'Designer van het Jaar worden leverde me snel nieuwe klanten op, zowel hier als elders. Maar het was vooral op mentaal vlak van doorslaggevend belang. In 2006 kwam ik zowel creatief als professioneel uit een overgangsperiode, die van een architect die bezig was een productontwerper te worden. Ik had met mijn Tab Chair voor Bulo al succes gekend, maar de erkenning van journalisten en designprofessionals was toch iets anders. De titel was voor mij de bevestiging dat ik in 2004 de juiste keuze gemaakt had om mijn werk als architect af te bouwen, en me toe te leggen op meubelen en productdesign. Een teken dat ik echt niet meer terug kon.

Als architect was ik niet gelukkig, niet in het minst door de slome, vaak absurde bureaucratie. Bovendien wilde ik ook kleinschalig kunnen werken en innovatieve dingen doen in samenwerking met de industrie, een sector die me altijd enorm boeide en doorgaans ook veel sneller werkt. Zo ben ik me stelselmatig gaan toeleggen op ideeën en concepten voor meubelen en objecten, en op designwedstrijden die mijn vaardigheden en kennis konden vergroten.

De eerste vier Designers van het Jaar: v.l.n.r Sylvain Willenz (2009), Nedda El-Asmar (2007), Alain Berteau (2006) en Stefan Schöning (2008). © WOUTER VAN VAERENBERGH

Twaalf jaar later vermelden mensen de prijs nog vaak wanneer ze me moeten duiden. Wellicht doordat ik de eerste was: de Belgische designwereld was in volle expansie, en plotseling had die sector een prijs. Mettertijd heeft hij de naamsbekendheid en uitstraling van Belgisch design enorm vergroot, want destijds verliep de communicatie rond design nog heel anders. De designgemeenschap kwam samen op beurzen en tentoonstellingen, en vervolgens had je boeken en magazines als Knack Weekend. Voor jongere designers is het evident om zelf initiatief te nemen en bijvoorbeeld via Instagram te communiceren, maar daar was toen nog geen sprake van.

Vandaag volstaat het niet meer om goed werk te leveren en met gerenommeerde merken samen te werken. Je moet als designer zelf ook een merk zijn. Tegelijk zijn designcritici belangrijker dan ooit. Op Instagram draait alles om verleidelijke beelden en zijn de prikkels zo talrijk dat niemand dat behoorlijk in kaart kan brengen. Instanties als Stichting Interieur en designjournalisten zorgen voor een kritische blik van buitenaf en moedigen ook intellectuele zelfkritiek aan. Neem dat weg, en al wat overblijft is commercie.'