Poëzie in de kleine dingen. 'Omdat banale, dagelijkse objecten soms meer aandacht verdienen', zegt Veerle. 'Een pepermolen is een goed voorbeeld. Iedereen kent die van Peugeot, maar daar stopt het', zegt Axel.De pepermolen van de Nederlander Maarten Baas die ze in primeur in Milaan tonen, 'staat' letterlijk op tafel. Op het eerste gezicht lijkt hij veeleer banaal, maar wie goed kijkt, ziet onregelmatige vormen.Veerle selecteerde ook de minder bekende Sigve Knutson + Thomas Ballouhey voor het pepper & salt-project, twee jonge ontwerpers die recent afstudeerden aan de Design Academy in Eindhoven. Zij tekenden een nogal brutalistisch rond schaaltje waarin een kleine zware bal peperbollen maalt. Een vijzel, maar dan anders. En mooier. Het materiaal lijkt op steen, maar is in werkelijkheid gietijzer. Zet hun ontwerp op tafel in een restaurant met wat peper, zout en olijfolie en het feest kan beginnen.Dat valerie_objects met deze collectie ook op horeca mikt, hoeft niet te verbazen. De serviezen van Serax sieren tot ver buiten de landsgrenzen tafels van topchefs. Axel: 'Soms zit ik ergens in een Frans boerengat op restaurant en als ik dan een bord van ons herken: dat zijn binnenpretjes die lang blijven hangen.' Veerle Wenes cureerde ooit een expo die dat gevoel samenvat: Le Fabuleux Destin du Quotidien.