Architect, ontwerper, meubelmaker en schilder Lucien Engels ontwierp in 1958 zijn woning als een modernistisch gesamtkunstwerk. De renovatie was een huzarenstuk dat ruim drieënhalf jaar besloeg en veel duurder uitviel dan verwacht. 'Maar het eindresultaat maakt veel goed', relativeert Simon Mason. 'Ik koester een passie voor architectuur. Toen ik hier de eerste keer kwam kijken, was ik meteen in de ban van de krachtige architectuur en de ruimtelijke beleving. Die coup de foudre oversteeg de reële schaduwzijden. De imposante architectenwoning stond al drie jaar leeg en was slecht onderhouden. Naast mankementen zoals betonrot, een vochtige muur en aluminium ramen met enkel glas, waren de elektriciteit, verwarming, keuken en het sanitair aan vernieuwing toe. Achteraf ontdekten we dat delen aan de uiteinden van het gebouw stilaan doorzakten. De woning was ook vrij donker. Tijdens de oliecrisis eind jaren 70 werden enkele ramen dichtgemaakt met planchetten om energie te besparen, en het beboste terrein rondom het huis weerde het daglicht.'

Zicht op de overdekte inkompartij met de oorspronkelijke vijvermuur in leisteen en de verharding in flagstones. © Tim Van de Velde

Tijdens de onderhandelingen over de koopprijs bleek dat een andere kandidaat-koper een iets hoger bod had uitgebracht. Om hun kansen te vrijwaren, lieten Simon en Els de architect expliciet weten dat zij de woning in haar originele staat wilden herstellen. 'Dat engagement overtuigde de familie Engels om met ons in zee te gaan. Na de aankoop konden we nog enkele keren met de architect overleggen, een unieke gelegenheid om achtergrondinformatie over de woning in te winnen.'

Misrekening

De woning refereert aan tal van inspiratiebronnen: het Farnsworth House van Mies van der Rohe in Chicago, het oeuvre van Le Corbusier, de Japanse architectuur. De betonnen doos van 38 meter lang en 6,50 meter breed is loodrecht op de straat ingeplant en lijkt te zweven boven een smalle bakstenen sokkel. De zuid- en westgevel zijn praktisch volledig ingevuld met glas. De noord- en oostgevel in baksteen ogen gesloten. Een lange, smalle vijver dirigeert bezoekers naar de overdekte inkompartij. Binnen reflecteren de flexibele indeling, de verschuifbare wanden en de in elkaar overvloeiende ruimtes de Japanse architectuur.

De metalen trap met treden in wengé, ontworpen door Lucien Engels, werd vernieuwd conform het originele ontwerp. © Tim Van de Velde

Na de aankoop toog Simon meteen aan de slag. 'We woonden op dat ogenblik in een verbouwd schooltje. Daan en Hanne, onze kinderen, droomden al lang van een tuin en waren enthousiast over het 30 are groot terrein. Maar die snelle verhuizing bleek een misrekening. Uiteindelijk hebben wij de woning nagenoeg compleet gestript en liep de renovatiekost op tot bijna een vijfvoud van het vooropgestelde budget van 400.000 euro. Ik heb de bouwtechnische problemen en de status van geklasseerd pand serieus onderschat. Dat ook het interieur en de tuin waren beschermd, maakte het project extra complex. Daarom hebben wij twee architecten ingeschakeld: ingenieur-architect Thomas van Looij voor de bouwwerken en architecte Lotte Van Hemelrijck voor het aspect erfgoed.'

De trap leidt naar de open leefruimte met vooraan de eethoek. De tafel met houten blad komt uit de collectie van Knoll, de Wire Chairs van Eames zijn van Vitra. © Tim Van de Velde

Extreme eisen

'Een gewone renovatie had maximaal een jaar gevergd, maar omdat het om een beschermd pand ging, deden wij er drie jaar over', vervolgt Simon. 'Eerst moet je een dossier met een overzicht van de geplande werkzaamheden indienen bij het agentschap Onroerend Erfgoed. Daarin moet je elke ingreep uitvoerig documenteren. De goedkeuring vergt circa twee jaar. Daarna moet je wachten op het subsidiebudget. Met de verantwoordelijke bij de dienst Monumentenzorg voerden wij ettelijke discussies. Sommige eisen waren onrealistisch of excessief duur. Zo wou Monumentenzorg dat wij de originele ramen vervingen door identieke exemplaren, maar die werden hier niet meer vervaardigd. Na veel zoeken vonden we in Zwitserland iemand die de mal wilde maken, en in Duitsland een bedrijf dat op die basis de raamprofielen wilde produceren. De kostprijs daarvan stemde nagenoeg overeen met de aankoopprijs van een doorsneewoning. Dat was nog niet alles. We waren verplicht om op de kiepramen de originele trekkers te plaatsen, waardoor de nieuwe ramen nog altijd tocht veroorzaken. Nog wat anders was de open haard, die was dichtgemetseld en ingevuld met een houtkachel. We hebben hem in zijn originele staat hersteld, maar kregen geen toelating om een schouw op het dak te plaatsen, zodat we de haard niet kunnen gebruiken. Verder moet je voor alle ingrepen een beroep doen op aannemers die erkend zijn voor restauratiewerken en hogere prijzen aanrekenen, wat de subsidies uitholt. Daarom lieten we die subsidie vallen in ruil voor een jaarlijkse onderhoudstoelage van 30.000 euro.'

Aanvankelijk moesten de gietijzeren verwarmingselementen worden teruggeplaatst, maar gezien de vloerverwarming had dat geen zin. Enkele gietijzeren radiatoren, waaronder die onder het raam rechts, dienen nu als bijverwarming. © Tim Van de Velde

1958 meets 2019

Andere verplichtingen vonden de bewoners wel zinvol, bijvoorbeeld de eis om ter hoogte van de trap de wandbekleding met lamellen in wengé te renoveren. 'De metalen trap werd vernieuwd conform het oorspronkelijke ontwerp. We hebben alle latten van de muur gehaald, genummerd, gerecht, geolied en teruggeplaatst. We hebben ook de pleisterlaag op de wandschildering van Lucien Engels in de inkomhal weggehaald en gerestaureerd. Om de vorm van de originele deurklinken te behouden, lieten we mallen vervaardigen. Verder behielden wij de originele lichtarmaturen en de meubelen die de architect voor dit huis ontwierp, zoals het koffietafeltje, het barmeubel en de lounge chair, die we hebben aangevuld met designklassiekers uit de jaren vijftig die we vonden via tweedehandssites en op veilingen. Compleet up-to-date maar onzichtbaar geïntegreerd is de domotica, zodat wij de verlichting, verwarming, beveiliging, muziek, gordijnen, zwembad en videocamera kunnen bedienen met de smartphone. Zo vallen 1958 en 2019 perfect samen.'

Blikvanger in de eethoek is het witte carraramarmer met figuratieve tekening op de scheidingswand met de keuken. © Tim Van de Velde
De nachtzone van de ouders is ondergebracht op de verdieping, die van de kinderen op het gelijkvloers. Van in de slaapkamer kijken Els en Simon uit op de tuin en de omgeving. © Tim Van de Velde

Lucien Engels

Lucien Engels (Vilvoorde, 1928-2015) studeerde aan Ter Kameren in Brussel, waar hij les kreeg van Louis-Herman De Koninck, Willy Van Der Meeren en Oscar Jespers. In 1950 studeerde hij af aan het atelier van Victor Bourgeois. Aansluitend werkte hij samen met Roger De Winter, om medio 1954 zijn eigen architectenbureau in Brussel op te starten. Naast woningen, waaronder de spraakmakende woning Lambiotte in Waterloo, ontwierp hij het vakantieoord Home Emile Vandervelde II, dat hij inrichtte met eigen meubelontwerpen, het Medisch Centrum in Menen en de Polikliniek César De Paepe in Brussel. Een prospectiereis in 1957 naar de Verenigde Staten en de kennis- making met het werk van Eero Saarinen, Walter Gropius en Mies van der Rohe bewerkstelligde een cesuur in zijn werk. Licht, ruimte, materialen en constructie kwamen op het voorplan te staan, zoals in de Sint-Lambertuskerk in Muizen en in zijn eigen modernistische woning in Elewijt. Lucien Engels combineerde zijn werk als architect met andere disciplines. Hij tekende, schilderde, maakte textielcollages, ontwierp meubelen en objecten. Nadat hij zijn architectuurpraktijk in 1988 stopzette, bleef hij nog actief als beeldend kunstenaar.

© Tim Van de Velde