Het was geen liefde op het eerste gezicht. Wel tussen het koppel, niet voor het huis. De eikenhouten lambrisering, de boogvormige deuren, de krullen en het houtsnijwerk: het ging lijnrecht in tegen het toen populaire minimalisme.
...

Het was geen liefde op het eerste gezicht. Wel tussen het koppel, niet voor het huis. De eikenhouten lambrisering, de boogvormige deuren, de krullen en het houtsnijwerk: het ging lijnrecht in tegen het toen populaire minimalisme. Toch overtuigden de overvloedige lichtinval en de grootte van het jarenveertigpand Jacqueline Dehond en haar man Koenraad Uyttendaele. Jacqueline: 'Eigenlijk kende ik het huis al, als tiener zette ik mijn fiets vaak tegen de gevel. Een vriendinnetje van mij woonde hier, maar op die leeftijd ben je met andere dingen bezig. Ik heb het huis dus echt moeten herontdekken. Ik herinnerde me bijvoorbeeld niet dat het zo groot was. Naar die ruimte waren we als creatievelingen op zoek. We vielen ook voor de hoeveelheid licht, en dat midden in het centrum van Brugge. Maar er waren ook bezwaren. We kochten dit halfweg de nineties, iedereen viel op dat moment voor strak, ook wij. Tegelijk intrigeerde die Hollywood Regency-stijl ons.' Uiteindelijk verbouwden de kunstenaars amper, simpelweg omdat de middelen er niet waren. Jacqueline: 'We denken nu vaak: goed dat het budget er toen niet was, anders hadden we misschien veel kapotgemaakt. De hal bijvoorbeeld, ik vond het buitensporig hoeveel ruimte die innam. Ook de boog in de woonkamer - toen nog in beige en aan beide kanten steunend op eikenhouten kasten - wilden we aanvankelijk weg. Maar het huis deed ons ook dromen: met een indrukwekkend kunstwerk zou die overmaatse hal bijvoorbeeld al een heel ander gevoel uitstralen.' Jacqueline fantaseerde over een kleurrijk werk van Ellsworth Kelly. Ook dat budget was er niet, maar het verlangen triggerde het koppel om zelf een groot, optimistisch werk te maken. In 2010 beslisten Jacqueline en Koenraad om voortaan onder de naam Jacqy duVal als kunstenaarsduo naar buiten te treden. Het eerste werk kwam er in opdracht van antiquair Jean-Philippe Demeyer, intussen heeft het koppel een mooi oeuvre opgebouwd met enkele grote namen als klanten, waar ze uiteraard discreet over blijven. Behalve muurschilderingen voor onder andere Museum Dhondt-Dhaenens, galerie Esther Verhaeghe en de stad Knokke is het duo vooral bekend om zijn kleurrijke, geometrisch abstracte schilderijen. Jacqueline: 'Vandaag drukt veel kunst psychische onrust uit, wij staan daar met onze optimistische werken lijnrecht tegenover. Die keuze is allesbehalve oppervlakkig. Koenraad en ik zijn gepassioneerd door oude kunst. Die passie vertalen we naar iets hedendaags. In elk werk streven we naar een stukje sacraliteit. Die zit deels in de techniek. Koenraad heeft lang als restaurateur in historische gebouwen gewerkt en leerde veel oude recepten. Omdat onze werken mat en krijtachtig moeten ogen, gaan we aan de slag met pigmenten en oude technieken tot we kleuren bekomen die bijna van het doek spatten. Bovendien prepareren we elk doek zoals men dat in de zestiende eeuw deed. Het is een proces waar veel werk in kruipt, maar ik hou van de gedachte dat elk werk een groot respect vraagt voor materie en techniek, en een enorme concentratie.' Wie zo gepassioneerd met kleuren werkt, schuwt ook in huis het kleurgebruik niet. Een volledige eetkamer in een mat, verweerd blauw, een slaapkamer in zwart, electric blue voor de tv-kamer. Maar evengoed bleven andere ruimten sober, zoals de woonkamer, waar de indrukwekkende boog alle aandacht verdient. Niet alleen verf, ook felrood plexiglas, gordijnen en behang met bloemen, kleurrijke posters van Hockney, Warhol en Benoît Van Innis en uiteraard veel eigen werk zorgen voor een dosis kleur. Daarnaast staan er in zowat alle kamers accessoires en objecten uitgestald. Vazen en glazen decoratie, maar ook oosterse, islamitische en Afrikaanse kunst. Soms vondsten van de rommelmarkt, soms exclusieve stukken van bijvoorbeeld Paolo Venini en Seguso. Jacqueline: 'Dit huis vraagt om een bonte decoratie. Maar heel opvallend: sinds we zelf kunst begonnen te maken, kochten we amper nog iets. Het verzamelen was onze uitlaatklep. Nu is onze kunst dat, waardoor die drang getemperd blijkt.' Ook de collectie meubelen is een mix van goedkope vondsten en unieke stukken. Jacqueline: 'Alles is met liefde gekocht, vaak met een klein budget. Zo deed een vriend die in vintage handelde op een bepaald moment zijn inboedel weg, wij kochten zowat alles van hem.' Dat leverde bijvoorbeeld namaak-Bastiano-zitjes op. In de kringwinkel viel het koppel voor een tv-meubel dat amper 7,50 euro kostte, thuis ontdekten ze dat het van Willy Rizzo was, de Italiaanse jetsetfotograaf en ontwerper. Maar ze kochten doelgericht ook een aantal bijzondere stukken, zoals een paar lampen van Jos Devriendt, twee metalen tafels van Maarten Van Severen, een vintage Bachelor van Verner Panton, stoelen van Eames, Jacobsen en Bertoia en Mies van der Rohe. Jacqueline: 'Voor kunst, maar ook voor mooie meubelen geldt: je moet geduld hebben. En dat betekent soms dat een ruimte leeg blijft. Ons grote huis lijkt nu gevuld, maar het gaat hier wel om een verzameling van meer dan dertig jaar.' Ook de indrukwekkende hal, die Jacqueline ooit als buitensporig bestempelde, is niet langer leeg. Rechts bovenaan hangt nu een groot schilderij van het duo. Jacqueline: 'Zodra de zon binnenvalt, verandert het werk. Afhankelijk van de lichtinval wordt het mysterieus, vrolijk en speels tot intrigerend, precies wat deze ruimte nodig had.'